‘De vervuiler betaalt’ is een prachtig uitgangspunt - tót het de Europese industrie raakt. Afspraak was dat bedrijven zouden betalen voor elke ton CO2 die ze uitstoten. Daardoor zou het lonen om te investeren in schone productie. Maar wat blijkt in de praktijk? Voor negentig procent van de Europese industrie wordt een uitzondering gemaakt, waardoor ze niet of nauwelijks voor hun uitstoot hoeven te betalen. Het gevolg is natuurlijk dat alleen de voorhoede nog investeert in schoon produceren. Het gros van de bedrijven mag het klimaat verder vervuilen op kosten van de maatschappij.
Erg hoopvol gestemd raakte ik ook al niet toen Europese politici in september hun plannen op tafel legden. Europa wil ontwikkelende landen steunen om CO2-uitstoot te voorkomen en de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Een mooi idee, maar de praktijk valt tegen: de EU heeft er hooguit 15 miljard euro voor over. Ter vergelijking: ze geeft jaarlijks zo’n 50 miljard euro uit aan landbouwsubsidies. Westerse economieën zijn groot geworden op kolen, olie en gas. Als we nu willen dat andere economieën duurzamer groeien, zullen wij als vervuilers daaraan ook echt financieel moeten bijdragen. Op grond van die historische verantwoordelijkheid zou de EU 35 miljard euro (van de benodigde 110 miljard) voor haar rekening moeten nemen.
Samen met Greenpeace laten nu al honderdduizend Nederlanders weten dat ze leiderschap verwachten van hun vertegenwoordigers. Onze campagne ‘You turn the earth!’ heeft een heldere boodschap: we willen een goed en sterk klimaatakkoord. We zijn het spaarlampenniveau voorbij. Rijke landen moeten zich in Kopenhagen vastleggen op 40 procent CO2-reductie in 2020 én flink over de brug komen met steun aan ontwikkelende landen. Belangrijk onderdeel van die ondersteuning is de bescherming van oerbossen. Ontbossing is immers verantwoordelijk voor een vijfde van alle CO2-uitstoot.
Het kán, gevaarlijke klimaatverandering voorkomen. Dat laat Greenpeace overtuigend zien in haar scenario voor een Energie[r]evolutie, dat is ontwikkeld in samenwerking met het Duitse Lucht- en Ruimtevaartinstituut en twaalf andere internationale onderzoeksinstituten. Hun conclusie: wereldwijd kan de CO2-uitstoot al in 2050 met de helft omlaag. Maar dat lukt alleen als politiek en bedrijfsleven nú actie ondernemen. De strijd voor een goed klimaat heeft politici en ondernemers nodig die hun energiebeleid durven omgooien, die grootschalig investeren in schone energie en slimme energietechnologie. Vertegenwoordigers die verder denken dan hun kortetermijnbelangen en die bereid zijn onze toekomst te redden.
›
Reageer op deze column
Liesbeth van Tongeren (1958) is sinds 2003 directeur van milieuorganisatie Greenpeace.
Van Tongeren studeerde internationaal recht in Amsterdam. Ze woonde zes jaar in Australië, waar ze onder andere directeur was van verscheidene ideële organisaties. In Nederland was ze later nog onder andere projectmanager bij de gemeente Amsterdam, directeur van een vrouwenopvang en directeur van de Sociale Dienst in Purmerend.
›
Lees meer over Liesbeth van Tongeren
Bron:
Wikipedia.org
Foto copyright Roy Beusker