Dit pulpprogramma vind ik leuker. Maakt dat mij barbaar?

26 oktober 2010 12:00
Arjen van Veelen

Wie de beschaving wil redden van de barbaren, moet eerst weten wat beschaving is. De cultuurwereld kan beter daarover nadenken dan vechten om geld. De nobele wilden van Oh oh Cherso zijn daarbij een uitstekende gids.

Op een eiland, niet ver hier vandaar, speelt een reality-show die u niet volgt. De show speelt zich af op een drassige lapje grond van 460 bij 140 meter, overwoekerd door schietwilg, berenklauw en stilte. Senneroog heet het. Hier houdt de culturele elite de komende maanden de wacht.

De VPRO-radio koos Senneroog als decor voor het radioprogramma Een kamer in het verleden. Het format: dichters, acteurs en essayisten verblijven om beurten, ieder een week lang, in hun eentje op dit eiland. De deelnemers dragen namen als Atte Jongstra, Esther Naomi Perquin en David Pefko. Een opnameapparaatje is hun enige contact met de mensheid. Spannend: zal de schrijver schrikken van de stilte? En zal de filosoof diepe gedachten hebben bij het spotten van een meerkoet? Hoe redt een essayist zich in zijn door rietgors en rotgans bekakt isolement?

U volgt de show niet, want die wordt uitgezonden op Radio 6, een goed verstopte verzetszender van de beschaving. Daarom hier even een zapservice van wat vooraf ging.

"Ik hoorde de roerdomp nog urenlang stoïcijns 'Hoempf' tegen het gesnater en gegak van eenden en ganzen in-brengen", noteerde een schrijver.

"Hoe zit het met de verhouding tussen de ziel en innerlijke tijd?", vroeg een filosoof zich af. "Wij bevinden ons op een slikfoetus in zijligging", constateerde de essayist.

Er gebeurt niet veel vulgairs in dit realityhoorspel. Nou ja, een van de schrijvers dronk misschien wat glaasjes Oude Rutte te veel. Een ander fluisterde leugenverhalen door de radio, over een personage dat stiekem masturbeerde. En een filosofe zong keihard mee met Don Gio-vanni, "uit pure balorigheid". Niets onoorbaars, kortom.

Hoe anders gaat het er aan toe op dat andere eiland, waar die andere realityshow speelt: op Kreta, in het stadje Chersonnissos. Daar huizen de barbaren van RTL5's Oh oh Cherso. Format: acht Hagenezen op vakantie in een partystadje. Deelnemers dragen namen als Jokertje, Barbie en Matsoe Matsoe. Een zapservice is simpel: alles zoop en naaide. "Ik ben een klein geil blondje en ik lust je rauw!", zei Barbie bijvoorbeeld. En Sterretje vertelde trots: "Mijn beste vak op school dat was de pauze."

Twee eilanden, twee realityshows: Oh Oh Cherso en Oh Oh Senneroog. Op het ene eilandje rilt en bibbert de culturele elite, in de wacht gezet door de barbaren. En de barbaren? Quel horreur, zij vieren intussen feest op het zonovergoten Kreta. Kreta, nota bene, dat prachtige, mythische land waar eens de Minoïsche beschaving bloeide; waar Theseus ooit de stiermens Minotaurus heeft gedood. Is er een duidelijker symboliek voor de cultuurstrijd?

Die strijd barst komende maand goed los. De eerste veld-slag is in de Heineken Music Hall. Daar organiseert Freek de Jonge op 22 november een protestavond tegen de cultuurbezuinigingen. Motto: 'Leve de beschaving'. Prachtig affiche. Nu hebben wij eindelijk óók een soort oorlog. Nu hebben wij óók onze Rally to restore sanity. Nu gaat het los. Laten we driftig twitterrevoluties uitty-pen. Dit wordt 'afschaffen' versus 'heilig moeten'; dit is 'gewoon omdat het kan', versus 'l'art pour l'art'; Toy Story III tegen Tolstoj; Hagenees versus Hagenaar; Antonie Kamerling op de voorpagina van de kwaliteitskrant of Mario Varga Llosa; Wes en Yo of Xiaobo; dit is OMG! en WTF! versus RFO, RKF en MCO; dit is de kosmopoliet tegenover de Cosmopolitan-lezer.

Ik kom niet, want ik geloof niet in de cultuurstrijd. Ik ben brildrager, classicus, aspirant-lid van de elite, iemand die heeft gehuild bij dansvoorstellingen in Amsterdam, Den Haag en Leiden; die van zowel Marinetti als Kaváfis de Wikipedia-lemmata uitvoerig heeft bestudeerd, maar ik geloof niet in de cultuurstrijd en ik volg met veel genoegen zowel Oh oh Cherso als Oh oh Senneroog.

Cherso vind ik zelfs iets leuker. Maakt mij dat barbaar? Ben ik beschaafd? Of ben ik misschien net als de Minotaurus, half stier half mens? Ben ik zoals Ovidius dichtte, semibovemque virum semivirumque bovem? Fifty-fifty monster en mens.

Directe aanleiding voor het cultuurdebat is een geld-kwestie: er moet 1,7 procent bezuinigd worden op het totale (gesubsidieerde en ongesubsidieerde) kunstbudget. Maar onder die geldkwestie schuilt een veel spannender en urgentere vraag: wat is beschaving?

Als iemand mij dwingt te kiezen tussen Cherso en Senneroog, kies ik voor Cherso. Al was het maar omdat dat programma een onthullend, documentair karakter heeft (ongeveer zoals de roman Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje dat ook had). Renske de Greef vergeleek de serie in nrc.next met National Geographic: je ziet eens een milieu waar je zelf niet toe behoort.

Alhoewel. "Wat je in Oh Oh Cherso ziet", zei Jokertje onlangs in De Telegraaf, "gebeurt ook op vakanties van andere jongeren." Dat klopt, zei mijn vriendin. Zij vierde vorig jaar vakantie op Chersonissos. Gewoon omdat dat kan, zoals ze ook naar Mahler gaat. Ze was daar op vakantie met drie vriendinnen. Ze dronken baco'tjes. Ze gingen naar de BioBio en het Hof van Holland. Mijn vriendin doet promotieonderzoek. Haar vriendinnen zijn respectievelijk twee artsen in opleiding en een fiscaal juriste.

Gelukkig ben ik niet de enige die Oh oh Cherso volgt. Gerrit Komrij, literatuurpaus, kijkt ook. Net als Anil Ramdas, publicist. Althans, ze schrijven er over. Komrij, bijvoorbeeld, meldde deze week op zijn Facebookpagina: "Oh oh Cherso en het nieuwe kabinet-Rutte: twee kanten van dezelfde medaille." En Ramdas noemde in de Volkskrant Oh oh Cherso als een van de oorzaken van het ontstaan van white trash . Als dat waar is, dan zijn er veel übertokkies onder mijn vrienden. Mijn vrienden - cultuurminnaars, academisch geschoold - kijken ook. Tokkies? Allemaal trash?

Er is iets anders aan de hand. Het genre realityshow leek hopeloos uitgekauwd sinds The Real World (1992) en Big Brother (1999). Maar Oh oh Cherso is vernieuwend: de montage is sneller, verfijnder; het scouten van deelnemers slimmer en er wordt dit keer niemand weggestemd.

Ook grappig: deze show gaat juist niet over platte seks. Het is een vrij moralistisch programma over waarden als vriendschap, trouw. Er wordt relatief weinig geneukt. Jokertje: hij lult de hele tijd over tieten-tieten-tieten, maar scoort nooit. Het is net Veertig dagen zonder seks voor hem. Of neem Snipertje (die wel heeft gescoord): hij moest in aflevering twee aan zijn maten uitleggen waarom hij naar andere meisjes keek. Hij heeft toch geslapen met Little Princess? Dan heb je toch verkering? Het is bijna ontroerend. Net als Sterretje, een boom van een kerel met tatoeages, die stapelverliefd wordt. "Ik ben dertig kilo aangekomen aan vlinders. Echt helemaal top."

Ik wil niet zeggen dat Oh oh Cherso kunst is - wees niet bang, u hoeft echt niet te kijken - maar er is meer aan de hand dan bier en tieten.

De nobele wilden van Cherso houden ons ook een spiegel voor: hoe beschaafd zijn we zelf? In een van de afleveringen struikelt het domme blondje Barbie over het woordje 'kipnugget', net zolang tot ze, half per ongeluk 'kinderkut' zegt. Flauw, dacht ik. En ik dacht hetzelfde toen ik deze week in NRC Handelsblad columnist Frits Abrahams een hele paragraaf lang zag struikelen over de juiste uitspraak van het woord 'vagina'.

Wie de moral highground wil vinden, kan soms beter naar Cherso gaan. Er zijn meer voorbeelden. Theaterma-ker Ko van den Bosch die de bezuinigingsplannen "een sociaal-culturele Kristallnacht" noemde. Of een artikel in De Groene Amsterdammer, deze maand, waarin Colet van der Ven de taal van Wilders gelijkstelt aan de Lingua Tertii Imperii. Dat klinkt chique, en ze citeert er Viktor Klemperer en Judith Butler bij, maar tussen de regels staat gewoon WILDERS IS EEN VUILE FASCIST. Een GeenStijl-reaguurder zou er een permaban voor krijgen.

GeenStijl, intussen, is een respectabel medium gewor-den, geraadpleegd door links en rechts, hoog en laag. Juist hier floreerde de afgelopen jaren de journalistieke en stilistische brille en vernieuwing. Soit, soms was het plat, maar niet platter dan Vrij Nederland eind jaren tachtig, toen het blad de (inmiddels gerehabiliteerde) wetenschapper Wouter Buikhuisen maandenlang uit-schold voor onder meer 'fascist', ' impotent' en 'hoerige wetenschapper'.

Grappig is ook hoe GeenStijl-idioom nu ook in de 'elite-kranten' opduikt. Zoals 'huilie huilie doen' (jeremiëren). Of zoals dat typische GeenStijl-foefje van de strike-through (een stilistisch middel waarbij een columnist een gedeelte van zijn tekst wegstreept): die truc zag je het afgelopen jaar ook in verschillende nrc.next-columns.

We leven in een tijd van omdraaiingen, van stuivertje wisselen, van stoelendans. Het was nog niet zo lang geleden dat Karel van het Reve in zijn geschutskoepel moest klimmen om de 'elitaire kunst' te verdedigen tegen de linkse populisten, die liever straatmuzikanten zagen dan een symfonieorkest (zo'n tromboneclubje). Nu strijdt links voor het behoudt van diezelfde instituten. Verwarrend.

Verwarrend is ook dat een pulpprogramma als RTL Boulevard een pianospelende, tweedjasjesdragende conservatieve rechtsfilosoof als Thierry Baudet (27) vraagt als politiek commentator. Dat geeft de culturele elite een unheimisch gevoel, vergelijkbaar met de verwarring die blanke inwoners van grote steden in de jaren zeventig gevoeld moeten hebben toen de buurtwinkeltjes veranderden en de buren barbaren leken.

Vroeger was het simpel. Als we grappen wilden maken over platte Hagenezen, hadden we daar onze eigen academici voor, zoals Van Kooten & de Bie, of striptekenaar en ex-gymnasiast Marnix Rueb, bedenker van Haagse Harry. Nu maken de Hagenezen grappen over zichzelf. Ze zijn er trots op en hebben ons niet nodig.

Vroeger was het simpel: toen waren schrijvers de televisiepersoonlijkheden. En als Wolkers of Bomans een week alleen op een eiland gingen zitten, zoals toen op Rottumerplaat, dan was dat het gesprek van de dag. Over die verwarring gaat een boek van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco, die deze maand een bezoek bracht aan Nederland. Hij vertelde over De barbaren, een essay dat onlangs is vertaald naar het Nederlands. Baricco zegt dat er geen absolute scheiding is tussen barbaar en beschaving - maar hij is geen cultuurrelativist. Hij vertelt alleen maar dat het idee van beschaving aan het ver-schuiven is, bijvoorbeeld door internet. Een diepte-cultuur maakt plaats voor een oppervlakte-cultuur. Die is niet beter of slechter maar anders, en je moet er rekening mee houden. Die verschuiving zorgt voor verwarring. Hij beschrijft zijn generatie ergens in het boek aldus: "Ik zag ons daar staan [ ] met ons hoofd aan de ene kant en ons hart aan de andere kant, half zoogdier en half vis, in tweeën gescheurd door een mutatie die te vroeg of te laat was gekomen."

Zijn boek getuigt van een zeldzaam soort voorthuppelend inzicht. Sinds ik dat boek las, snap ik opeens mijn eigen cultuurconsumptie: waarom ik op internet heen en weer schiet van hoog naar laag, van de Arts and Letters Daily naar GeenStijl; waarom ik op shuffle play sta en geniet van zowel Senneroog als Cherso.

Ik ben inderdaad een Minotaurus: half barbaar, half beschaafd.

Wie dit boek leest snapt dat een manifestatie voor 'beschaving', zoals Freek de Jonge wil, ingewikkeld is geworden. Je kunt een Minotaurus moeilijk in tweeën knippen: die stierenkop afhakken, maar dat mensenlijf bewaren.

Maar wat moet er dan wel gebeuren?

Er bestaat een inzichtelijke episode uit Oh oh Cherso waarin Barbie de Minotaurus moet afstoffen. Die gaat zo. Barbie moet werken in de 1.99 euroshop, een souvenirwinkeltje, waar replica's van oud-Griekse beeldjes worden verkocht. Die oudheden moet ze schoonmaken met een Swiffer Duster. "Ik ben toch geen Marokkáan!?", protesteert ze eerst. Dan ziet ze de poppetjes. "O, kijk, Romeinuh!" Tijdens het stoffen stoot ze een beeldje van een Minotaurus-kop om. Het is stuk. Snel legt ze het terug, bij de andere Minotaurusjes.

Misschien zie ik te veel, maar ik kreeg eventjes een visioen van Barbie die de oude beschaving afstoft.

Dat visioen gaat als volgt. In plaats van de huidige ad hoc-discussie over geldzaken, verdiept de culturele elite zich fundamenteel in de vraag voor wie ze eigenlijk cateren en wat beschaving tegenwoordig eigenlijk is. Het zal een duurzamer strategie blijken dan nu dogmatisch en pavlovachtig te jeremiëren, en over vier jaar weer om geld te moeten vragen.

Goed, goed, zegt u, maar intussen wordt het symfonieorkest mishandeld. Inderdaad: misschien verdwijnen er orkesten. Maar het is een populair misverstand dat wat wordt afgeschaft, voor eeuwig is verdwenen. Kunst is een come back kid.

Geld heb ik niet, wel twee mogelijk lucratieve voorbeelden van moderne Minotaurussen. De eerste is Clay Shirky (1964). Hij studeerde cum laude af aan Yale in de schone kunsten. Hij zei dat Tolstoj overschat is. Daar kreeg hij bijna meer woedende reacties op dan er Tolstoj-lezers zijn (hij schrijft trouwens ook praktische artikelen over nieuwe verdienmodellen voor de kunstwereld).

Een tweede Minotaurus komt uit Cherso. Het is de zanger Stromae (omdraaitaal voor 'Maestro'). Deze zomer scoorde hij de clubhit Alors on danse, die ook op Kreta vaak klonk. Stromae is half Belgisch, half Rwandees. Zijn muziek is intellectueel en commercieel. In Knack vertelde hij onlangs: "Ik wil vertolken. Ik wil mijn teksten brengen. Acteren bijna. Zoals de groten van de Franse folk. Mijn grootste held? Jacques Brel." Als Stromae op 22 november naar de Heineken Music hall komt, ben ik er ook.

Alors. Dansen.

Discussieer verder over cultuur.

Arjen van Veelen (1980) journalist & essayist en auteur van de essaybundel Over rusteloosheid. Zie ook zijn persoonlijke website .


Dit essay verscheen eerder in het NRC handelsblad.