Duurzaamheid is meer dan het verminderen van CO2-uitstoot. Het gaat om de hele brandstofketen, dus ook over milieuproblemen bij winning en afval, over voorzieningszekerheid, over groene banen, over (prijs-)afhankelijkheid en over geopolitieke veiligheid. Zogenaamde oplossingen als kernenergie en het ondergronds dumpen van de CO2 die vrijkomt bij verbranding van kolen zijn allerminst duurzaam. Immers, kernenergie produceert enorm gevaarlijk afval dat 240.000 jaar schadelijk blijft. Het dumpen van CO2 onder de grond kost zoveel energie dat eenderde van de energieproductie van een kolencentrale hieraan opgaat. Hierdoor versterk je juist de andere problemen die kolencentrales veroorzaken zoals de uitstoot van gifstoffen bij de verbranding, vervuiling bij de mijnbouw alsmede afhankelijkheid van landen waar de kolen vandaan komen.
Het meest genoemde bezwaar tegen duurzame energie is de prijs. Vreemd, want wind en zon zijn juist gratis. De omzetting in elektriciteit kost uiteraard geld, maar de investeringskosten zullen door betere technologie en schaalvergroting alleen maar dalen. Hoe anders is het beeld rond kolen- en atoomstroom: de brandstofkosten blijven stijgen door toenemende schaarste.
Politici hebben afgesproken dat in 2020 eenderde van onze stroomconsumptie duurzaam is geproduceerd. Maar onze doelen moeten verder reiken dan 2020. Als we nu niet de weg vrij maken voor een 100% schone energievoorziening in 2050 en doorgaan met de bouw van nieuwe kolen en kerncentrales, zal halverwege duidelijk worden dat de weg naar een 100% schone energievoorziening geblokkeerd is. Windparken en zonne-cellen produceren namelijk veel stroom als het hard waait of de zon schijnt en minder als dat niet het geval is. Dit vraagt flexibiliteit van de andere energiebronnen in het netwerk. Gascentrales en opslag van energie bieden deze flexibiliteit. Kolen en kerncentrales absoluut niet. Ze produceren altijd dezelfde hoeveelheid stroom en kunnen moeilijk uitgeschakeld worden als het hard waait of als de zon schijnt. Hoe meer kolen en kerncentrales worden gebouwd hoe minder aantrekkelijk het daardoor wordt om in schone energiebronnen te investeren. En hoe verder een schone energievoorziening naar een verre toekomst verdwijnt.
De politicus die de komst van meer kolen en kerncentrales toestaat, frustreert dus de vergroening van onze energievoorziening op lange termijn. Politici moeten daarom (durven) kiezen. En wie kiest voor meer kolen- en kerncentrales, zoals het CDA en de VVD, zegt nee tegen meer duurzame elektriciteit. Wie, zoals de PvdA, meer duurzame energie wil verzilveren in een politieke uitruil met een extra kerncentrale, zal bedrogen uitkomen. Want een keuze voor kern is een keuze tegen schone energie, en daarmee tegen meer voorzieningszekerheid en een betaalbare energievoorziening op lange termijn. En/en bestaat niet, het is of/of. En de keuze is aan de politiek: kern en kolen, of echte verduurzaming met zon en wind.
DISCUSSIEER VERDER OVER DUURZAAMHEID
Joris Thijssen is campagnedirecteur van Greenpeace.