Anderhalf uur lang weet Pieter Winsemius zijn publiek ademloos te boeien met zijn lezing over burgerparticipatie. Hij heeft niet meer nodig dan een stift en een flip-over om zijn verhaal vol beeldende anekdotes kracht bij te zetten. Dat is bijzonder voor de presentatie van een onderzoek dat wordt uitgevoerd door een raad die zich bezighoudt met ‘alles waar diep over nagedacht moet worden of zich uitstrekt over een tijd die langer dan een kabinetsperiode is’, in de woorden van oud-premier Ruud Lubbers. Hoewel de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) niet vaak op de voorgrond treedt, weet Winsemius met zijn betoog duidelijk te maken dat het onderzoek dat de raad doet wel degelijk een substantiële bijdrage kan leveren aan het publieke debat. Tel daarbij de eloquentie van deze spreker op, en een inhoudelijk interessante en tevens vermakelijke avond is gegarandeerd.
‘Geleid door democratische idealen vinden wij in Nederland dat kinderen van dezelfde leeftijd bij elkaar in de klas moeten zitten. Als daardoor kinderen – van wie de VMBO’ers al vaak met een achterstand beginnen – niet langer dan twee jaar over een leerjaar mogen doen, leidt dat tot schooluitval; ze komen op het laagste MBO-niveau terecht. Dat betekent dat dit beleid niet is gemaakt voor deze kinderen en dus heeft de logica van dit beleid gefaald’, stelt Winsemius. ‘Veel VMBO-scholen staan niet voor niets bekend als afvoerputjes. Het onderzoek dat we uitvoeren gaat over de kloof tussen de logica’s die beleidsmakers en burgers volgen; die schuren vaak met elkaar.’ Aan de hand van ironische voorbeelden legt de oud-minister van VROM uit hoe de overheid het contact met heel veel sociale groepen in de samenleving is verloren en ze uiteindelijk alleen maar de hoogopgeleide, NRC lezende en in vooroorlogse herenhuizen wonende burger bereikt.
Hoewel beleidsmakers veel groepen niet meer kunnen bereiken, hebben die groepen heel veel zelforganiserend vermogen waar gebruik van kan worden gemaakt volgens Winsemius. ‘Als het Nederlands elftal speelt weten de bewoners van het Haagse Laakkwartier zich zo te mobiliseren dat de ME honderden agenten nodig heeft om de rust bewaken, en met oud en nieuw organiseren ze gigantische vreugdevuren. In Amsterdam kregen rokende cafébezoekers binnen
no time 4000 mensen zover om staand een glas bier te drinken op de Noordermarkt omdat de gemeente dat, in hun ogen zinloos, had verboden. Ze kunnen zichzelf prima organiseren maar ontwikkelen daardoor wel hun eigen logica, die op den duur gaat botsen met andere ideeën.’ Over de oplossing is Winsemius duidelijk: ‘We moeten bruggen slaan met deze groepen, bijvoorbeeld in de vorm van de wijkagent of de woningcorporaties.’ Als dat niet gebeurt dreigen deze groepen onvoorspelbaar te worden, waarschuwt hij.
Burgerparticipatie is het panacee voor het probleem van deze vervreemding. ‘Als mensen door elkaar heen lopen in een stationshal loopt niemand tegen elkaar op, terwijl er geen regels zijn. Burgers die worden gedwongen zelf op te letten en te handelen, nemen verantwoordelijkheid op zich’, gelooft Winsemius. ‘Die participatie kan zich op allerlei manieren uiten; als Unilever na een actie van Greenpeace zijn contracten met partijen opzegt die hun producten niet duurzaam produceren is dat ook burgerparticipatie.’ Politiek moet dus om de logica van gewone mensen gaan, niet voor niets het statement dat Winsemius al aan het begin van zijn lezing maakte. ‘De overheid moet serieus nagaan wat burgers bezighoudt.’ Dat moeten we opvatten als een serieus verwijt aan het adres van de gevestigde elite. Na deze boeiende lezing ben ik benieuwd naar het rapport van het onderzoek, dat de WRR naar verwachting in de loop van 2011 zal publiceren.
Sjors Overman is research masterstudent aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.
Reageer