Waar staan wij voor?

23 december 2009 09:00
Wouter Scheepens

Duurzaam of maatschappelijk verantwoord ondernemen lijkt, als je kijkt naar de mate waarin hierover gesproken en geschreven wordt, steeds meer de norm te worden. Toch is het te vroeg om te concluderen dat dit al daadwerkelijk het geval is. Ik constateer dat er in hoge mate sprake is van willen, maar dat er nog veel verwarring is over hoe vandaar verder te gaan. Eén van de problemen daarbij is dat bedrijven, gezagsdragers en burgers zeer sterk gedreven zijn door het vinden van snelle oplossingen. Maar volgens mij moeten al deze groepen eerst meer tijd besteden aan een fundamentele vraag: “waar staan wij voor?”.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt steeds vaker gezien als een factor die bepaalt of een bedrijf succesvol zal zijn. Maar met recht kan een bedrijf zich afvragen wat die “maatschappij” waarin het opereert nu eigenlijk is. Vroeger was dat de gemeenschap rond de dorpspomp, of waren het belanghebbenden binnen de nationale context; partijen kenden elkaar. Maar in een sterk geglobaliseerde economie, met internationale ketens kent men elkaar niet altijd meer. Verwachtingen en belangen zijn mede cultureel bepaald. Bedrijven moeten binnen die uitdagende context toch steeds concurrerende producten leveren tegen scherpe prijzen. Innoveren, opschalen en vermarkten, dat zijn kernthema’s voor managers en bestuurders. Ook duurzaam ondernemen lijken zij vaak graag in deze dynamiek mee te pakken. Zij moeten mee in het tempo van de markt en lijken geen tijd te nemen voor fundamentele vragen als “waar staan wij voor?”. Toch meen ik dat juist daar aandacht aan moet worden besteed. Kun je in een dynamische wereldeconomie, waarin beslissingen vaak snel moeten worden genomen, succesvol zijn zonder het kompas dat je waarden kunnen bieden?

Ook gezagdragers staan onder druk. In Het Financieele Dagblad van 19 december wordt vastgesteld dat bijvoorbeeld Ministers, rechters en politieagenten in hoog tempo hun gezag verliezen. Saskia Stuiveling, de president van de Algemene Rekenkamer waarschuwt in het artikel voor defensieve reflexen bij gezagsdragers. “Als blijkt dat je gezag als institutie niet meer vanzelfsprekend is, dan heeft het geen enkele zin om de schuld bij anderen te leggen. Jíj bent degene die zich achter de oren moet krabben en op zoek moet naar nieuwe manieren om je gezag weer op te bouwen.” Focus en gevoel van urgentie zijn ingrediënten om tot een goede oplossing te komen. Naar mijn mening moet dus ook hier de vraag worden gesteld: ”waar staan wij voor?”

Ook burgers moeten zich de vraag stellen waarvoor zij staan. Dus niet onverplicht roepen om een “duurzame wereld”, en claimen dat bedrijven en politiek het maar moeten regelen. Naar de “Kiloknaller” gaan en roepen dat je het milieu belangrijk vindt, is lastig uit te leggen. Laat je portemonnaie je idealen volgen, ga het debat aan en laat je stem horen bij verkiezingen. Een burger die zegt te staan voor verduurzaming, zal dit door zijn daden moeten bewijzen.

Het tempo van leven en werken ligt hoger dan ooit tevoren. Om in deze snelheid overeind te blijven, zullen we naar mijn mening meer tijd moeten nemen voor reflectie. Alleen als je goed weet “waar je voor staat”, kun je instinctief die beslissingen nemen die ook op lange termijn passen. Zonder het kompas van je waarden, raak je verdwaald in mogelijkheden en onmogelijkheden. Dus, om mee te kunnen blijven rennen, moet je zo nu en dan stil staan, om je heen kijken en reflecteren. In de bevoorrechte positie waarin wij ons hier bevinden, lijkt de noodzaak tot reflectie nogal eens over het hoofd te worden gezien. Dwight Eisenhower gaf echter krachtig aan hoe voorrechten en waarden zich verhouden, toen hij stelde: “A people that values its privileges above its principles soon loses both”. Ik wens u voor 2010 reflectie toe en het antwoord op de vraag waar u voor staat.

Reageer


Wouter Scheepens,
Steward Redqueen