In Het Financieele Dagblad van 29 oktober 2009 geeft VN-klimaatbaas Yvo de Boer aan dat een uitgewerkt Kopenhagenverdrag onhaalbaar is. Er is te weinig tijd om internationale verschillen te overbruggen. Het commitment van de USA is vooralsnog onduidelijk, ontwikkelingslanden zoeken compensatie van het Westen. In deze dynamiek lijkt Europa eensgezind, maar zal dat niet blijken te zijn. Te weinig tijd zegt De Boer, maar vergeet niet dat die onderhandelingen al een hele tijd lopen. Te moeilijk, te duur, te veel tegengestelde belangen, te weinig leiderschap, daar kan geen tijd tegen op.
Dus: de krantenlezer ziet onheil op zich afkomen en ziet dat de internationale politiek dit niet lijkt te kunnen verhinderen. Een klimaatcampagne kan dit niet compenseren.
Het klimaatprobleem is voor de gemiddelde consument, bedrijf en politicus toch een beetje een “ver-van-mijn-bed-show”. Zelfs als je het probleem onderkent, werpt zich de vraag op of jouw individuele maatregel bijdraagt aan de oplossing. Als ik mijn auto laat staan, heeft dat dan echt enige impact op het milieu? Er rijden hier nog zoveel andere auto’s. En kijk eens naar het aantal auto’s dat er in China en India bijkomt. Over kolencentrales nog niet eens gesproken. Voor de politiek is het dus de vraag of klimaatcampagnes wel enig effect zullen sorteren. Laat staan wat een energie het zal kosten om tot internationale consensus en vooral verandering van gedrag te komen! Het enige wat helpt is een internationale carbontax; maar daarover zal geen overeenstemming komen.
Dit roept bij mij de vraag op of het klimaat- en energievraagstuk niet op een hele andere manier moet worden ingestoken. De wereldwijde vraag naar energie zal de komende decennia stevig blijven stijgen. En als de vraag stijgt, stijgen de prijzen. De leveranciers van fossiele brandstoffen rekenen zich rijk. De ellende is dat veel van die leveranciers landen zijn waar wij wat gemengde gevoelens over hebben. Rusland, de Arabische wereld; het zijn zakenpartners, maar bij hun waarden worden wel kanttekeningen geplaatst. Hoe meer we van hen afhankelijk worden, hoe lastiger het wordt om die waarden overeind te houden. Hoe irreëel is de verwachting dat wij de komende jaren geconfronteerd gaan worden met de grillen van leverende landen. “Als jullie niet dit, dan draai ik de gaskraan dicht.” Oost-Europa heeft dat afgelopen winter al ervaren. Afhankelijkheid is altijd vervelend. Vooral als het gaat over noodzakelijke levensvoorwaarden als energie.
Mijn stelling is dat we deze energieafhankelijkheid fors moeten afbouwen. Dat betekent investeren in alternatieve energiebronnen. Dat vergt consistent overheidsbeleid om dit te faciliteren. En dat betekent innovatie stimuleren.
Wat we niet moeten doen is suboptimale oplossingen zo subsidiëren dat we met verkeerde oplossingen komen. Innovatie vraagt competitie en marktdiscipline. Voor energieonafhankelijkheid moeten we ons meer door Schumpeter (creative destruction) laten inspireren dan door Matlhus. Uit een keiharde slag om de beste energie voor de minste euro’s zal een winnaar naar voren komen. Niet makkelijk en niet snel, maar er is alle reden dit zoekproces nu te accelereren. En een prettige bijkomstigheid van moderne energie die we zelf kunnen opwekken: minder uitstoot van broeikasgassen.
Wij zijn in dit scenario niet afhankelijk van de wens van andere landen, maar nemen het heft in eigen hand. Wij zijn er goed mee en de wereld is gediend met ons eigen belang. Geen geld dus meer naar klimaatcampagnes; alleen nog maar naar duurzame innovatie. Zet hier maar eens een paar knappe koppen op!
Wouter Scheepens,
Steward Redqueen
›
Reageer op deze column
›
Reageer op de stelling "Klimaatcampagnes kunnen prikkelender want niemand zit te wachten op doemscenario's"