Dat niet, maar wat dan wel? Hoe ziet Nederland de zwaarste economische crisis sinds begin jaren tachtig? Nederlanders zijn somber en zorgeloos tegelijk, zo blijkt uit het onderzoek. Meer dan de helft verwacht een crisis die twee tot vijf jaar duurt. Maar meer mensen (70 procent) dan in voorgaande onderzoeken zeggen gelukkig te zijn. En tegenover de 15 procent van de bevolking die al persoonlijk is geraakt door de crisis (banenverlies, vermogensverlies) en 33 procent die zich wel wat zorgen maakt, staat 43 procent die niet bezorgd is.
De economische crisis is dan ook niet zorg nummer één. De economie krijgt ‘maar’ 45 procent. De normen- en waardencrisis’, zoals het onderzoek het noemt, krijgt 56 procent. Minister van Financiën Wouter Bos (PvdA), die de uitkomsten gistermiddag in ontvangst nam, zei zelf de economische crisis wel bovenaan te zetten.
De vier meest genoemde uitingsvormen van de normen en waardencrisis zijn: afname van tolerantie en respect, toename van verbaal geweld, toename van invloed van andere culturen en toename van hebzucht.
De uitkomsten van het onderzoek duiden op stilte voor de storm. Nederland rekent op een langere crisis, maar nu nog even
niet. D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold vertolkte het zorgeloze gevoel gisteren het best: het is „de economische conjunctuur die een beetje tegenzit”. Het Centraal Planbureau daarentegen raamt een verdubbeling van de werkloosheid tot 730.000 mensen in 2010. Dat is 9,5 procent van de beroepsbevolking, een percentage dat bijna zo hoog is als in de crisis begin jaren tachtig.
De verwachtingen van het Planbureau, de uitslag van de Europese verkiezingen en het 21minutenonderzoek bieden genoeg materiaal om het kabinet en de regeringspartijen onrustig te maken.
Het onderzoek identificeert een groep van ongeveer een zesde van de bevolking die in talloze, elkaar versterkende ervaringen gefrustreerd is over de samenleving. Zij heten in het onderzoek „ de Nederlanders met de negatieve gevoelens”.
Zij zijn vaker werkloos, vaker arbeidsongeschikt, vaker getroffen door criminaliteit, hebben vaker een laag inkomen en komen vaker maandelijks geld tekort. Zij stemden in 2006 relatief vaker op de SP en de PVV. Bij de Europese
Verkiezingen eerder deze maand was de PVV de grote winnaar, de SP een grote verliezer.
De crisis kan de groep met negatieve gevoelens over de samenleving verder laten groeien. De grote golf ontslagen nog moet komen. Politieke polarisatie heeft de wind in de zeilen. Het benoemen van de normen- en waardencrisis als zorg nummer een geeft tevens aan dat burgers niet alleen worden aangevuurd door materiële tegenslag,maar ook door andere zorgen.
Naast politieke polarisatie geeft het onderzoek ook inzicht in de potentiële sociaal-economische polarisatie. De verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar is de kern van het bezuinigingspakket van het kabinet. Maar de burgers voelen daar niets voor: 56 procent vindt het geen goede maatregel. Van de mensen die de verhoging wel steunen zegt meer dan de helft dat die niet helpt om de crisis te bestrijden.
De strijd tekent zich af. De leidende tegenstander van de leeftijdsverhoging is de vakcentrale FNV. De FNV probeert in de SER, hét sociaal-economische overlegforum, uiterlijk 1 oktober een compromis te vinden dat genoeg geld oplevert om de AOW te laten zoals die is. Het CDA kiest in de Tweede Kamer inmiddels duidelijk het kabinetsstandpunt.
De vorige keer dat een kabinet een omstreden pensioenmaatregel wilde nemen was één grote demonstratie van de vakbeweging
(Museumplein; 2004) voldoende voor vergaande aanpassingen. Toen zat de Partij van de Arbeid in de oppositie. Toen was het geen crisis. Nu kan de dubbel gevoelde crisis van normen en waarden én van de economie de onlustgevoelens gemakkelijk versterken.
(c) 2009 NRC Handelsblad BV, auteur: Menno Tamminga (26 juni 2009),
http://archief.nrc.nl/index.php/2009/Juni/26/Economie/13/Meer+geluk,+ondanks+de+crisis.
(
klap artikel in)