De Academy

Ieder jaar selecteert
De Publieke Zaak, één van de initiatiefnemers van De Nationale Dialoog, een groep jonge enthousiaste en betrokken deelnemers om journalistieke masterclasses te volgen en journalistieke ervaring op te doen.
De Academy duurt een half jaar, waarin de studenten eens per maand bijeenkomen voor interactieve masterclasses. Tijdens deze sessies spreken experts uit de mediawereld aan de hand van concrete opdrachten over uiteenlopende (journalistieke) onderwerpen. Daarnaast komen inspirerende persoonlijkheden buiten de mediawereld langs voor verdieping van een maatschappelijk onderwerp. Iedere maand is gekoppeld aan een specifiek thema. Betrokkenheid bij de samenleving en maatschappelijke actie zijn hierbij de rode draad.
Afronding Academy leidt tot creatieve invalshoeken
Op woensdag 30 september vond de laatste bijeenkomst van de Academy plaats. In Pakhuis de Zwijger verzamelden de deelnemers zich rond het middaguur voor een masterclass van Hilda Bouma (journalist FD). Met vragen als ‘wat is nieuws?’ en ‘wat is de taak van de journalist?’ werden de aanwezigen door haar uitgedaagd om hun hoofden hier eens kritisch over te breken. Deze vragen leidde tot een interessante discussie en vernieuwende inzichten voor de jonge journalisten in spé.
›
Klap artikel in/uit
Na de masterclass maakten de deelnemers zich klaar om zich voor te bereiden voor de officiële afsluiting van de Academy. Tijdens deze sessie werden de deuren geopend voor collega’s van De Publieke Zaak en journalistieke begeleiders van de deelnemers. Er was dan ook een leuke mix van mensen bij elkaar om de presentatie van de laatste opdrachten bij te wonen. Het centrale onderwerp van de eindopdracht was de financieel-economische crisis en de gevolgen hiervan voor de burger.
De eindpresentatie werd afgetrapt met het filmpje ‘De yup in crisistijd’. Dunya van Troost, Karim Abbara en Marjolein Monkel wilde de effecten van de crisis bestuderen voor de yup; want is de goedverdiendende yup nog wel zo welvarend in deze tijd? Klik hier om hun resultaat te bekijken. Bertine Moenaff en Marieke Schenk hadden zich gericht op de gevolgen van de crisis voor de vrouw. Zij zetten hun inzichten hierover op papier; in hun artikel stelde ze ter discussie of er juist sprake is van een kans voor de vrouw om dat de crisis ontstaan zou zijn door ‘typisch’ mannelijke eigenschappen als te veel risico’s nemen, macho gedrag en het najagen van status. De eindproducten van deze deelnemers leidde tot een interessante discussie tussen de aanwezigen.
De nabespreking werd nog eens aangewakkerd door de presentatie van de laatste eindopdracht. Deelnemer Sara Murawski gaf een voordracht van haar twee columns. In haar eerste columns ging zij in op de visie van Jehova-getuigen op de crisis. De tweede column gaf een alternatieve kijk op de crisis weer en had de titel ‘Crisis als einde van het ik-tijdperk. Om haar columns en andere producten van de Academy te bewonderen, zie hieronder.
Hoe nu verder?
De Publieke Zaak is erg trots dat de jonge journalisten in spé middels de Academy meer kennis en ervaring op hebben gedaan op journalistiek en maatschappelijk gebied. Ook zijn we zeer dankbaar voor de bijdragen van de vele ervaren journalisten die voor de deelnemers aan de slag gegaan als coach. We zijn daarnaast Pakhuis de Zwijger erg dankbaar; via hen was het mogelijk om de bijeenkomsten op een inspirerende en bijzonder mooie locatie in Amsterdam te organiseren.
Het is nu tijd om de afgelopen Academy te evalueren; we kijken vooralsnog met een goed gevoel terug op het resultaat van de afgelopen Academy. Wilt u meer weten over de Academy? Klik hier voor meer informatie of neem contact op met Annick Mantoua via
annick@publiekezaak.nl.
De Publieke Zaak bedankt
Pakhuis de Zwijger,
Favela Fabric, Yoeri Albrecht, Hilda Bouma (FD), Mark Berkouwer (Favela Fabric), Kustaw Bessems (De Pers), Maarten Bouwhuis (o.a. BNR Nieuwsradio), Wim Bossema, Robert van Brandwijk (Metro), Bart Breukel (RTV-NH), Harry van Dam (Paapstvandam), Marcel van Engelen (De Pers), Egbert Fransen (Pakhuis de Zwijger/Cultuurfabriek), Sascha Gouw (Fotografe), Nico Goebert, Thomas van Heste (Elsevier), Heiko Jessayan (FD), Aimée Kiene (Volkskrant), Steffie Kouters (Volkskrant), Annieke Kranenberg (Volkskrant), Aase Kretzchmar (Women inc.), Rob de Lange (FD), Jorien de Lege (Volkskrant), Eelco Meuleman (Volkskrant), Robin Uitham (Intermediair), Bert Wagendorp (Volkskrant), Yvonne Zonderop (Journalistieke Producties).
›
Klap artikel in/uit
Crisis of kans: Wat betekent de economische recessie voor vrouwen?
De economische crisis is nu al weer een jaar onderwerp van gesprek. Vanaf oktober 2008 werd het nieuws beheerst door de opstapeling van problemen in de financiële sector. Afgelopen Prinsjesdag stond ook de troonrede in het teken van de economische crisis. Koningin Beatrix stelde namens de regering dat de crisis Nederland hard geraakt heeft met faillissementen, geslonken vermogens en baanverlies. De gevolgen van de crisis nog lang gevoeld zullen worden. Volgens het Centraal Plan Bureau zal de werkeloosheid oplopen tot 8 % in 2010.
›
Klap artikel in/uit
Wat betekent de economische crisis voor vrouwen? Door sommigen wordt geopperd dat de economische crisis aan vrouwen juist de kans biedt om een grotere rol te gaan spelen in het bedrijfsleven, omdat de crisis ontstaan zou zijn door ‘typisch’ mannelijke eigenschappen als te veel risico's nemen, macho gedrag en het najagen van status. Vrouwen hebben vaak tijdelijke contracten en werken vaker parttime. Ze lopen daarmee de kans sneller ontslagen te worden. Maar lijden vrouwen meer dan mannen in tijden van crisis en werkeloosheid? Niet per sé als je het vraagt aan Mariska Regeling.
Mariska Regeling (23) werkt als management consultant bij Capgemini. In haar leven voelt ze de invloed van de economische crisis: “Als consultant werk je van opdracht naar opdracht. Sinds de crisis is het moeilijker geworden om een opdracht te vinden. Eerst kon je gewoon kiezen uit opdrachten en kon je het ook nog wel maken om ‘nee’ tegen een opdracht te zeggen, omdat het bijvoorbeeld niet uitdagend genoeg was, niet helemaal in lijn met je loopbaanrichting of te ver weg van je woonplaats. Als een consultant even geen opdracht heeft, wordt er gezegd dat hij of zij op de bank zit. Dit is normaal, maar sinds de crisis zitten er meer mensen langer op de bank.”
Regeling denkt dat de gevolgen van de economische crisis voor mannen en vrouwen in essentie hetzelfde zijn. Wel denkt ze dat de manier waarop mannen en vrouwen er mee omgaan verschilt: “Ik denk dat vrouw zijn ook in deze tijden nog al een nadeel heeft. Vooral vrouwen met kinderen. Twee of drie van mijn collega’s zijn een korte tijd nadat ze zijn bevallen, midden in de crisistijd, gestopt met werken. Deze vrouwen zijn niet zo flexibel: lange reistijden niet wenselijk, opdracht in het buitenland? Nee liever niet, de kleine is net geboren. Dit is natuurlijk per persoon verschillend, maar over het algemeen zie je toch dat mannen veel minder moeite hebben om hun gezin minder te zien dan vrouwen.”
Daarnaast ziet ze een ander soort verschil als minstens even belangrijk, namelijk het verschil tussen jongeren en ouderen: “Ik denk dat jonge mensen met ervaring in het voordeel zijn. Ze hebben genoeg kennis om daadwerkelijk wat te kunnen doen, maar hun salaris is nog niet super hoog en ze zijn over het algemeen erg flexibel.” Regeling denkt dat de economische crisis voor haar wel mogelijkheden biedt, maar dat deze niet zozeer samenhangen met het gegeven dat ze een vrouw is: “Voor mijzelf zie ik wel kansen. Doordat ik nog jong ben en flexibel onderscheid ik mezelf van andere vrouwen en val ik positief op. Dit heeft meer te maken met mijn persoonlijkheid dan met vrouw zijn, aangezien ik ook positief opval tegenover mannelijke collega's. Ik heb geen problemen om een wat andere opdracht te doen, mijn loopbaan richting is nog flexibel. Opdrachten in het buitenland? Ja graag. Extra reistijd? Oké niet ideaal, maar ik overleef het wel.”
Yvonne Benschop, hoogleraar Organizational Behaviour aan de Radboud Universiteit Nijmegen, gespecialiseerd in de werking van gender in organisaties, geeft aan dat volgens haar niet vrouwen, maar juist mannen harder getroffen worden door de crisis: “de economische crisis heeft harder toegeslagen in de sectoren waarin mannen traditioneel veel vaker werkzaam zijn, en minder in de sectoren waar veel vrouwen werken zoals zorg en onderwijs. Daarmee staat de werkgelegenheid voor mannen meer onder druk dan die voor vrouwen. Of dat op termijn ook zo blijft staat te bezien en is onder andere afhankelijk van de geplande bezuinigingen van de regering.” Met minder druk op hun werkgelegenheid zijn vrouwen volgens Benschop beter af.
Door sommigen wordt geopperd dat de crisis aan vrouwen juist de kans biedt om een grotere rol te gaan spelen in het bedrijfsleven omdat mannelijk macho gedrag deels ten grondslag zou liggen aan de crisis. Of de economische crisis zou kunnen zorgen voor een herwaardering van meer “vrouwelijke” waarden betwijfelt Benschop: “Dat zou mooi zijn, maar ik zie dat velen moeite hebben met de analyse dat masculiene waarden en gedragingen een bijdrage hebben geleverd aan de crisis. De herwaardering van vrouwelijke waarden wordt al heel lang gepropageerd. We zien hier en daar wel elementen daarvan doordringen, bijvoorbeeld ten aanzien van leiderschap waarin coachend, participatief en transformatief leiderschap belangrijker worden gevonden dan het aloude autoritaire leiderschap. Maar die nieuwe vormen van leiderschap worden zelden expliciet benoemd als meer vrouwelijke waarden.”
- Marieke Schenk en Bertine Moenaff
›
Klap artikel in/uit
Crisis als einde van het ik-tijdperk
“The Times They Are a-Changin” – hoe vaak moeten we het gedoodverfde en te pas en te onpas aangehaalde citaat van Bob Dylan nog aanhoren voordat het eindelijk een beetje aan waarde inboet? Met het oog op de stormachtige toestand die momenteel de wereldeconomie in haar greep houdt lijkt het in elk geval voorlopig de meest toepasselijke uitspraak om de huidige tijden te beschrijven, mits we tenminste willen voorkomen dat deze crisis een zoveelste geval is waarbij het kapitalisme uit een schijnbaar verlies - hoe verpletterend ook - toch weer winst weet te slaan. Want, alle controverses over het begin van het einde daargelaten (Zitten we in de looping van een V-vorm of moeten we rekenen op een stevige “double u”?), de vraagt blijft: Wat doen we straks in de stilte na de storm?
›
Klap artikel in/uit
Eén ding is in elk geval duidelijk. Het is tijd voor een geheel andere aanpak. De kredietcrisis heeft aangetoond dat een blind vertrouwen in de markt gecombineerd met onverantwoord en risicovol ondernemen desastreuze gevolgen kan hebben. Nederland, bezien tegen de achtergrond van een globaliserend landschap waar nog veel ernstigere crises aan de horizon opdoemen, heeft behoefte aan een beleid waarin de mens in een nieuw licht geplaatst wordt en niet langer als de opgejaagde consument die slechts op eigenbelang uit is, maar als moreel, sociaal ingebed individu benaderd wordt. Deze tijd vraagt om een heroriëntatie op het marktwezen, om een duidelijke keuze voor duurzaamheid en om een vorm van economisch denken op de lange termijn dat over de grenzen van het landsbelang alleen heen kijkt.
Dat het heersende klimaat aan het veranderen is, blijkt uit de bijdrage aan het economische debat vanuit de minder conventionele hoeken van de economie, die in rap tempo aan populariteit winnen.
Esther-Mirjam Sent, hoogleraar Economsche Theorie en Economisch Beleid aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, biedt bijvoorbeeld een kijk op de mens die het huidige economische raamwerk zowel ondermijnt als overstijgt. In haar essay over de toekomst van de economie, dat de zaterdag voor Prinsjesdag verscheen in de Volkskrant, pleit zij voor een grondige wijziging van onze economische koers. Sent is van mening dat het huidige economische beleid nog teveel uitgaat van een rationeel individu, dat op koele wijze calculeert wat voor hem de optimale keuze is in een wereld die uit soortgelijke rationele actors bestaat. De mens wordt echter gedreven door emoties en angsten, beargumenteert Sent, en dat betekent dat de economie te allen tijde rekening moet houden met irrationele beslissingen en onverwachte kwinkslagen moet kunnen incasseren.
Sent meent dat het BBP niet langer als enige maatstaf voor welvaart kan dienen, omdat zaken als inkomensongelijkheid en milieueffecten niet mee worden genomen in de berekening daarvan; op die manier kan het BBP zelfs een vertekend beeld van welvaart geven. Bovendien blijkt dat de meetbaarheid van economische groei ook niet altijd te vertouwen is. Ze benadrukt dat het CPB en het CBS wel erg brede marges hanteren als het de betrouwbaarheid van cijfers betreft (zo werd door het CPB voor 2009 nog een economische groei van 1,25% voorspeld; in 2009 bleek die groei plots een krimp te zijn) en dat dergelijke voorspellingen, gecombineerd met de uitspraken van een stuntelige premier (“We zitten in een diepe recessie”), tot self-fulfilling prophecies kunnen verworden. Immers is de solvabiliteit van een bank, bijvoorbeeld, uiteindelijk afhankelijk van het vertrouwen dat de mensen in die bank hebben en niet van de naakte feiten zelf: Een gegeven waar de politiek voorzichtig mee om zou moeten springen. Een door de regering gestimuleerd doemscenario van onze economische toekomst zou op die manier een negatieve weerslag kunnen hebben op de maatschappij, doordat zij het bewustzijn, of liever gezegd het onderbewustzijn van de mens en daarmee het gedrag van de consument direct beïnvloedt.
Op dit punt kan de visie van Willem Vermeend, voormalig staatssecretaris van Financieën (augustus 1994 tot maart 2000) en Minister van Sociale Zaken (aansluitend op zijn staatssecretarisschap tot juli 2002) en tevens auteur van het onlangs verschenen De Wij Economie, misschien uitkomst bieden. Zijn kritiek op het huidige beleid is in veel opzichten gelijkend aan dat van Sent (zo heeft hij het spottend over “economische groei, onze totempaal” en ligt de oplossing voor de economische malaise volgens hem in een grootschalige mentaliteitsverandering), maar hij is minder kritisch over de aanpak van de premier. In tegenstelling tot Sent plaatst hij Balkenende juist in een positief daglicht en legt uit dat diens herwaardering van het normen- en waardendebat heeft bijgedragen aan de ondergang van de zogenaamde Ik economie, die plaats moet maken voor de Wij economie. Deze Wij economie wordt gekenmerkt door een sterk moreel besef (zowel op nationaal –het “oranje-gevoel”– als internationaal niveau) en stuurt aan op maatschappelijk verantwoord ondernemen, een duurzaam milieu-beleid en de totstandkoming van een participatie-maatschappij. Kortom, actief burgerschap in een ethisch verantwoord jasje gecombineerd met een kleine, maar slimme overheid.
Sent en Vermeend zijn tegenwoordig geen uitzonderingen meer op de regel. Het besef dat we in ongelofelijk complexe, maar steeds kleiner wordende wereld leven en dat deze status quo ook om een radicaal andere aanpak vraagt dan die van het huidige kapitalistische systeem (grotendeels nog altijd gedomineerd door de modellen van de neo-klassieke economie, die dikwijls uitgaan van een egoïstisch individu als standaard), groeit. Onze toekomst, de toekomst van Nederland, mag niet verloren gaan in een wirwar van wanbeleid en de ongecontroleerde macht van politieke en economische instituties. Met deze crisis hebben we de kans om een nieuw tijdperk in te slaan; een kans die we niet links mogen laten liggen. Of, om het met Vermeend te zeggen: “Met deze mentaliteit gaan we het niet redden en kunnen we de maatschappelijke vraagstukken en economische problemen die na de crisis op de wereld afkomen niet oplossen. Oplossingen zijn alleen mogelijk met minder ik en meer wij.”
Kortom: Het einde van het korte termijn denken en het effectbejag van het kapitalistische gedachtegoed is passé. Verantwoord ondernemen en investeren in de toekomst is in. Laten we daar koploper in zijn en niet wachten tot we achter de feiten aanlopen. Want Nederland verdient beter.
- Sara Murawski
›
Klap artikel in/uit
Crisis is begin van het einde
“Wil jij vers 1 uit Timoteüs 3 voorlezen, Sara? Dan kun je meteen zien dat de kredietcrisis al in de Bijbel voorspeld is.” Het is tien uur ’s ochtends en ik zit nog wat slaperig aan mijn keukentafel met twee opgewekte Jehova-getuiges, Margaret en Christina, die gekomen zijn om mij een lesje bijbelstudie te geven. Ik besluit van de gelegenheid gebruik te maken en vraag ze naar hun visie op het ontstaan van en de betekenis van de kredietcrisis. Want hoewel de media verdeeld zijn (Was het het wanbeleid van Amerikaanse hypotheekverstrekkers? Het onverantwoorde gedrag van de bankiers? Of toch de exorbitante bonuscultuur?), is het voor Johova-getuiges zo klaar als een klontje: De kredietcrisis is een logisch gevolg van de mentaliteit van de moderne mens. En dat gegeven kun je rechtstreeks uit de Bijbel halen. ”
›
Klap artikel in/uit
Niewsgierig begin ik te lezen: “Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben.” Het is nogal wat.
De onbegrensde liefde voor het zelf en een sterk doorgedraaide vorm van warenfetisjisme zijn volgens Margaret en Christina inderdaad de directe oorzaken van de kredietcrisis. Maar het zijn tegelijktertijd ook symptomen van een veel groter gebeuren: Al deze ontwikkelingen zijn namelijk typische tekenen van het einde der tijden. Maar let wel: Het einde van ònze tijden en van ònze regeringen. Een einde luidt namelijk ook altijd een nieuw begin in en in dit geval wel een heel bijzonder begin: Namelijk de totstandkoming van Gods koninkrijk op aarde.
Jehova-getuigen leven in de wetenschap dat er twee werelden zijn. Enerzijds de onze (letterlijk gesproken de “goddeloze”, waar Satan met de scepter zwaait en dood en verderf tot de orde van de dag behoren), anderzijds het koninkrijk Gods, dat valt onder de heerschappij van Jezus. Dit is een rijk waar perfecte harmonie heerst, waar “de rechtvaardigen de aarde bezitten (Psalm 37:29),” en iedereen één is.
“Want,” legt Christina uit, “in tegenstelling tot dit ideaal leven we nu in een wereld die voornamelijk gedreven wordt door nationalisme; een fenomeen dat zich kenmerkt door het hebben van een beperkte identiteit en zo een sterke vorm van individualisme in de hand werkt.”
Dat is zonder twijfel een bijzonder treffende beschrijving van onze tijd, of het nu een religieus gefundeerde uitspraak is of niet. Ik ben benieuwd naar onze rol in dit verband: Kunnen wij als mensen, die alleen maar naar het laatste oordeel toe kunnen leven zonder precies te weten wanneer dit daadwerkelijk zal vallen, voorbereidend werk verrichten om het ontstaan van Gods koninkrijk te bespoedigen? En kunnen we überhaupt wel weet van het goede leven hebben?
Margaret legt uit dat wij inderdaad slechts in de positie van onderdanen in Gods koninkrijk zullen leven (er komt namelijk een apart bestuur, bestaande uit Jezus en uitverkorenen) en dat we nu alvast daarnaar kunnen handelen. Dat betekent dat we in afwachting van Gods oordeel dus kunnen doen alsof we al onder die nieuwe regering leven. Dit kan door middel van het van het erkennen en toepassen van de wetten die in de bijbel beschreven staan. Overigens respecteert God in dat opzicht de vrije wil van de mensen wel: Zij moeten zelf tot inzicht komen wat de waarheid over het leven is; dwang zal in dat opzicht niets uithalen.
Dat is nu juist waar hoop uit bestaat, concretiseert Margaret: “Hoop is over iets heen kunnen kijken naar de tijd dat het beter wordt.” Een belangrijk gegeven voor de burger in crisis. Want (om die andere wereldverbeteraar maar weer eens aan te halen): “The Times They Are a-Changin.” Het begin van het einde is nabij.
- Sara Murawski
›
Klap artikel in/uit
Het Nationale Dialoog evenement

Tijdens het Nationale Dialoog evenement waren de studenten van de Acadamy vanzelfsprekend ook aanwezig. Lees
hier hun artikelen met betrekking tot de deelsessies!
De subtiele boodschap in de kunst van de Rietveldstudent
Kunstenaars kunnen de maatschappij een spiegel voorhouden. Ze kunnen een rol spelen in het maatschappelijke debat en mensen bewust maken van misstanden in de wereld. Houden kunstenaar-in-opleiding zich echt met zulke zaken bezig of is ieder voor zich gewoon lekker aan het knutselen? Wie goed kijkt, ziet dat de hedendaagse Rietveld Academiestudent wel degelijk maatschappelijk betrokken is. “Kunst laat zien dat er meer mogelijk is dan gebaande paden inslaan.”
›
Klap artikel in/uit
Een gedichtje op een muur, een onverwachte performance op straat of een foto van een onbekend gehavend deel van de stad: kunst met een boodschap. De Rietveldstudenten maken het, maar praten tijdens de lessen niet veel over de bedoeling van hun kunst. Volgens Roberta Petzoldt (25), student Beeld en Taal aan de Gerrit Rietveld Academie, zou dat ook een beperkende werking hebben. “Je werkt intuïtief, je bedenkt niet van tevoren. Je klooit wat aan en na een tijdje komt daar vorm in.” Roberta heeft een doel met haar kunst. “Je zou kunnen zeggen dat ik probeer mensen uit te dagen om persoonlijker te zijn. Ik hoef niet per se een hele groep tegelijk te bereiken, maar ik wil mensen individueel raken. Bijvoorbeeld door iemand blij te maken met een gedichtje op de wc-muur.” Ook Linde Keja, (29), een klasgenoot van Roberta, wil met haar kunst mensen bewegen. Dat is ook de reden dat ze na haar studie Antropologie naar de kunstacademie is gegaan. “Ik wil iets maken dat veel mensen kan raken in plaats van wetenschappelijke artikelen schrijven die toch niemand leest. Ik wil dingen licht maken, op een ludieke manier iets zeggen. Om een voorbeeld te geven: een paar jaar geleden heb ik stickers gemaakt over Wilders. Daarop stond “Geert, waar kan ik mijn Nederlanderschap inleveren?” Dat kwam voort uit ergernis.”
De wereld onderzoeken
Net als de wetenschappelijke student, onderzoekt de kunstacademiestudent de wereld. Linde legt uit: “Met gevoeligheid kijk en luister je en het belang zit meestal in de details. Je maakt verbindingen. Zo valt me nu bijvoorbeeld op dat het bankje waarop jij zit rood is, net als de aansteker op tafel en Roberta’s panty. Je probeert ordening aan te brengen in de wereld.” Roberta: “Ja, eigenlijk ben je bezig met het aanleggen van verzamelingen van dingen die er al zijn. Ik heb eens een serie gemaakt met foto’s van mooie schaduwen. Nog steeds als ik nu een mooie schaduw zie, wil ik die hebben.” Linde vond ooit op straat een verroest spatbord. “Voor mij was dat geen verroest spatbord, maar een mooi sierlijk object.”
“Kunstenaars worden vaak ‘gebruikt’”, merkt Linde op. Wanneer bijvoorbeeld een plek in de stad een gevoel van onveiligheid oproept, schakelt het lokale bestuur nogal eens een creatieveling in. Maar kunst moet een doel op zich zijn en géén middel, benadrukken zowel Roberta als Linde. Kunstenaars hebben wel een bepaalde verantwoordelijkheid, vindt Roberta. Die nemen ze niet door recht-toe-recht-aan statements te maken, maar het zit meer in de nuances. “Het is een bewuste keuze om je op maatschappelijke vraagstukken te richten met je kunst,” volgens Linde, “maar dan vervalt je al snel in moraliseren. Als je op actuele zaken inspeelt, is die kunst bovendien morgen al achterhaald. Je kunt beter vragen stellen dan antwoorden geven.”
Bredere blik
Kunst kan de status quo aan de kaak stellen, vervolgt Linde, door te laten zien dat het ook anders kan. Op deze manier kan kunst ook troost bieden. Roberta: “Niet alleen de esthetische ervaring kan dat bieden, maar kunst kan je ook een bredere blik op het leven geven. Het laat zien dat er meer mogelijk is dan alleen de gebaande paden.” Kunst kan dus laten zien hoe het ook anders kan. “Het interesseert me hoe mensen zich gedragen en wat er gebeurt als die conventies worden doorbroken. In mijn project “Duo terrorist” heb ik daar onderzoek naar gedaan. Toen ben ik door de Kinkerstraat gaan lopen terwijl ik allerlei klanken uitstootte en met een camera op m’n buik de reacties van de mensen om me heen opnam”, vertelt Roberta.
Ook Janneke van der Putten (24), bijna afgestudeerd Textiel aan de Rietveld, vindt het spannend om te kijken hoe het publiek reageert op haar performances: “Laatst had ik een project in de Oude Kerk in Amsterdam, genaamd “Trait d’ Union”. Ik gaf een rondleiding aan de bezoekers van de kerk. Het was geen doorsnee rondleiding. Het publiek maakte actief deel uit van mijn werk. Ook als het publiek ons niet volgde tijdens de rondleiding was dat prima. De situatie was door mij zo georganiseerd, maar mensen blijven naar eigen inzicht handelen.”
Menselijk
Fotografie lijkt van alle kunstvormen het meest voor de hand liggende medium om maatschappelijke onderwerpen mee uit te werken, maar niet veel studenten doen dat, volgens Timo van Leeuwen (23), eerstejaars Fotografie. “Ik ben een van de weinige studenten van mijn klas die foto’s maakt die je maatschappelijk betrokken zou kunnen noemen. Op dit moment is het überhaupt niet de heersende tendens om maatschappelijk betrokken kunst te maken. Dat zal in de toekomst wel weer komen.” Waardoor Timo precies zo gefascineerd is, daar is hij nog niet helemaal achter, maar het heeft in ieder geval te maken met de leefwereld: de publieke ruimte, architectuur, huisvesting, straten, de stad en hoe mensen daarmee omgaan. “Voor een project heb ik bijvoorbeeld mijn straat gefotografeerd, een straat in Amsterdam-Noord. Je ziet de verloedering. De foto’s tonen een droge registratie daarvan, maar mijn gedachten over de dingen die mensen met de wereld doen zijn vaak behoorlijk negatief. Wat architecten soms voor een woonruimtes maken… zes betonnen blokken flats naast elkaar in de buitenwijk van een stad. Ik snap ook wel dat zo veel mogelijk mensen voor zo min mogelijk geld een dak boven hun hoofd moeten krijgen, maar waarom dat zo saai en grijs moet? Maak het eens wat menselijker! Aan zoiets kan ik me ergeren.” Op dit moment is Timo bezig met een fotoreeks over gangen en hallen in flats. “Wat me aanspreekt is de manier waarop mensen proberen plekken die eigenlijk niet zo geschikt zijn voor mensen te cultiveren, bijvoorbeeld door plantjes neer te zetten.”
Subtiele boodschap
Wat studenten van de Rietveld Academie met hun kunst willen zeggen, is volgens Timo over het algemeen veel te onduidelijk. “Ze verwerken de boodschap te subtiel in hun kunst. Het hoeft er niet heel dik bovenop te liggen, maar ik vind dat kunst begrijpelijk zou moeten zijn voor een grotere groep mensen dan alleen de insiders. Maar dat is een keuze. Kunstacademiestudenten onderzoeken de wereld en geven hun eigen kijk daarop, maar hoe dat zich uit is van dien aard, dat niet veel mensen het kunnen snappen. Wat dat betreft is de l’art pour l’art-periode nog lang niet voorbij op de Rietveld.”
›
Klap artikel in/uit
“Ik wilde weer iets dóén”
Een voordeel van de huidige kredietcrisis? Het aantal vrijwilligers stijgt. Onder andere door de ambitieuze Eline (31); toen haar contract niet werd verlengd, besloot ze haar tijd nuttig te besteden als vrijwilligster.
›
Klap artikel in/uit
“Ik had het zó goed voor elkaar: een baan als recruitment coördinator bij een grote bank. Iedere dag ging ik met plezier naar mijn werk en ik functioneerde prima. Maar toen het einde van mijn jaarcontract naderde, brak zwarte maandag aan. Al snel werd duidelijk dat alle tijdelijke contracten niet werden verlengd.
Daar zat ik dan, thuis. Ik dacht dat ik snel een nieuwe baan zou vinden, maar niets bleek minder waar: de crisis barstte in alle hevigheid los en er waren amper vacatures binnen mijn vakgebied. En áls ze er waren, gebeurde het regelmatig dat ik – al ver in de procedure – werd gebeld: “We hebben de situatie opnieuw bekeken en we kunnen het toch aan met de huidige bezetting, sorry.” Dag ambitieuze plannen van het bedrijf, dag mogelijke nieuwe baan.
Afwijzing na afwijzing stapelde zich op. Ik was het zat; ik wilde weer structuur in mijn leven en iets nuttigs doen met mijn hersenen. Toen viel mijn oog in de Echo op een advertentie over vrijwilligerswerk, waarbij ik werd doorverwezen naar de site van de
Vrijwilligers Centrale Amsterdam. Daar hadden ze een enorme database met vacatures. Ik moet eerlijk bekennen: als ik aan vrijwilligerswerk dacht, dacht ik altijd aan werk van laag niveau, zoals overblijfmoeder of bejaardenverzorgster. Maar ik verbaasde me over het hoge aantal hbo- en w.o.-functies. En zo leuk ook allemaal. Ik vond uiteindelijk een vacature bij de
stichting African Transformers Voice, die het leven in Afrikaanse landen probeert te verbeteren. Zij zochten iemand voor hun PR en fondsenwerving. Na een gesprek kreeg ik te horen dat ik de volgende dag al kon beginnen. Het voelde goed, dus graag! Ik wilde weer iets dóén.
Sinds februari ben ik zestien uur per week voor hen aan de slag. Zo werk ik onder andere aan een site voor het project Peace Future School, een nieuw onderwijsprogramma in Nigeria. Dit doe ik vanuit huis, want er is nog geen kantoorruimte. Het zou fijn zijn om af en toe te kunnen ‘sparren’ met collega’s, maar aan de andere kant geeft thuiswerken wel een stukje vrijheid: de zestien uur per week verspreid ik over zeven dagen. Eenmaal per maand vergaderen we. Dat is echt een feestje, want doordat we allemaal voor dezelfde doelen werken, is er binnen korte tijd al een enorme verbondenheid ontstaan.
Ook ga ik binnenkort voor de
stichting Amsterdams Buurvrouwen Contact aan de slag als taalcoach, bij vrouwen die een inburgeringcursus volgen en behoefte hebben aan extra ondersteuning. Tijdens de introductiecursus hiervoor ontmoette ik een vrouw van 75 en een meisje die net haar studie psychologie heeft afgerond. Die diversiteit, daar word ik zo blij van! Bovendien ontwikkel ik mezelf verder, want bijvoorbeeld op PR-gebied had ik nog weinig ervaring. Tijdens lopende sollicitaties merk ik dat dit door werkgevers wordt gewaardeerd. Het laat toch zien dat ik niet stil sta.
Vrijwilligerswerk is een totaal nieuwe ervaring voor mij. Ik werkte altijd veertig uur per week, en had een druk leven. Maar als ik toen had geweten wat ik nu weet, was ik al veel eerder als vrijwilliger aan de slag gegaan. Al zou het maar voor een uur per week zijn, daar zijn ze al zó dankbaar voor. De maatschappij verhardt; veel mensen zijn alleen maar bezig met hun carrière om veel geld te verdienen. Zo iemand was ik ook. Maar door de combinatie van werkloos zijn en vrijwilligerswerk doen, sta ik nu anders in het leven. In plaats van regelmatig uit eten te gaan, nodig ik nu vrienden thuis uit om te dineren. Dat is net zo gezellig, maar veel goedkoper. Ook shop ik niet meer bij dure kledingwinkels en sla ik beautycentra vaak over. Maar, ik ben minstens net zo gelukkig als toen ik nog goed verdiende.
Mijn zesde maand als werkloze gaat nu in, maar het liefst vind ik een baan voor 32 of 36 uur per week, zodat ik het kan blijven combineren met mijn vrijwilligerswerk.
- Linda Slagter
De Vrijwilligers Centrale Amsterdam (VCA) heeft in de eerste twee maanden van dit jaar voor 815 mensen bemiddeld in vrijwilligerswerk. In dezelfde periode vorig jaar waren dit 570 mensen. Een groot deel van deze stijging komt doordat het aantal WW-uitkeringen is gestegen (van 8 % in 2008, naar 9 % in 2009). Ook de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning is van invloed op de stijging van het aantal vrijwilligers. Bron: VCA
›
Klap artikel in/uit
Meedoen met Twitter
“Je kunt alleen tekstberichtjes invoeren, tekstberichtjes lezen en in tekstberichtjes zoeken. That’s it.” Dat is volgens journalist en internet specialist Herbert Blankesteijn (1958) de kracht van Twitter, de microblog die zijn bezoekersaantal afgelopen jaar met 1382 procent zag stijgen.
›
Klap artikel in/uit
Het werkt als volgt: Met Twitter geef je steeds korte updates (tweets) van jezelf van maximaal 140 tekens via internet of je mobiele telefoon. Zo kan iedereen van elkaar zien wie waar mee bezig is, in Twitter jargon ook wel ‘volgen’ genoemd. Het is vaak interessanter om te weten wat de minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen doet, dan een willekeurig iemand. Het interessante is dat een willekeurig iemand direct toegang heeft tot de minister en hem persoonlijke vragen kan stellen.
Blankesteijn: “Twitter zich richt op één ding en probeert niet alles tegelijk te doen. Dat is heel duidelijk en simpel.” Wereldwijde bekendheid kreeg Twitter toen het werd ingezet bij de verslaggeving over de noodlanding op de Hudson van een US Airways toestel. Recenter is de crash van Turkish Airlines vlakbij de Polderbaan van Schiphol. Ook daar werd Twitter onder andere door CNN geraadpleegd als journalistieke bron. Twitter was volgens de Amerikaanse nieuwsgigant het eerste medium dat melding maakte van het ongeluk.
Volgens Blankesteijn is dit voor de inhoud of verslaggeving niet relevant. “Ik geloof niet dat de berichtgeving over de vliegramp bij Schiphol anders zou zijn geweest zonder Twitter. Wie denkt er in ernst dat die ramp onopgemerkt zou zijn gebleven, of ook maar een uurtje later in de media zou zijn gekomen, zonder Twitter?”
Oprichters Biz Stone en Evan Williams hebben inmiddels na de oprichting in oktober 2006, deals met Google en Facebook afgeslagen. Zij weten dat ze iets zeer waardevols in handen hebben wat ze niet zomaar van de hand doen. In 2007 werd hun site beloond met de South to South web award. “We'd like to thank you in 140 characters or less. And we just did!” waren destijds de dankwoorden van het Twitter-project team.
Of Twitter daadwerkelijk iets journalistieks bijdraagt is nog maar de vraag. Bart Brouwers, hoofdredacteur van Sp!ts, denkt van niet. “Twitter is een aanvullend medium, één van de middelen in de gereedschapskist van een journalist.” Ook Blankesteijn heeft hierover zijn bedenkingen: “Het nut voor de journalistiek, waar recentelijk veel over te doen is geweest, is volgens mij schromelijk overdreven”. Maar of je nu als gezin een besloten twitterkring vormt, of de minister een persoonlijke vraag stelt, het is een manier om mee te doen aan de maatschappij.
Burgers hebben in ieder geval weer een extra tool in handen om meer invloed te krijgen in de maatschappij. Dit hoeft niet direct het ‘volgen’ van politici of bekende Nederlanders te zijn. Je kunt ook kennis delen met een beperkte geselecteerde groep. Blankesteijn: “Ik merk dat veel professionals het gebruiken om hun collega's te raadplegen. Ze gooien een vraag ‘in de groep’ en weten op die manier snel problemen op te lossen.” Eén ding staat vast. Je kunt nu echt met één druk op de knop overal verslag van doen, of een vraag stellen aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
Maxime Verhagen Twittert: “Terug op Ministerie. En een even bij Timmermans (staatssecretaris Buitenlandse Zaken – red.) binnenlopen voor de stand van zaken bij de JSF.” @MaximeVerhagen: “En hoe is het met de stand van zaken van de JSF?” @Edo81: “Daarover doet staatssecretaris Jack de Vries (staatssecretaris van Defensie - red.) het woord.” Baanbrekend? Allerminst, maar je hebt wel binnen het uur een antwoord van de Minister, en dan ben je ook mijn Minister.
- Edo van der Groot
›
Klap artikel in/uit
“Ik schaam mij niet om bankier te zijn”
Tegenwoordig heeft een bankier op feestjes heel wat uit te leggen: iedereen denkt nu te weten waar die dure auto en dat mooie pak vandaan komen. Het imago van de financiële alchemist is in ruim een jaar tijd verschoven naar dat van de gewetenloze, geldlustige bonusgraaier. Joost Kruizinga, Peter Seuren en Diederik van Wassenaer - alle drie topbankier – laten een ander gezicht zien van de bankier, namelijk betrokken en geëngageerd, crisis of geen crisis.
›
Klap artikel in/uit
Diederik van Wassenaer (52), Bestuurslid van ING, is een bevlogen weldoener uit een vermogende familie. Hij beheert het gezamenlijke vermogen van zijn eigen en drie andere families en steekt dit geld in derdewereldprojecten. Joost Kruizinga, lid van het Management Team van Fortis, vertelt gepassioneerd over hoe hij samen met twee klanten - met privé-geld - een sloppenwijk in India heeft geadopteerd. Op sportief gebied laat Peter Seuren(36), senior private banker bij Van Lanschot, zien wat je voor elkaar kunt krijgen. Via het project
www.opgevenisgeenoptie.nl heeft hij zich op zijn fiets kwaad gemaakt tijdens het beklimmen van de Alpe d’Huez. Zes maal op één dag beklom hij, staand op de pedalen, de Alpenreus. Samen met de andere deelnemers heeft hij hier actief voor geworven en gezamenlijk haalden zij daar 3,6 miljoen euro mee op.
Van Wassenaer is ook op andere gebieden actief. Hij is bijvoorbeeld bestuurslid van het nationaal muziekinstrumenten fonds - het fonds dat kostbare muziekinstrumenten opkoopt en daarna uitleent aan jonge muzikale talenten -, maar gaat zonder problemen ook een middag wandelen met ouderen via de Johanniter Hulpverlening. Kruizinga werkt bij de Lions met microkredieten voor armoedeprojecten en deze maand was hij nog drie volle dagen coach van een basisschoolleerling uit een achterstandswijk via het project “
De Uitdaging”. Samen werkten ze aan de sociale droom van de leerling: mensen die door de crisis failliet waren gegaan weer op de rails helpen.
De heren hebben het er maar druk mee: “Ik ben minstens een dag per week kwijt aan deze projecten, voornamelijk ’s avonds en in het weekend. Gelukkig wordt dit zowel vanuit thuis als vanuit de bank gestimuleerd”, geeft van Wassenaer aan. In aanloop naar de beklimming van de Franse berg met de Nederlandse historie trainde Seuren gedurende vijf maanden tien tot twaalf uur per week voor de wielerbeproeving. Ook Kruizinga besteedt zo’n vier tot acht uur per week aan zijn maatschappelijke projecten. Maar geen van drieën klaagt.
Uit cijfers van de Fortis Foundation blijkt dat er in 2008 duidelijk meer animo is geweest binnen de bank voor de projecten van de stichting dan in de jaren daarvoor. Inmiddels participeert 47 % van de medewerkers van Fortis (6060 mensen) aan de projecten, terwijl dit er in 2006 nog maar 3505 waren. Vooral de laatste maanden van 2008 laten een sterke groei zien. De topbankiers herkennen deze trend niet bij zichzelf. “Die verantwoordelijkheid voelde ik ook al voor de crisis”, geeft Kruizinga aan. Zij zien zichzelf niet als de stereotype bankier, van het genre Gordon Gekko uit de film Wall street. Seuren zegt: “Op een feestje krijg ik wel eens te horen dat ‘wij bankiers’ het wel erg bont hebben gemaakt. Ik voel me dan niet echt aangesproken.” Van Wassenaer maakt een verschil tussen bankiers: “Het is nu eenmaal zo dat sommige (bankiers) collega’s alleen functioneren als ze met de wind in de rug zeilen. Die bankiers zijn nu met beide benen op de grond geland en dat was ook wel nodig.”
De bankiers vertellen eerlijk over hun beweegredenen. “De gesprekken die ik tijdens het vrijwilligerswerk voer, zijn enorm inspirerend. Je ontmoet bijzondere mensen. Werken met bijvoorbeeld vrijwilligers in de zorg is echt het leukste dat er is”, vertelt van Wassenaer gepassioneerd. Voor Seuren speelde vooral mee dat het geld van zijn beklimming naar het Kankerfonds ging: “Ik heb deze ziekte in mijn familie van dichtbij meegemaakt, dus daar wilde ik wel voor afzien.” De bankiers voelen alle drie een intrinsieke drang om de samenleving op de een of andere manier te dienen: “Ik ben me er van bewust dat ik in een bevoorrechte positie zit, dus daar komt ook de behoefte vandaan om iets te betekenen voor anderen”, zegt Kruizinga. Ook Seuren ervaart dit zo: “Als je gezond bent en je hebt veel kennis, waarom zou je dat dan alleen voor je eigen carrière inzetten?”. Kruizinga heeft samen met zijn vrouw besloten een pleegkind in huis te nemen. “Als ik zeventig ben, wil ik met trots terug kunnen kijken op mijn leven.”
Drie bankiers die hun leven niet inrichten rondom financieel gewin, maar verantwoordelijkheden zien en ook nemen. Bankiers die niet ineens in een oude Opel Corsa rond zullen rijden, maar die wel verder kijken dan het dashboard van hun BMW. En dat is iets om trots op te zijn. Zoals van Wassenaar zegt: “Ik schaam mij niet om bankier te zijn.”
- Ody Neisingh
›
Klap artikel in/uit
Injecties alleen lossen de crisis niet op
Geoffrey Underhill is duidelijk over de oorzaken van de crisis. “You have to take the punch bowl away before the party begins!” roept hij tijdens dit interview meerdere malen. Geoffrey Underhill is universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam en een expert op het gebied van internationaal monetair beleid. Een beter financieel beleid is volgens hem hard nodig.
›
Klap artikel in/uit
“Ik heb samen met andere wetenschappers, maar ook voorzitters van centrale banken, al jaren gewaarschuwd voor de huidige crisis. Zelfs de voormalige president van State Street zei: dit liberale systeem is gestoord, je moet dit niet doen! Als je commercieel georiënteerde bankiers geen grenzen oplegt, kan je verwachten dat het verkeerd gaat. Zonder een ander soort risicomanagement zal de markt uiteindelijk instorten.”.
“Het gebrek aan risicomanagement is niet in eerste instantie de schuld van de bankiers”, zegt Underhill. Hij legt uit dat de manier waarop de markt werkt altijd al grotendeels door de overheid bepaald is. “De Amerikaanse overheid had in de jaren ’70 en ’80 veel kapitaal nodig om staatsschulden af te lossen. Werkloosheid en economische recessie moesten aangepakt worden. De internationale kapitaalmarkten konden via banken het kapitaal leveren. Deze belangenverstrengeling resulteerde in een coalitie tussen overheid en bank die samen streefden naar liberalisering op internationaal niveau, want dat was in het belang van de banken.”
“Liberalisering en internationale marktintegratie waren het gevolg. Waar banken vroeger of kapitaalleveranciers waren of handelden in aandelen, ging dit onderscheid nu langzaam verloren en ontstond er een universele bank. Door deze marktdesegmentatie nam de handel in aandelen sterk toe. Allerlei ingewikkelde pakketten en financiële producten werden verzonnen. De financiële markt maakte zich langzaam los van de reële economie. Toezicht houden werd steeds moeilijker en gebeurde nog maar door één algemene financiële toezichthouder per land.”
“De desegmentatie en internationale integratie vroeg echter om een nieuwe vorm van toezicht. In de jaren ’90 begon op internationaal niveau het overleg Basel, om het bestaande akkoord over kapitaalreserves te herzien. Door de jaren heen werd op een door de banken verzonnen systeem geïmplementeerd dat banken in staat stelde om met hoge risico’s aan de slag te gaan. De eisen aan kapitaalreserves werden gebaseerd op de marktprijzen van het moment. Een zogenaamd pro-cyclisch model: als het goed gaat op de markt, kan er steeds meer geïnvesteerd worden. Wanneer het slecht gaat, zal er geld teruggetrokken worden. Iedereen koopt dezelfde producten, namelijk de producten die veel geld waard zijn. Het is een systeem dat erop gericht is om zoveel mogelijk risico te nemen om zoveel mogelijk te verdienen. Wanneer het dan fout gaat, gaat het goed fout. De markt werd een financieel massavernietigingswapen!”
Het soepele internationale monetaire beleid dat gericht was op hoge risico’s zorgde samen met de internationale integratie ervoor dat een globale crisis onvermijdelijk werd. De overheden hadden geen andere keus dan in te grijpen met kapitaalinjecties toen het mis ging.”
Is het niet zo dat de kapitaalinjecties bankiers juist aanleiding geven om hun oude risicovolle beleid weer op te pakken?
“Ik sta volledig achter de keus van de overheid om in deze omstandigheden de banken te steunen. Als je één bank in laat storten, heeft dat hoogwaarschijnlijk verregaande gevolgen. Doordat banken aandelen en kredietrelaties hebben bij andere banken, kan een failliet van een bank zorgen voor liquiditeitsproblemen bij andere banken. Dit zou voor de ineenstorting van het hele financiële stelsel zorgen en zonder financieel stelsel heb je geen handel. Als er geen handel plaatsvindt, ligt de hele maatschappij stil en loopt de werkeloosheid binnen de kortste keren uit de hand, met alle gevolgen van dien.”
Maar de kapitaalinjecties kosten de hele maatschappij geld
“De kosten zullen waarschijnlijk met name de toekomstige generatie treffen. Deze crisis laat zien dat het in het belang van iedereen is om een degelijk financieel stelsel te eisen. Voorkomen is beter dan genezen en kapitaalinjecties alleen kunnen toekomstige crises niet voorkomen. De belastingbetaler is degene die deze crisis betaalt, dus de belastingbetaler moet een verantwoord systeem eisen dat goed is voor iedereen. Daarom moeten er meer partijen betrokken worden in het gesprek over financieel beleid. Betrek de overheid, verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en alle belanghebbenden bij het houden van toezicht op banken. Het huidige liberale systeem heeft veel economische voordelen, maar het is essentieel dat er een beter systeem van toezicht wordt geïmplementeerd”
- Roel Raterink
›
Klap artikel in/uit
›
Lees meer over de Academy van De Publieke Zaak
›
Lees Academy-artikelen over Het Nationale Dialoog evenement
›
Lees meer over De Publieke Zaak