Ondersteun deze lobby


Je kan deze lobby ondersteunen door de onderstaande brief te ondertekenen. Klik op de button "Onderteken deze brief ook" onderaan de brief. Bij voldoende steun zal De Publieke Zaak, initiatiefnemer van De Nationale Dialoog, ervoor zorgen dat er een antwoord komt op uw brief. Wilt u deze brief ondertekenen en bent u nog niet ingelogd of aangemeld dan kunt u zich hier inloggen of aanmelden.

‹ terug naar lobby overzicht
Aan: Aan de minister, mevrouw G. Verburg, en de Vaste Commissie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van de Tweede Kamer, de gedeputeerde, de heer H. Keereweer, en de Commissie Landelijk Gebied en Water van Provinciale Staten van Gelderland en de besturen
De Nationale Dialoog, 17 september 2010
Betreft: Een ECO-KEURMERK FAUNABEHEER voor de toppers van onze fauna
Geachte mevrouw Verburg, heer Keereweer en leden van de Tweede Kamer en van Provinciale Staten van Gelderland , en de besturen van de grootste natuurbeherende instanties het Geldersch Landschap, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer en van de Stichting Faunabeheer Veluwe.

Uit een vergelijking van drie grootschalig toegepaste beheerregimes - de Veluwe, Kroondomein Het Loo en de Oostvaardersplassen - inzake onze grootste zoogdieren doemt een indringend zorgelijk beeld op. Vooral het samenklinken van onze gebieden met topnatuur - de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) - lijkt zonder ingrepen in het beheer op een enorme confrontatie in 2018 uit te lopen. Bestuurlijk lijkt - het daarvan nog van nog twee verkiezings­rondes en zittingsperiodes verwijderd te zijn - een veilig gevoel te geven. Het ontstaan van een structuur met louter natuurlijke elementen lijkt vooralsnog de enige prioriteit. De unieke meerwaarde van het daadwerkelijk ecologisch functioneren van de structuur lijkt niet beseft te worden.

Uit de vergelijking van de meest maximaal verschillende beheerregimes dringt het beeld op van de grote zoog­dieren met ’s zomers een voorkeur voor de rijkdom aan grassen in de Oostvaardersplassen en de grazige kustzones van het Veluwemeer. ’s Winters zullen de dieren een voorkeur hebben voor de beschutting van de bossen op de Veluwe. Kijkend naar de huidige beleidsinzet wacht de dieren op de Veluwe het afschot. Daar is immers de inzet in najaar en winter om minstens zes van iedere tien edelherten te doden.

De nota geeft de routes – ontworpen op grond van een ‘hand-aan-de-kraan-strategie’ en daarvoor startend in 2011 – om rond 2018 tot integraal stabilisatie van alle populaties te komen:

De ‘route’ naar een natuurlijke stabilisatie van de populaties wilde zwijnen zal aan een gemiddeld beeld als hieronder geschetst moeten voldoen:

De ‘route’ naar een natuurlijke stabilisatie van de populaties edelherten – en vooral ook de damherten - en zal aan een gemiddeld beeld als hieronder geschetst moeten voldoen:


Uitgangspunt is dat met het aangepaste faunabeheer in 2011 wordt gestart. Vooral de rust - met een daadwerkelijk onafhankelijk, effectief toezicht en dito wetenschappelijke begeleiding en sturing - zal een belangrijke bijdrage aan het terugdringen van de ontregelde voortplantingsprikkel – gemeten in procentuele aanwas ten opzichte van de winteraantallen - moeten leveren.

Verondersteld is dat de matiging daarvan slechts 75% zal zijn van het tempo van toename. Inzet zal vooral ook moeten zijn, het bestand volwassen dieren te laten toenemen en verouderen. Pas na twee jaar zal zich een daling van de aanwas gaan aftekenen. Tegelijkertijd is de populatie in de winter dan al fors toegenomen.

Spannend onderdeel is dat de zomerse aantallen binnen een verantwoord niveau blijven, terwijl de omvang van de winterse populatie stijgt. Helaas lijkt het daarvoor noodzaak nog enkele jaren jaarlijks een steeds dalend aantal dieren te doden, tot stabilisatie is bereikt. Deze rekenkundige route maakt duidelijk dat de natuurlijke stabilisatie – bij de realisatie van de EHS in 2018 – nog net tot stand gekomen zou kunnen zijn.

Dit kan niet meer zijn dan een veronderstelde ‘route’ waarbij vooral de daadwerkelijke rust – als meest belangrijk versus de huidige praktijken - maar ook de groeiomstandigheden en strengheid van winters van overwegende invloed zijn.

Het geleiden van de populaties wilde zwijnen van een huidig gemiddeld winteraantal van circa 2.000 naar circa 3.500 en van edelherten (en damherten) van een gemiddelde van circa 2.000 naar circa 2.500 én de daarbij vereiste reductie van de aanwas vergt een majeur plan. De stabilisatie is niet mogelijk zonder stabilisatie van alle grotere zoogdieren. Zo zullen de normen voor de normering van reeën hoger liggen dan die voor edelherten en damherten vanwege hun hogere natuurlijk reproductievermogen. De gemiddelde aantallen dieren op de Veluwe zullen vrijwel gelijk blijven met dat verschil dat het aantal in de winter gemiddeld hoger is en in de zomer gemiddeld lager. Vooral omdat dit vrijwel zeker zes jaar in beslag zal nemen en de medewerking van alle direct betrokkenen vraagt.

Vanwege haar onafhankelijkheid en betrokkenheid lijkt meer dan het gewenst dat de Internationale Commissie Monitoring Oostvaardersplassen (ICMO) spoedig over het huidig en toekomstig beheer op de Veluwe adviseert, teneinde al in 2011 een start te kunnen maken met het vereiste beheer.

Graag wens ik u alle wijsheid en moed bij deze problematiek, die nu dan wel niet urgent lijkt maar wel degelijk is. Leidend voor de aanpak dreigt te zijn dat de daarvoor noodzakelijke route weerbarstig en complex is en op felle weerstand kan stuiten, maar meest bepalend moet zijn dat het eindresultaat vooral voor de dieren en niet in het minst ook voor de meerderheid van de dierenliefhebbers het mooist denkbare zal zijn.


Hoogachtend,

Marcel Vossestein

[Bijlage: - De nota: “Normen en waarden inzake de toppers van onze fauna”]
Categorie: Duurzaam
Laatste wijziging: 17 september 2010 07:01 (Versie 2)
U bent nu niet ingelogd. Om te kunnen bijdragen moet u inloggen. Geen account? Registreer uzelf dan nu.