Geachte mevrouw Ter Horst,
Al bijna een halve eeuw is er nagedacht over de betere indeling van het binnenlands bestuur. We voelen ons allemaal wel Nederlander. Het hoort er mogelijk juist bij om aan het Nederlander zijn, in diverse vormen uiting aan te geven. Toch heeft vrijwel iedereen het gevoel Nederlander te zijn.
De burger de bestuurlijke maat nemen
Met de plaats waar we wonen voelen we ons ook steeds verwant. Voor sommigen is het oppervlakkig. Maar vooral bij gemeentelijke herindeling blijkt de soms zeer intense band van velen met hun woonplaats. Zodra men persoonlijk of groep een groter probleem of bedreiging - vaak zonder aan te duiden verantwoordelijke ervaart - spreekt men veelal als eerste de gemeente aan. Het is in veel vormen de meest nabije overheid, bijna letterlijk van de wieg tot het graf.
Tussen het nationale gevoel om Nederlander te zijn en het lokale gevoel als inwoner van een gemeente is er een diversiteit aan gevoelens van het toebehoren aan een bepaald gebied. Een specifiek ‘provinciaal gevoel’ is uitzondering. In onze taal bestaat er zelfs de volgende – weinig verheffende - betekenis “uit de provincie, niet uit een grote stad (met de bijgedachte: minder cultuur, ontwikkeling hebbend, benepen, niet-ruimdenkend)”.
De Friezen en Zeeuwen voelen hun eeuwenlange identiteit nog wel en kunnen zich redelijk met de grenzen redden.
Groningen en Drenthe werken over de provinciegrens intensief samen.
In Overijssel richt de verbondenheid zich óf op de Kop van Overijssel, het Vechtdal, Salland, Twente of het meer verstedelijkte Kampen en Zwolle.
Bij de naam “Gelderlander” denkt men het eerst aan de krant. De inwoners voelen een band met de Veluwe, Graafschap, Achterhoek, Betuwe en stedelijk gebied als Arnhem en Nijmegen.
Utrecht staat vooral voor de stad tussen het resterend Groene Hart en het oostelijk deel.
In Noord-Holland draait het om grootstedelijk Amsterdam met daaromheen inwoners die zich verbonden voelen met de Gooi- en Vechtstreek, een snipper Groene Hart, Kennemerland en de Kop van Noord-Holland.
Zuid-Holland kent zo’n patroon met Delfland in geklemd tussen Haaglanden en Rijnmond, aangevuld met de Bollenstreek, ook een resterend Groene Hart, Krimpenerwaard, Rivierenland, Drechtsteden en de Zuid-Hollandse Eilanden.
Brabander geeft wel een gevoel, maar minder mogelijkheden voor echte reële regionale gevoelens die leven in stedelijke regio’s omringd door streken die vaak ook weer over de provinciegrens betekenis hebben.
Dé Limburger denk je eerder te vinden in het zuiden dan in het noorden of midden van deze provincie.
De meest nieuwe provincie Flevoland kent een bijna maximaal contrast tussen de inwoners van het sterk stedelijk westelijk en het vooral landelijk oostelijk deel.
Graven, hertogen en bisschoppen van 500 jaar geleden zijn de hoofdverantwoordelijken voor de provinciegrenzen, zoals we die nu kennen. Het zijn grenzen die de inwoners zijn opgelegd. Provincies stonden vrijwel hun ooit roemrijke autonome bestuur af aan het nieuwe Nederland. Ze werden vooral toezichthouder op een veelheid aan gemeenten. Ongelofelijk dalend in aantal groeiden gemeenten turbulent in omvang en kwaliteit. Het toezicht van provincies kromp. De verbondenheid van de inwoners met hun provincies kromp ook verder.
Burgers hebben nu al moeite genoeg om verbonden te zijn met hun gegroeide gemeente of de grote gemeente waar ze in belandden. De door het rijk doorgeschoven taken om het geslonken provinciale werkpakket aan te vullen blijken de band met de inwoners echter niet te versterken. Vaak ontstaan ook daarbij problemen als de concurrentie met andere streken in de provincie. Ook accentueert het vaak juist het onlogische van provinciegrenzen en de forse extra kosten en beperkingen daarvan.
Bij de uitvoering van de toegedeelde extra taken aan de provincie blijken juist zowel de samenhang in gebieden als de band met de inwoners dé moeilijkheden. Daarom wordt er dan ook weer voor regionale clustering gekozen. De regio biedt voor heel veel zaken een veel effectievere omvang dan die van de provincie. Om voldoende actueel te zijn in onze dynamische tijd zou dit met een regelmaat vastgesteld moeten worden. De democratie moet dit ondersteunen.
Laat de democratie zichzelf de maat nemen
In ons land waardeert men de democratie vooral in de Tweede Kamer en ook nog wel in de gemeente. Met andere bestuursvormen is dat zorgelijk lager. Het volgende lijstje is daarvan op te maken:
• De PROVINCIE blijkt voor de meeste burgers nauwelijks een rol te vervullen.
• EUROPA blijkt voor de burger onbegrepen omdat de taken daarvan over hun hoofd zijn vastgesteld en politici die taken vaker als last betitelen dan als lust.
• In de STREEK OF REGIO werkt de gemeente vaak – soms heel intensief – met andere gemeenten samen Op dat bestuur hebben burgers geen enkele directe invloed.
• De EERSTE KAMER kan verstrekkende besluiten nemen zonder dat de leden daarvan direct door de kiezers worden gekozen.
• Het WATERSCHAP vervult belangrijke taken voor de burger, die door de burger nauwelijks als bestuur herkend worden en dat blijkt onvoldoende voor echte democratische betrokkenheid.
Democratie moet zich richten op de besturen waar het effectief is. De samenleving moet de ‘democratische winkel’ zo goed mogelijk op de vraag naar democratie aanpassen. Ook is het een uitdaging om het ook zo effectief mogelijk in te richten. Vijf keer – gemeente, waterschap, provincie, Tweede Kamer en Europa - om de zoveel tijd verkiezingen blijkt erg veel. Door clustering kunnen juiste accenten ontstaan op zaken die er echt toe doen voor de burger.
De huidige verkiezingen kenmerken zich door politici die met hun stokpaardjes lustig ronddraven. “Politieke stokpaarden trekken als regel slechts problemen en zelden echte oplossingen”. Na verkiezingen lijkt de verwarring eerder groter dan ervoor.
Een clustering van verkiezingen kan bijdragen aan een meer gericht politiek debat. De grens tussen de Europese schaal en de nationale zou aan de orde komen als de verkiezingen voor het Europese parlement samenvallen met die voor een rechtstreeks gekozen Eerste Kamer. Bij het gelijktijdig kiezen van de Gemeenteraad en de rechtstreeks gekozen vertegenwoordigers in het regionaal bestuur ontkomt men niet aan de keuze in gemeentelijke en regionale taken. Als de omvang van de regio via de keuze van de gemeenten eens in de twaalf jaar plaatsvindt, maakt dat een nuttige actualisatie voor effectief bestuur mogelijk. Het geheel zal er toe leiden, dat de verkiezingen verrassend inhoudelijk kunnen worden.
Daarvoor de volgende veranderingen:
1. De zittingsduur van de Eerste Kamer wordt gelijk aan die van het Europese Parlement en de leden van beide worden op dezelfde dag gekozen;
2. De gemeente maken eens in de twaalf jaar een keuze van de gemeenten waarmee zij in een regio samenwerken;
3. De zittingsduur van de Gemeenteraad en die de leden van de te vormen regionale raad zijn gelijk en de leden van beide worden op dezelfde dag gekozen;
4. Behalve registrerende en conserverende taken als die inzake de cultuurhistorie worden de huidige provinciale taken naar hun aard verdeeld tussen de rijksoverheid en de nieuw ontstane regio’s en vanuit de regio’s wordt via indirecte verkiezing een provinciaal bestuur gevormd.
5. Via de indeling naar stroomgebied zijn nu vaak erg grote waterschappen ontstaan, terwijl aan die grootschaligheid ook grote nadelen als verminderde herkenbaarheid kleven. Via de per gemeente aangelegde en beheerde rioolstelsels, zijn via een regionale indeling mogelijk grotere voordelen te behalen met beheer van al met (afval)water met een ook democratisch effectievere bestuursvorm.
Steeds opnieuw duikt in beoordelingen van het binnenlands bestuur “Het Huis van Thorbecke” op. De voor die tijd (rond 1850) ongelofelijk knappe en effectieve indeling blijkt nu het nadeel te hebben, dat ‘zijn huis’ een onwrikbare Monumentenstatus lijkt te hebben verworven. Hoe lovenswaardig zo’n eerbetoon ook is, het dreigt nu steeds meer een blok van het been van de moderne samenleving te vormen. Een beschouwing van de indeling en van vooral de middenverdieping in “Het Huis van Thorbecke” beschreef in “Thorbecke had zijn huis nu al lang verbouwd” (zie http://www.denationaledialoog.nl/8295/idea/9035/help-mee-om-nederland-een-echt-effectief-openbaar-bestuur-te-geven.aspx).
Graag reik ik u deze mogelijkheden aan om de verkiezingen tot drie te beperken, maar die tegelijkertijd vooral inhoud en daardoor veel spannender te maken. Daarbij tevens een middenbestuur dat het huidige provinciale bestuur op vrijwel alle onderdelen in effectiviteit overtreft.
Met vriendelijke groet,
Marcel Vossestein