Nieuwe wegen naar duurzaamheid

Door Pieter Winsemius.

De duurzaamheidscrisis (klimaatverandering) en de financiële crisis vertonen sterke parallellen. Het gaat beide keren om het leentjebuur spelen bij toekomstige generaties (“living on credit”).
De huidige aanpak van de klimaatverandering, met een zwaar accent op diplomatiek overleg tussen grote landen, is onvoldoende, want te traag. Het valt ook niet te verwachten dat, na het beperkte resultaat van Kyoto, de aanstaande wereldtop in Kopenhagen tot doorbraken zal leiden.




Pieter Winsemius promoveerde in de experimentele natuurkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden. Vanaf 1975 was hij werkzaam bij McKinsey & Company. In 1982 werd hij minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in het kabinet-Lubbers I, waarna hij terugkeerde bij McKinsey. In 2003 trad hij toe tot de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Tussen september 2006 en februari 2007 was hij weer kortstondig minister van vrom.



Er zijn daarom nieuwe wegen nodig die een zicht bieden op werkelijke voortgang. Dat vereist een nieuwe basisfilosofie. In plaats van te leven van onze reserves van fossiele brandstoffen (“fossils based”) moeten we leren te leven van onze natuurlijke oogsten (“natural flow based”). Een dergelijke omschakeling vereist wereldwijde samenwerking: het is vijf voor twaalf. “We” zijn afhankelijk van “ze”, en andersom.

Indien een ander een serieus probleem heeft, op welk gebied dan ook, is dat ook mijn probleem. Armoe of watervoorziening in de Derde Wereld is dus mijn probleem. Economische stabiliteit in de Verenigde Staten is mijn probleem. Veiligheid of gezondheid (pandemie) in Azië is mijn probleem. Omdat we van elkaar afhankelijk zijn bij het oplossen van het klimaatprobleem.

Overheden komen daar niet op tijd uit. Er zijn dus nieuwe benaderingen nodig waarbij burgers en bedrijven een wezenlijk deel van het initiatief overnemen. Netwerken van burgers (verenigd in of geïnspireerd door in NGO’s) moeten de slag aangaan in samenwerking met goedwillende ondernemingen.

Ze moeten die ondernemingen opjutten om hun verantwoordelijkheid te nemen. Andere energiebronnen, gebaseerd op de natuurlijke oogsten van algen bijvoorbeeld. Droge rijstteelt waardoor er minder moerasgassen worden geproduceerd. Andere auto’s of – nog beter – andere vormen van transport. Maar ook actieve hulp bij de oplossing van niet-klimaatproblemen die als basis kan dienen voor wereldwijde samenwerking.

Het gaat niet om een superverdrag (“global bargain”) zoals overheden dat steeds weer nasterven, maar om duizenden kleine ‘verdragjes’ tussen (groepjes van) ondernemingen en burgers. Die echter wel optellen naar een groot geheel. En die vooral resulteren in een cultuuromslag: niet overheden maar burgers, tezamen met gemotiveerde ondernemingen, wijzen de weg.

Nederland, met zijn uitzonderlijk grote aantallen leden van NGO’s (organisaties op het gebied van natuur- en milieu, ontwikkelingssamenwerking, mensenrechten, enz.) en een aantal grote, vooruitstrevende MNO’s (multinationale ondernemingen) is uniek gepositioneerd als gidsland op dit gebied. De overheid kan de uitbouw van deze “springplank” actief bevorderen.

Afbeelding voor projectitem

Vragen: 5, Bijdragen: 86
Sorteren

Kijk ook eens bij

› 21 minuten  het grootste online opinie- onderzoek van Nederland. Doe de enquete.

› Mentality  Als u wilt weten welke leefstijl u heeft, kunt u meedoen aan de Mentality-leefstijltest van onderzoeksbureau Motivaction.