Door Arjo Klamer. Kwaliteit is het thema van de creatieve economie die er gaat komen, als hij er al niet is. Voorzien in hun basisbehoeften en beseffende dat meer niet per se beter is, zoeken mensen verbetering in de kwaliteit van de kwaliteit van het leven, van het werk, van de samenleving en van de producten en de diensten.
Arjo Klamer is decaan van Academia Vitae en hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit. Hij publiceert wetenschappelijke artikelen en boeken en schrijft columns in verschillende dagbladen; deze hebben vooral een economische invalshoek als kenmerk. Ook is hij bestuurslid van verschillende cultureel-sociale instellingen. Hij richtte in dat kader de Academia Vitae op, waarin ook niet-economische waarden en samenlevingsopbouw centraal staan.
Aandacht voor kwaliteit brengt met zich mee nadruk op waarden als authenciteit of echtheid, integriteit en duurzaamheid. De markt en de overheid leveren daar hun bijdrage aan maar het zal vooral gaan wat in de samenleving tot stand komt: hoe mensen met elkaar omgaan, zich tot elkaar verhouden, waarden delen, solidariteit tonen, burgerschap beleven, goede gezinnen vormen maar ook vriendschappen, goede buurten en uiteindelijk een goede samenleving.
Aandacht voor kwaliteit is onder meer een reactie op de marktgerichte fase waarin de logica van de markt domineerde en de focus lag op geld of in geld uit te drukken waarden. De logica van de markt zet over het geheel genomen kwaliteit onder druk. Wanneer rendementseisen domineren, doet menigeen gauw water bij de wijn. De schilder slaat een belangrijke handeling over, de docent passeert een mager presterende student, en de kunstenaar compromitteert artistieke waarden om tegemoet te komen aan de verlangens van de klant.
De overheid heeft vooral de opdracht aandacht te geven aan principes van rechtvaardigheid. Ook die aandacht is niet de beste garantie voor kwaliteit. De overheid kan met subsidies de ruimte geven voor creatieve kunsten, vernieuwende wetenschappen, innovatieve producten, maar de onvermijdelijke regelgeving zal die ruimte allengs inperken. Uiteindelijk zijn het mensen die gezamenlijk kwaliteit genereren, in van allerlei sociale verbanden. Het zijn collega’s die een creatieve gedachte moeten stimuleren en als inspirerend ervaren, het zijn mensen die in al dan niet toevallige ontmoetingen besluiten met elkaar iets nieuws te ondernemen om daarmee waarde toe te voegen aan de samenleving.
Het is eigenlijk gek om aandacht te moeten vragen voor het krachtenveld dat de samenleving vormt. Te lang was die samenleving vanzelfsprekend en vroeg de logica van de overheid en die van de markt alle aandacht. Ooit was het belangrijk om ons te bedenken hoe we onderwijs en gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk konden maken. Daar was de logica van de overheid voor nodig, met haar democratische besluitvormingsprocessen, haar regels en haar financieringsmogelijkheden. Daarnaast verdiende de markt aandacht omdat met de prikkels van de ruil een enorme welvaartswinst geboekt bleek te kunnen worden. Dus stroomden studenten naar opleidingen in bedrijfskunde en bestuurskunde.
Nu is een
andere aandacht nodig, niet om het monopolie op te eisen maar om de balans te herstellen. Het gaat nu om de krachten die de samenleving bepalen. Om het vermogen van mensen om belangrijke zaken gezamenlijk aan te pakken, daar eigendom voor te claimen met als belangrijkste doel een gemeenschappelijk doel te dienen. De vraag is nu eerder hoe mensen in de buurt verantwoordelijkheid nemen om duurzaam te leven en om sociale waarden te creëren. De gezondheidszorg en het onderwijs moeten weer meer van de mensen worden, en minder van managers die de processen aansturen. Op die manier ontstaat kwaliteit.
Aandacht voor kwaliteit heeft iets idealistisch. De schilder die goed werk wil afleveren, doet het ook om de eer en om de intrinsieke waarde die het leveren van goed werk heeft voor hem als vakman. De docent die het beste wil voor zijn of haar studenten heeft dat idealistische ook, net zo goed als de verpleegster die wil zorgen voor haar patiënten. Het gaat dan om trots en om eudaimonia, oftewel het gevoel dat je krijgt wanneer je het goede goed doet.
Aandacht voor kwaliteit heeft ook met bewustwording te maken. Wanneer mensen zich bewust worden van wat zij nuttigen en gebruiken zullen zij ook kritischer worden over de kwaliteit van producten en diensten. Ze zullen zich minder laten misleiden door de reclame boodschappen en willen eerder weten wie erachter is, waar het product van gemaakt is, en hoe duurzaam het proces is geweest.
Wishful thinking? Misschien, maar dan wel een manier van denken dat reageert op wat nu is en wat dankzij de crisisstemming algemeen als voorbij onderkend wordt. Het is een tijd van verandering, of we dat nu willen of niet.