"Op naar VeluweNatuurlijk" als oproep voor een natuurlijk wildbeheer.

Er zijn nu 2 reacties | 22 augustus 2009 07:49
Wat vindt u van deze bijdrage? 0 0

De rechter in Arnhem moet beoordelen of de Provincie Gelderland terecht het plan goedkeurde om 3.561 (80,3%) van de deze zomer getelde 4.434 wilde zwijnen te doden. Als oud-voorzitter van de natuurbeschermingscommissie van de vereniging voor veldbiologie KNNV deed ik dit verzoek. Minister Verburg en de Tweede Kamer vonden ook al dat de rechter zich over de uitleg van onderdelen van het faunabeheer zou moeten uitspreken.

Met mijn nota “De ‘wilde zwijnenbom’ op de Veluwe” toonde ik in oktober 2008 aan dat het aantal biggen per zeug (zwijnenmoeder) zorgelijk toenam. In de jaren ’90 was het nog een gemiddelde van 2,2. In 2008 bleek het 5,7 en nu schat ik het aantal op 6,4. Er hadden deze zomer 5.640 wilde zwijnen geteld moeten zijn. Vanwege de onrust door het intensieve jagen is het wild nog moeilijker dan vorig jaar - en feitelijk niet - te tellen. In 2008 bleken er in december 850 wilde zwijnen meer te zijn geweest dan men in de zomer had geteld. Dit jaar zal dit nog hoger liggen. Met de doelstand van 873 zou dit betekenen dat men 4.767 (84,5%) van een totaal van 5.650 wilde zwijnen moet doden.

Met mijn nota “De ‘turbojacht’ op de Veluwe” rekende ik voor dat het intensieve jagen ’s nachts met nachtkijkers en geluiddempers in de leefgebieden het aantal wildaanrijdingen juist verhoogt. Zes van de tien aanrijdingen met wilde zwijnen en vier van die met reeën bleken aan het te intensieve jagen in de leefgebieden toe te schrijven. Wilde zwijnen trekken massaal naar de wegbermen en de randen bij dorpen en campings. De Veluwe wordt dan een lege ‘winkel’ – de leefgebieden van het wild – terwijl de ‘etages’ – wegbermen – vol zitten. Juist dat leidt het problemen als meer aanrijdingen én het – erg gevaarlijke - voeren door recreanten van de wilde zwijnen, waarvoor ieder stukje extra eten erg welkom is. Minister en Tweede Kamer vinden dat de Provincie Gelderland deze problemen moet oplossen. In juli vroeg de provincie me om het nieuwe Faunabeheerplan Gelderland 2009-2014 te beoordelen.

De nieuwe nota “Op naar VeluweNatuurlijk!” – als reactie - schetst de veroudering van de inzichten. Hierbij gaat het vooral om de begroeiing van de Veluwe. Want de combinatie van meer voeding in de begroeiing (loofhout), betere groeiomstandigheden (meer en langer warmte) en meer voedingstoffen (vooral stikstof uit de luchtvervuiling) betekent voor de totale fauna een enorme toename van de levensmogelijkheden.

Ondanks al die toenamen maakte het vorige Faunabeheerplan 2004-2008 de keuze voor maximaal 800 wilde zwijnen en bepaalde men het afschot op standen van 835 en 860 en nu 873. En dat terwijl in de jaren ’70 en ’80 zo’n 1.300 tot 1.500 wilde zwijnen de Veluwse winters overleefden. Een rapport uit 2002 noemt een aantal voor de jaren ’90 van 2.500. Ik schat op grond van mijn berekeningen het aantal wilde zwijnen dat nu de winters kan overleven op 3.000 tot 3.500. Ik kwam door terug te rekenen op een aantal tussen de 3.500 en 4.000 dat de milde winter van 2007/08 overleefde. Ik noem het totaal onbegrijpelijk dat men een stand (800 tot 873) bepaalde van de helft van het aantal in de jaren ’70 en ’80, een derde van die in de jaren ’90 en een kwart van de huidige mogelijkheden. En dat alles zonder zorgvuldige wetenschappelijke onderbouwing of een kleinere proef. Feitelijk een daad van onverantwoord bestuur.

Ook de fabel inzake de roofdieren (in vaktermen: predatoren) stel ik aan de orde. Roofdieren rennen niet achter het hert met grootste gewei of het everzwijn met de grootste slagtanden aan. Alleen als prooidieren niet fit zijn of niet opletten is er enige kans. Roofdieren bepalen niet het aantal wilde zwijnen - zoals bijna iedereen denkt - ook de opstellers van het Faunabeheerplan Gelderland 2009-2014.

Roofdieren hebben de taak het uitzichtloos lijden van gebrekkige dieren te voorkomen. De taak die de regels voor het beheer – de Flora- en faunawet - aan de mens toebedeelt. Die jager en dat roofdier houdt alles wat gezond is juist in stand. Voor het roofdier of de predator betekent een lagere stand minder mogelijkheden voor zijn soortgenoten. Een grotere populatie betekent gemiddeld juist – in het totaal – ook weer wat meer gebrek en sterfte onder de prooidieren en meer voedsel voor zijn soort.

Met minstens 3.500 wilde zwijnen zal de natuurlijke dood de populatie afstemmen op het gebied. De jaarlijkse, natuurlijke sterfte zal – uiteindelijk - dan maximaal rond de 2.000 komen te liggen of te wel 35% van de wilde zwijnen en dat stemt overeen met de jaarlijkse aanwas. Die minder dan 2.000 wilde zwijnen gemiddeld per jaar – of 37 per week: 10 volwassen (keiler/zeug), 5 overlopers en 22 biggen - bepalen hoeveel roofdieren op de Veluwe van de wilde zwijnen zouden kunnen leven. Die totaalcijfers per week voor 52.000 hectare Veluwe geven ook de jaarcijfers voor 1.000 hectare of ruim 2.000 voetbalvelden Veluwe weer.

Dat is dan ook het beeld dat in 2013/2014 bereikt kan worden: volledig natuurlijke populaties op de Veluwe. Ze zullen zich vaker in de bossen laten zien. Niet meer in de dorpen en ook niet meer langs de wegen, waar ze nu ieder jaar heen vluchten zodra de mens hun leefgebieden ’s nachts doorzoekt, om hen vooral die natuurlijke dood te besparen. Om dat voor zo’n 35% onmogelijk te maken, wil men 80 tot 90% doden en dat alles noemt men dan ook nog “duurzaam populatiebeheer”!

Inmiddels stuurde ik de rechter een repliek van 600 gram op het provinciaal verweer van 1,5 kilo. Duurzame rechtspraak is mogelijk ook een aandachtspunt of nieuw item.

Bijgaand ook de nota "Op naar VeluweNatuurlijk!"

Er zijn 2 reacties

Reacties overzicht (2)

Sorteren
@Marcel, kun je misschien uitleggen wat de relatie is tussen jouw bijdrage "Op naar VeluweNatuurlijk!" en het onderwerp "Hoe komen we van de middelmaat af?" ?
Jurriaan, ik had dit moeten toelichten. Voor mij was de verbinding dat ik waarnam, dat de beleving op de Veluwe was dat de wilde zwijnen fors in aantal moesten worden teruggebracht vanwege de wildaanrijdingen. Vanaf 2007 zette men een genadeloze jacht in. Direct gevolg was, dat de aanrijdingen meer dan verdubbeld zijn. Ondanks dat intensiveert men de bejaging nog verder. Vanwege de verlaging van de aantallen in de winter blijkt het gemiddeld aantal biggetjes per zwijnenmoeder ook meer dan verdubbeld. Dus nog meer bejaging, nog meer vestoring, nog meer aanrijdingen en nog meer biggen.

Men koos voor een oplossing - de bestrijding van wilde zwijnen als grote bedreiger van de 'heilige koe' - met een maatschappijbrede ondersteuning zonder zich de gevolgen echt te realiseren. Zelfs (internationaal) verboden middelen - infraroodlampen, nachtkijkers en geluiddempers - worden gebruikt om 's nachts de leefgebieden uit te kammen. Al het wild staat bloot aan een nooit eerder voorgekomen vervolging en verstoring.

Hiermee hoop ik mijn relatie tussen de presentatie van een 'aansprekende aanpak' en de feitelijke inhoud en betekenis voldoende te hebben geschetst. Voor mij is het de ultieme schets van de middelmaat in bestuur, media en samenleving, waarbij men nog slechts gestuurd lijkt te worden door de klank van een boodschap zonder een inhoudelijk doordacht oordeel. Beter kan ik deze middelmaat niet schetsen.
U bent nu niet ingelogd. Om te kunnen bijdragen moet u inloggen. Geen account? Registreer uzelf dan nu.

Kijk ook eens bij

› 21 minuten  het grootste online opinie- onderzoek van Nederland. Doe de enquete.

› Mentality  Als u wilt weten welke leefstijl u heeft, kunt u meedoen aan de Mentality-leefstijltest van onderzoeksbureau Motivaction.