Minister Bos heeft de boodschap van een artikel in het Financieele Dagblad bevestigd: eigenlijk hebben wij een begrotingsoverschot nodig om na de crisis de kosten van de vergrijzing op te vangen. De omvang van het gat tussen het werkelijke tekort en het gewenste overschot is afhankelijk van de economie. Dus daar zou alle aandacht naar uit moeten gaan: duurzame innovatie om onze economie uit deze crisis te trekken, ook als oplossing voor de volgende uitdagingen van vergrijzing en klimaatverandering. Alle hens aan dek om het defaitisme van draconische bezuinigingen te verslaan. Geen woorden maar daden graag van het Kabinet.
›
Luister naar de Aan de Slag uitzending op BNR Nieuwsradio
De afgelopen weken heeft FEM in verschillende artikelen laten zien dat het bedrijven lukt om met innovatie deze economische crisis te doorstaan of zelfs te benutten. De daling van de industriële productie is volgens Eurostat in Nederland met 6% minder dan de helft van het gemiddelde van 15% van de eurolanden. Grote ontslagrondes en faillissementen blijven nog uit. De arbeidsintensieve bedrijven waren al vertrokken naar lage lonen landen. De resterende bedrijven hebben met innovatie de kwaliteit van hun producten verhoogd én het aandeel van arbeid in de kostprijs verlaagd. Zij plukken als eerste de vruchten van aantrekkende vraag, als zij financiering voor investeringen krijgen. En dat gebeurt volgens het eerder aangehaalde onderzoek van EIM maar voor de helft. De MKB staatskredietgaranties worden maar voor 25% door de banken benut. De innovatie pijplijn droogt in alle opzichten op.
Van innovatieleider is Nederland in de EU Innovation Scoreboard volger geworden en gedaald naar de tiende plaats op de Global Competitiveness Index. Terwijl het Innovatieplatform jaren geleden o.l.v. minister-president Balkenende is opgericht om in de top5 te komen. We doen heel ingewikkeld met allerlei praatclubs en subsidiepotten, maar alles bij elkaar opgeteld investeren we simpelweg te weinig in R&D. In 1990 zat Nederland met 2,3% van ons Bruto Binnenlands Product nog boven het EU gemiddelde, maar wel beneden het OESO gemiddelde met landen als de VS en Japan. Nu zitten we zelfs onder het EU-27 gemiddelde inclusief de minder welvarende Oost-Europese landen.
Volgens de internationale vergelijking zitten we qua kennisontwikkeling vooral door de patentenproductie van Philips en ASML nog wel goed, maar we scoren slecht in het toepassen van technologie door gebrek aan ondernemerschap. We zitten als kikkers in water dat steeds warmer wordt, en we springen er niet uit. Wij kijken er naar, maar doen te weinig. Veel woorden, weinig daden.
De overheid probeert met honderden subsidies en dito regels en toewijzende instanties bedrijven te stimuleren met hun R&D-vragen bij één van de dertig kennisinstituten aan te kloppen. Vijf minuten tellen op internet leverde al meer dan 500 verschillende R&D subsidies op. De bureaucratische rompslomp die dat meebrengt werkt contraproductief. Het is een industrie op zich. Alleen grote bedrijven kunnen mensen vrijmaken om de regelingen uit te pluizen, de juiste subsidiepotten te vinden en onleesbare aanvragen op te stellen. Een directeur van een groot bedrijf heeft mij verteld dat hij via deze omweg zijn R&D bijna gratis kan laten doen, omdat hij mensen beschikbaar heeft om het hele subsidieproces uit te voeren. Maar een klein bedrijf komt daar nooit doorheen. Zo komen de R&D gelden niet bij kleine bedrijven voor nieuwe Tomtom’s.
Staatsecretaris De Jager is ex-ondernemer en heeft als crisismaatregel de belastingaftrek voor innovatie in plaats van de subsidies verhoogd. De octrooibox is innovatiebox geworden. En de WBSO is verruimd om kleine bedrijven tot 60% van R&D loonkosten te kunnen laten aftrekken. Dat is een goed begin om deze lijn helemaal door te trekken: omzetting van alle R&D subsidieregelingen in belastingvoordelen voor alle bedrijven die o.a. kennisinstituten inschakelen om hun R&D en producten op een hoger niveau te krijgen. Een klein bedrijf heeft al zijn energie nodig om zijn product te ontwikkelen en te verkopen. Die energie moet je niet verspillen aan formulieren invullen en wachten op goedkeuring door mensen die geen ondernemers zijn. Hetzelfde geldt voor investeringsfinanciering bij banken. Laten we de Nationale Investering Bank helemaal nationaliseren en weer als alternatief naast de commerciële banken zetten. Dan kunnen de pensioenfondsen via dit loket rechtstreeks geld in de economie steken.
De versnippering is niet alleen zichtbaar in subsidies maar ook in het universitair onderwijs: van de ruim 100 bètatechnische faculteiten, hebben er bijna 70 een eerstejaarsinstroom onder de vijftig studenten, dat is nog minder dan een behoorlijke basisschool. Als we alle bèta- en techniekfaculteiten in Nederland zouden samenvoegen in één technologie-universiteit, dan creëren we een instelling die zich écht kan spiegelen aan bijvoorbeeld Zurich en MIT. Daarvoor hoef je niet fysiek alles op een plaats samen te brengen, maar breng het onder één koepel en ontdubbel zodat echte specialisten echte vooruitgang kunnen boeken met echte nieuwe technologie.
Wij konden en kunnen het. In het verleden heeft Nederland vele innovatieve bedrijven voortgebracht waar wij nu nog profijt van hebben, zoals Philips, Unilever, Shell, ASML, Boskalis, en ga maar door. Dus laten we onze innovatieketen verlossen van de bureaucratie om nieuwe kampioenen de ruimte en middelen te geven om onze economie in alle opzichten duurzaam te maken. We hebben geen tijd te verliezen.
Gerelateerde artikelen:
›
Het Financieele Dagblad: Vergrijzing kost miljarden extra
›
Het Financieele Dagblad: MKB vreest groeiend tekort aan bankkrediet
›
Het Financieele Dagblad: Bos: groei zal tekort door vergrijzing deels tenietdoen
›
Fembusiness.nl: De Nederlandse industrie slaat zich door de crisis
›
Global Competitiveness Index 2009
›
EU Innovation Scoreboard 2008