Woningcorporatie Vestia verkeert in financiële problemen. De grootste corporatie van Nederland is niet in staat om de onderpanden op de eerder aangekochte ‘derivaten’ terug t betalen . Andere woningcorporaties hebben Vestia nu geholpen, maar deze situatie roept vragen op over het functioneren van de sector. Hoe kunnen problemen zoals met Vestia worden voorkomen?
Op donderdag, 2 februari 2012 10:22 schreef martin het volgende:. Welke politieke partij durft dat aan te kaarten ?
Op donderdag, 2 februari 2012 17:16 schreef maurice het volgende:ik betwijfel of dit aangepakt kan worden omdat dit soort baantjes meestal aan mensen gegeven wordt die uit de ons kent ons club komen van graaiers en andere klaplopers kennis van zaken is schijnbaar niet nodig slechts een groot netwerk van contacten die men kan etaleren om indruk te maken aan de mensen die men ontvangt in de opulente directie kantoren. om de morele grondbeginselen weer in die lagen ingevoerd te krijgen zal mijns inziens eerst eens door zo een organisatie de scheidend directeur hoofdelijk aansprakelijk gesteld moeten worden voor het slagveld wat hij achterlaat na het zoveelste megalomane project dat mislukt is.
Op donderdag, 2 februari 2012 20:58 schreef wimh het volgende:Voor een dergelijk goede baan behoeft niet eens te worden afgestudeerd.Een beetje populair op de studentensoos blijkt later een ruim voldoende. Houden ze een ideaal netwerk aan over.Elke bouwvakker kan het beter en weet nog waar die mee bezig is ook.En wil het graag doen voor 50.000 per jaar. Kun je per jaar al meteen 14 sociale huurwoningen meer bouwen als vereniging.
Op vrijdag, 3 februari 2012 06:41 schreef edwin n het volgende:Dus op de vraag,´´hoe kunnen problemen zoals met Vestia worden voorkomen?´´.Betere eisen stellen aan de bestuurders.Eerst een aantal jaren praktijk ervaring.Daarnaast een goed diploma.En daarnaast een normaal salaris wat niet afhankelijk is van graai/gok praktijken.
Op zaterdag, 4 februari 2012 00:01 schreef Poldertramp het volgende: Betere eisen stellen veronderstelt de mogelijkheid dat je mensen vindt die er aan beantwoorden.
Op zaterdag, 4 februari 2012 00:01 schreef Poldertramp het volgende: En diploma's zijn altijd gebaseerde op kennis van 10 jaar geleden of langer.
Op zaterdag, 4 februari 2012 10:52 schreef edwin n het volgende:Op zaterdag, 4 februari 2012 00:01 schreef Poldertramp het volgende: Betere eisen stellen veronderstelt de mogelijkheid dat je mensen vindt die er aan beantwoorden. Nee, het verondersteld dat de mensen die bekwaam zijn om op die plaats te komen niet kansloos worden gemaakt door mensen met alleen maar een kruiwagen aan die baan komen.
Op zaterdag, 4 februari 2012 10:52 schreef edwin n het volgende:
Op donderdag, 9 februari 2012 14:56 schreef joopkools het volgende:Op donderdag, 9 februari 2012 14:47 schreef hwinthag het volgende:Woningcorporaties Het doel van een woningcorporatie is het zonder winstoogmerk bouwen, beheren en verhuren van betaalbare woonruimte. De oudste woningcorporatie werd in 1852 opgericht op initiatief van een aantal welgestelde particulieren: de Vereeniging ten behoeve van de Arbeidersklasse te Amsterdam. Hun opzet was het, zonder overheidssteun, verminderen van de woningnood en het verbeteren van de huisvesting van arbeidersgezinnen. Dit initiatief werd al snel gevolgd in steden elders in ons land, maar het loste de woningproblematiek van de arbeidersklasse niet op. Daarom voerde het Kabinet Pierson in 1901 de Woningwet in, waarin de financiering van de woningbouw met leningen en garanties van de overheid werd geregeld. Met overheidssteun werden vervallen woonbuurten gerenoveerd en verrezen nieuwe arbeiderswoonwijken in stadsuitbreidingsgebieden. In 1913 richtte een federatie van 300 woningcorporaties en gemeentelijke woningbedrijven de Nationale Woningraad op. Er werden criteria vastgesteld voor de selectie van bewoners en het toezicht op de bewoning van huurwoningen. Om wildgroei tegen te gaan werd in het Woningbesluit van 1932 de ministeriële toelating van woningcorporaties geregeld. Vóór WO II werden woningwetwoningen meestal gefinancierd door middel van rijksvoorschotten. Die moesten in 50 jaar worden afgelost, maar in crisistijd kon de looptijd worden verlengd tot 75 jaar. Tussen 1900 en 1940 werden een miljoen woningwetwoningen gebouwd, waardoor woningcorporaties steeds meer een centrale rol gingen vervullen in de volkshuisvesting. De overheid beperkte zich tot de rol van regulator, financier en toezichthouder. In 1955 waren bij de Nationale Woningraad ruim 700 woningcorporaties aangesloten, die voornamelijk bouwden voor hun leden, met als doelstelling "de geestelijke verheffing" van de arbeider. Vanaf 1960 werd de relatie tussen de corporaties en hun leden/huurders echter losser en zakelijker en gingen ze bouwen voor de gehele woningmarkt. Tussen 1947 en 1985 steeg het woningbezit van de corporaties van 196.000 tot 1.607.000 woningen, ofwel van 8% tot 30% van het totale woningbezit. Doordat het Rijk besloot met ingang van 1988 geen woningwetleningen meer te verstrekken, moesten de corporaties zich via de kapitaalmarkt gaan financieren, vaak onder garantie van de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De rijksleningen en -subsidies verdwenen, maar de woningbouwverenigingen hielden de wettelijke plicht zorg te dragen voor goede en betaalbare huurwoningen voor de lagere inkomensgroepen. Dat betrof in 2000 2,36 miljoen huurwoningen voor 30% van alle huishoudens in ons land. Ofschoon de termen woningbouwvereniging, woningstichting en woningcorporatie in de volksmond door elkaar worden gebruikt, bestaan er duidelijke juridische verschillen. Bij een vereniging wordt het bestuur op democratische wijze gekozen, maar bij een stichting of vennootschap is dat niet het geval. Onder invloed van het neoliberale regeringsbeleid en de huurliberalisatie werden vanaf 1993 de meeste woningcorporaties verzelfstandigd en werd de marktwerking heilig verklaard. Terwijl de huurders hun inspraak en zeggenschap verloren, gingen corpopraties (meestal stichtingen) tevens bouwen voor de markt en gingen ze in grote steden optreden als projectontwikkelaars. Het bestuur van de corporatie werd niet meer door de leden gekozen en gecontroleerd en het bestuur benoemde zelf zijn Raad van Toezicht. Het Rijk (als toezichthouder) en gemeenten raakten hun invloed op de financiën en investeringen van de corporaties grotendeels kwijt. Vanaf 1994 verdwenen de objectsubsidies en moesten de woningcorporaties een groter beroep gaan doen op de kapitaalmarkt. Doordat de huuropbrengsten van de goedkope sociale huurwoningen te laag waren, gingen ze meer woningen bouwen voor het duurdere marktsegment. Ook werden oudere woningen gesloopt, waarvoor een kleiner aantal duurdere woningen in de plaats kwam. Door grotere en duurdere woningen te bouwen, wilden de corporaties de doorstroming op de woningmarkt bevorderen. Er zou ook doorstroming moeten plaatsvinden van huur- naar koopwoningen. Sociale huurwoningen zouden dan vrijkomen voor gezinnen met de laagste inkomens. Maar er is nog volop sprake van "scheefwonen/huren", want veel sociale huurwoningen worden bewoond door huishoudens met een gezinsinkomen boven de norm ( in 2012: € 34.085). Een deel van de woningorporaties maakte "prestatieafspraken" met gemeenten, waardoor er sprake was van een overlegkader, maar op het nakomen hiervan stond geen sanctie. Door een aanpassing van het Besluit Beheer Sociale Huursector werden de taken van corporaties uitgebreid naar behoud van de leefbaarheid in wijken en naar een grotere betrokkenheid bij het beheer van maatschappelijk vastgoed. Sommige corporaties gingen investeren in kantoren en sportcomplexen. Dat was in strijd met de Woningwet en werd daarom door de Minister van VROM verboden. Inmiddels zijn een aantal corporaties betrokken bij bouwfraudeaffaires, riskante investeringen en onverantwoord hoge beloningen. Te noemen vallen onder meer de affaires rond de Amsterdamse Rochdale Woningstichting, de Rotterdamse PWS, de Maastrichtse Sint Servatius Stichting, de SS Rotterdam en de derivatenaffaire bij Vestia. Daardoor is het imago van de sector voor wat betreft "maatschappelijk verantwoord ondernemen" flink aangetast. Logisch dat dit gebeurt in een neoliberaal systeem, waarin in alle economische en maatschappelijke geledingen privatisering en marktwerking heilig zijn verklaard. In zo’n systeem zijn hoogmoed, hebzucht en graaicultuur (zeker in tijden van economische voorspoed) niet uit te roeien. Bestuurders van woningcorporaties zijn op de stoel gaan zitten van onroerend goedbobo's, projectontwikkelaars, bankiers, verzekeraars en beursspeculanten. Door een uitgekiend financieel beleid moet het toch mogelijk zijn om de inkomsten- en uitgavenstromen (ook op langere termijn) zodanig op elkaar af te stemmen, dat een mismatch en al te grote risico's worden uitgesloten. Hopelijk zal deze diepe financieel- economische crisis een heilzame werking hebben binnen de woning(corporatie)sector en ook andere sectoren van onze economie en samenleving. Maar dat kan alleen als het neoliberale laissez-faire beleid plaatsmaakt voor een transparanter, strenger en democratischer beleid met toezicht en controle door overheidsorganen. Alleen dan kunnen uitwassen worden voorkomen en bestrede Woningbouw vereniging
Op donderdag, 9 februari 2012 14:56 schreef joopkools het volgende:
Op donderdag, 9 februari 2012 14:47 schreef hwinthag het volgende:Woningcorporaties Het doel van een woningcorporatie is het zonder winstoogmerk bouwen, beheren en verhuren van betaalbare woonruimte. De oudste woningcorporatie werd in 1852 opgericht op initiatief van een aantal welgestelde particulieren: de Vereeniging ten behoeve van de Arbeidersklasse te Amsterdam. Hun opzet was het, zonder overheidssteun, verminderen van de woningnood en het verbeteren van de huisvesting van arbeidersgezinnen. Dit initiatief werd al snel gevolgd in steden elders in ons land, maar het loste de woningproblematiek van de arbeidersklasse niet op. Daarom voerde het Kabinet Pierson in 1901 de Woningwet in, waarin de financiering van de woningbouw met leningen en garanties van de overheid werd geregeld. Met overheidssteun werden vervallen woonbuurten gerenoveerd en verrezen nieuwe arbeiderswoonwijken in stadsuitbreidingsgebieden. In 1913 richtte een federatie van 300 woningcorporaties en gemeentelijke woningbedrijven de Nationale Woningraad op. Er werden criteria vastgesteld voor de selectie van bewoners en het toezicht op de bewoning van huurwoningen. Om wildgroei tegen te gaan werd in het Woningbesluit van 1932 de ministeriële toelating van woningcorporaties geregeld. Vóór WO II werden woningwetwoningen meestal gefinancierd door middel van rijksvoorschotten. Die moesten in 50 jaar worden afgelost, maar in crisistijd kon de looptijd worden verlengd tot 75 jaar. Tussen 1900 en 1940 werden een miljoen woningwetwoningen gebouwd, waardoor woningcorporaties steeds meer een centrale rol gingen vervullen in de volkshuisvesting. De overheid beperkte zich tot de rol van regulator, financier en toezichthouder. In 1955 waren bij de Nationale Woningraad ruim 700 woningcorporaties aangesloten, die voornamelijk bouwden voor hun leden, met als doelstelling "de geestelijke verheffing" van de arbeider. Vanaf 1960 werd de relatie tussen de corporaties en hun leden/huurders echter losser en zakelijker en gingen ze bouwen voor de gehele woningmarkt. Tussen 1947 en 1985 steeg het woningbezit van de corporaties van 196.000 tot 1.607.000 woningen, ofwel van 8% tot 30% van het totale woningbezit. Doordat het Rijk besloot met ingang van 1988 geen woningwetleningen meer te verstrekken, moesten de corporaties zich via de kapitaalmarkt gaan financieren, vaak onder garantie van de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De rijksleningen en -subsidies verdwenen, maar de woningbouwverenigingen hielden de wettelijke plicht zorg te dragen voor goede en betaalbare huurwoningen voor de lagere inkomensgroepen. Dat betrof in 2000 2,36 miljoen huurwoningen voor 30% van alle huishoudens in ons land. Ofschoon de termen woningbouwvereniging, woningstichting en woningcorporatie in de volksmond door elkaar worden gebruikt, bestaan er duidelijke juridische verschillen. Bij een vereniging wordt het bestuur op democratische wijze gekozen, maar bij een stichting of vennootschap is dat niet het geval. Onder invloed van het neoliberale regeringsbeleid en de huurliberalisatie werden vanaf 1993 de meeste woningcorporaties verzelfstandigd en werd de marktwerking heilig verklaard. Terwijl de huurders hun inspraak en zeggenschap verloren, gingen corpopraties (meestal stichtingen) tevens bouwen voor de markt en gingen ze in grote steden optreden als projectontwikkelaars. Het bestuur van de corporatie werd niet meer door de leden gekozen en gecontroleerd en het bestuur benoemde zelf zijn Raad van Toezicht. Het Rijk (als toezichthouder) en gemeenten raakten hun invloed op de financiën en investeringen van de corporaties grotendeels kwijt. Vanaf 1994 verdwenen de objectsubsidies en moesten de woningcorporaties een groter beroep gaan doen op de kapitaalmarkt. Doordat de huuropbrengsten van de goedkope sociale huurwoningen te laag waren, gingen ze meer woningen bouwen voor het duurdere marktsegment. Ook werden oudere woningen gesloopt, waarvoor een kleiner aantal duurdere woningen in de plaats kwam. Door grotere en duurdere woningen te bouwen, wilden de corporaties de doorstroming op de woningmarkt bevorderen. Er zou ook doorstroming moeten plaatsvinden van huur- naar koopwoningen. Sociale huurwoningen zouden dan vrijkomen voor gezinnen met de laagste inkomens. Maar er is nog volop sprake van "scheefwonen/huren", want veel sociale huurwoningen worden bewoond door huishoudens met een gezinsinkomen boven de norm ( in 2012: € 34.085). Een deel van de woningorporaties maakte "prestatieafspraken" met gemeenten, waardoor er sprake was van een overlegkader, maar op het nakomen hiervan stond geen sanctie. Door een aanpassing van het Besluit Beheer Sociale Huursector werden de taken van corporaties uitgebreid naar behoud van de leefbaarheid in wijken en naar een grotere betrokkenheid bij het beheer van maatschappelijk vastgoed. Sommige corporaties gingen investeren in kantoren en sportcomplexen. Dat was in strijd met de Woningwet en werd daarom door de Minister van VROM verboden. Inmiddels zijn een aantal corporaties betrokken bij bouwfraudeaffaires, riskante investeringen en onverantwoord hoge beloningen. Te noemen vallen onder meer de affaires rond de Amsterdamse Rochdale Woningstichting, de Rotterdamse PWS, de Maastrichtse Sint Servatius Stichting, de SS Rotterdam en de derivatenaffaire bij Vestia. Daardoor is het imago van de sector voor wat betreft "maatschappelijk verantwoord ondernemen" flink aangetast. Logisch dat dit gebeurt in een neoliberaal systeem, waarin in alle economische en maatschappelijke geledingen privatisering en marktwerking heilig zijn verklaard. In zo’n systeem zijn hoogmoed, hebzucht en graaicultuur (zeker in tijden van economische voorspoed) niet uit te roeien. Bestuurders van woningcorporaties zijn op de stoel gaan zitten van onroerend goedbobo's, projectontwikkelaars, bankiers, verzekeraars en beursspeculanten. Door een uitgekiend financieel beleid moet het toch mogelijk zijn om de inkomsten- en uitgavenstromen (ook op langere termijn) zodanig op elkaar af te stemmen, dat een mismatch en al te grote risico's worden uitgesloten. Hopelijk zal deze diepe financieel- economische crisis een heilzame werking hebben binnen de woning(corporatie)sector en ook andere sectoren van onze economie en samenleving. Maar dat kan alleen als het neoliberale laissez-faire beleid plaatsmaakt voor een transparanter, strenger en democratischer beleid met toezicht en controle door overheidsorganen. Alleen dan kunnen uitwassen worden voorkomen en bestrede
"Crisisaanpak, topprioriteit of toch niet."
" Het heeft er alle schijn van dat Nederland een land..."
" Slim bezuinigen en hervormen. De bezuinigingskoorts..."
" Al meerdere malen heb ik dit feit ter sprake gebracht...."
" Ja, telkens weer verbaas ik mij erover dat men het..."
" Geachte geachte men Besing ,u slaat de spijker op..."
" @WillekeZouden we ons niet voor alles er druk over..."
" De grootverdieners worden niet aangepakt.Een schande,..."
"Links-rechts-denken, bron van alle kwaad. "
" Ze snappen best dat hun luxe toekomst langzaam wordt..."
"problemen kun je ook zoeken."
"Milieuproblemen"
"Geen problemen oplossen, maar nieuwe hobbies bedenken"
"Ik ga Proberen te weten waar we staan met onze problemen rond de Islam"
"Oplossen wereldproblemen alleen via VN"
"Vrouwen doen niets aan de maatschappelijke problemen zonder dagcreme"
› 21 minuten het grootste online opinie- onderzoek van Nederland. Doe de enquete.
› Mentality Als u wilt weten welke leefstijl u heeft, kunt u meedoen aan de Mentality-leefstijltest van onderzoeksbureau Motivaction.