Problemen Vestia

Door stefanp85
Er zijn nu 17 reacties | 1 februari 2012 12:02
Wat vindt u van deze bijdrage? 0 0

Woningcorporatie Vestia verkeert in financiële problemen. De grootste corporatie van Nederland is niet in staat om de onderpanden op de eerder aangekochte ‘derivaten’ terug t betalen . Andere woningcorporaties hebben Vestia nu geholpen, maar deze situatie roept vragen op over het functioneren van de sector. Hoe kunnen problemen zoals met Vestia worden voorkomen?

Er zijn 17 reacties

reageer ook op deze bijdrage:

Reacties overzicht (17)

Sorteren
wimh
Zulke problemen kun je nooit voorkomen. Criminaliteit, corruptie en gewone domheid hebben altijd al bestaan en zullen ook blijven bestaan. En hoog opgeleid zijn doet daar ook nog eens niets aan af.
martin
IN tegenstelling tot de reactie van wimh weet ik dat je zulke problemen wel degelijk kunt voorkomen, nl door in de wet aangaande deze corporaties zeer duidelijk op te nemen dat een woningbouwcorporatie zich niet mag gedragen als bank of verzekeraarr of projectontwikkelaar etc.
En dus duidelijk te stellen dat een WC niet mag gaan beleggen in aandelen, en zeker niet in gevaarlijke en ondoorzichtige zaken als derivaten.,
Ik vind het al niet passen voor een WC als Vestia dat ze leningen hebben kunnen en mogen afsluiten voor iets van 5 Miljard Euro.
Dat is toch van de gekke ?

Nu doet een PvdA-politicus als Jacques Monasch net alsof de schuld bij de corporaties alleen ligt, maar dat klopt niet. In de eerste helft van de jaren '90 van de vrorige eeuw, toen de woningbouwVERENIGINGEN , die democratisch waren, via de politiek, zonder dat de burgers daar toestemming vcoor hebben gegeven, zomaar werden omgezet in niet-democratische Stichtingen, is door onduidelijke voorwaarden de mogelijkheid geschapen voor de rampsituaties die zich de afgelopen 5 jaren hebben ontwikkeld.
De politici hebben die rampmpogelijkheden geschapen, niet de burgers en wie ook.

Dus er moet een onmiddellijk verbod komen op dit soort praktijken.
Er moet duidelijk een wet komen waarin staat, dat woningbouwcorporaties zich alleen nog maar mogen bezighouden met sociale woningbouw, dus huur van alleen gewone huizen, in eigen land alleen, en niks meer mogen lenen, en ook niks meer mogen op gebied van beleggen en verzekeren. Dat zijn taken voor banken, en niet voor woningbouwverenigingen.
En het projectontwikkelaar spelen moet ook afgelopen zijn. Is geen taak voor WONINGbouwcorporaties. Dus geen geld steken in ander soort gebouwen zijnde geen woningen.

En bonussen en salarissen van ver boven de Balkenendenorm, moet gewooon keihard verboden worden.
In het FD stond dat die malloot die de baas was van Vestia een salaris verdiende van iets van E 1,5 miljoen per jaar. Nu, dat verdiende hij niet, maar dat kreeg hij gewoon. Het woord verdienen is hier echt niet op zijn plaats.

En verder zou het veel beter zijn als de corporaties weer werden terug-omgezet in VERENIGINGEN, waar de bugers en huurders weer op democratische manier dit soort wanpraktijken kunnen VOORKOMEN.

Uit deze en talrijke andere wantoestanden blijkt steeds weer dat belangrijke zaken in dit land buiten de eigenlijke democratie om geregeld worden door een kongsi van oligarchen.
En dat moet eindelijk eens afgelopen zijn.
Welke politieke partij durft dat aan te kaarten ?
edwin n

Op donderdag, 2 februari 2012 10:22 schreef martin het volgende:. Welke politieke partij durft dat aan te kaarten ?


Dat is een goede vraag.
Politiek heeft overal graai praktijken van gemaakt en holt zo onze gehele maatschappij uit.
Vandaag hoorde ik nog (dat is dan wel in Denemarken, maar in NL is het niet veel anders) dat men wil besluiten om bejaarden niet meer naar de wc te brengen maar dat ze terplekken op de po moeten om zo tijd te besparen.
Als deze bezuinigen daar zit een vies luchtje aan, terwijl er aan onbelangrijke zaken steeds meer tijd wordt besteed.

Overal wordt steeds meer tijd en geld verspilt, maar waar het echt nodig is wordt het steeds meer weg getrokken.
Dus inderdaad, welke politieke patij durft hier het tij te keren?
maurice
ik betwijfel of dit aangepakt kan worden omdat dit soort baantjes meestal aan mensen gegeven wordt die uit de ons kent ons club komen van graaiers en andere klaplopers kennis van zaken is schijnbaar niet nodig slechts een groot netwerk van contacten die men kan etaleren om indruk te maken aan de mensen die men ontvangt in de opulente directie kantoren.
om de morele grondbeginselen weer in die lagen ingevoerd te krijgen zal mijns inziens eerst eens door zo een organisatie de scheidend directeur hoofdelijk aansprakelijk gesteld moeten worden voor het slagveld wat hij achterlaat na het zoveelste megalomane project dat mislukt is.
edwin n

Op donderdag, 2 februari 2012 17:16 schreef maurice het volgende:ik betwijfel of dit aangepakt kan worden omdat dit soort baantjes meestal aan mensen gegeven wordt die uit de ons kent ons club komen van graaiers en andere klaplopers kennis van zaken is schijnbaar niet nodig slechts een groot netwerk van contacten die men kan etaleren om indruk te maken aan de mensen die men ontvangt in de opulente directie kantoren. om de morele grondbeginselen weer in die lagen ingevoerd te krijgen zal mijns inziens eerst eens door zo een organisatie de scheidend directeur hoofdelijk aansprakelijk gesteld moeten worden voor het slagveld wat hij achterlaat na het zoveelste megalomane project dat mislukt is.


Je omschrijft precies de reden waarom het niet verandert en waarom het alleen maar erger wordt.
wimh
Voor een dergelijk goede baan behoeft niet eens te worden afgestudeerd.
Een beetje populair op de studentensoos blijkt later een ruim voldoende. Houden ze een ideaal netwerk aan over.

Elke bouwvakker kan het beter en weet nog waar die mee bezig is ook.
En wil het graag doen voor 50.000 per jaar. Kun je per jaar al meteen 14 sociale huurwoningen meer bouwen als vereniging.
edwin n
Dus op de vraag,´´hoe kunnen problemen zoals met Vestia worden voorkomen?´´.
Betere eisen stellen aan de bestuurders.

Eerst een aantal jaren praktijk ervaring.
Daarnaast een goed diploma.
En daarnaast een normaal salaris wat niet afhankelijk is van graai/gok praktijken.

Op donderdag, 2 februari 2012 20:58 schreef wimh het volgende:Voor een dergelijk goede baan behoeft niet eens te worden afgestudeerd.
Een beetje populair op de studentensoos blijkt later een ruim voldoende. Houden ze een ideaal netwerk aan over.

Elke bouwvakker kan het beter en weet nog waar die mee bezig is ook.
En wil het graag doen voor 50.000 per jaar. Kun je per jaar al meteen 14 sociale huurwoningen meer bouwen als vereniging.

Dit is niets anders dan een goed voorbeeld van ooit linkse apparatsjikcultuur. In die tijd van oprichting de 70er jaren kwam je er nooit tussen als je niet van de club was.
Overigens zijn toezichthouders figuren die aan een inkomen geholpen moeten worden omdat ze in het juiste netwerk zitten en omdat ergens anders iets opgeheven is.
Politieke kleur garandeert helaas niet het kwaliteitsniveau.

Op vrijdag, 3 februari 2012 06:41 schreef edwin n het volgende:Dus op de vraag,´´hoe kunnen problemen zoals met Vestia worden voorkomen?´´.
Betere eisen stellen aan de bestuurders.

Eerst een aantal jaren praktijk ervaring.
Daarnaast een goed diploma.
En daarnaast een normaal salaris wat niet afhankelijk is van graai/gok praktijken.

De eerste vraag vereist weer een heel pakket regels. Waar elke slimme jurist wel weer de nodige gaten in kan vinden.
Betere eisen stellen veronderstelt de mogelijkheid dat je mensen vindt die er aan beantwoorden. Maar de voor een klein land kenmerkende netwerkstructuren zorgen voor een zeer geringe drang naar persoonlijke kwaliteitsontwikkeling. Dus dat ziet er slecht uit.,
Het is niet toevallig dat mensen vandaag niet meer te vinden zijn met het niveau van een Luns, een Drees, een Schmelzer, een Anne Vondeling, een Wiegel, een de Jong, In Zuid Limburg kwam ik journalisten tegen die hele stukken van Vondel en Shakespeare konden presenteren. Die PC Hooft hadden gelezen en Schiller en Goethe. Moet je nu komen. Linkse lachertjes, die de meest onbenullige vormen van voorlichting met een onderlinge wedstrijd wie de meeste taalfouten op een pagina kan onderbrengen, gebruiken om de burger te vaak op het verkeerde been te zetten.

En diploma's zijn altijd gebaseerde op kennis van 10 jaar geleden of langer.
edwin n

Op zaterdag, 4 februari 2012 00:01 schreef Poldertramp het volgende: Betere eisen stellen veronderstelt de mogelijkheid dat je mensen vindt die er aan beantwoorden.


Nee, het verondersteld dat de mensen die bekwaam zijn om op die plaats te komen niet kansloos worden gemaakt door mensen met alleen maar een kruiwagen aan die baan komen.
edwin n

Op zaterdag, 4 februari 2012 00:01 schreef Poldertramp het volgende: En diploma's zijn altijd gebaseerde op kennis van 10 jaar geleden of langer.


Diploma's hebben alleen maar waarde als je die ook meteen in de praktijk gebruikt.

Bouwcorporaties worden nu geleid door mensen die er een casino van hebben gemaakt.
Wooncorporaties horen er voor te zorgen dat er weer aan vakwerk gedacht moet worden.
En daarvoor heb je mensen met praktijk ervaring nodig, geen slimme rekenwonders die allerlei lucht gebakken casino trucjes verkopen.
maurice

Op zaterdag, 4 februari 2012 10:52 schreef edwin n het volgende:

Op zaterdag, 4 februari 2012 00:01 schreef Poldertramp het volgende: Betere eisen stellen veronderstelt de mogelijkheid dat je mensen vindt die er aan beantwoorden.


Nee, het verondersteld dat de mensen die bekwaam zijn om op die plaats te komen niet kansloos worden gemaakt door mensen met alleen maar een kruiwagen aan die baan komen.



naar dan moeten de leiding gevende van hun ons kent ons kliekje afgaan voor dat soort droom functies en dan krijgen ze gegarandeerd comentaar bij de vrienden clubjes dat piet of gert het niet geworden is ondanks dat hij toch bij de club is .
ik betwijfel of bestuurders het risico willen lopen niet uitgenodigd te worden voor mogelijke commisariaten bij bedrijf x of y omdat ze iemand uit de vrienden pool niet benoemd hebben omdat er aan een criteria voldaan moet worden dat inhoudt moreel inschatings vermogen.
De grap is dat deze mensen dachten dat ze het heel goed deden. Zij konden er voor zorgen dat Vestia met weinig geld renterisico's konden bestrijden. Nu is het meestal zo dat dat niet lukt "veel voor weinig" lijkt aantrekkelijk , maar is meestal geluk en daar hoort bij dat andere pech hebben dus inderdaad het is gokken.
Veel durfkapitalisten zien dat niet en ook dat is op zich niet raar want die derivaten en financiële producten zitten dermate ingewikkeld in elkaar dat het ook echt moeilijk is dit te doorgronden.

Het leven zou er voor veel mensen beter uit zien als we het simpel houden en binnen de menselijke maat. Als je voortdurende met "virtuele miljoenen / miljarden" bezig bent, kan ik me best voorstellen dat de waarde van reëel geld niet meer beseft kan worden.
Dus ja er moet zeker regelgeving komen. Maar verwacht daar niet te veel van, we kunnen dit niet dichtregelen. Dus kleinere coöperaties, inderdaad (mede) bestuurd door direct belanghebbenden financieel beheerd via transparante en begrijpelijke constructies. Dan kan het niet zo vreselijk uit de hand lopen. Tja in ieder geval afscheid nemen van de droom "veel voor weinig ". Of als dat te moeilijk is doe het dan in de eigen privé situatie als het dan mislukt zit je tenminste zelf op de blaren.
Woningcorporaties

Het doel van een woningcorporatie is het zonder winstoogmerk bouwen, beheren en verhuren van betaalbare woonruimte. De oudste woningcorporatie werd in 1852 opgericht op initiatief van een aantal welgestelde particulieren: de Vereeniging ten behoeve van de Arbeidersklasse te Amsterdam. Hun opzet was het, zonder overheidssteun, verminderen van de woningnood en het verbeteren van de huisvesting van arbeidersgezinnen. Dit initiatief werd al snel gevolgd in steden elders in ons land, maar het loste de woningproblematiek van de arbeidersklasse niet op. Daarom voerde het Kabinet Pierson in 1901 de Woningwet in, waarin de financiering van de woningbouw met leningen en garanties van de overheid werd geregeld. Met overheidssteun werden vervallen woonbuurten gerenoveerd en verrezen nieuwe arbeiderswoonwijken in stadsuitbreidingsgebieden. In 1913 richtte een federatie van 300 woningcorporaties en gemeentelijke woningbedrijven de Nationale Woningraad op. Er werden criteria vastgesteld voor de selectie van bewoners en het toezicht op de bewoning van huurwoningen. Om wildgroei tegen te gaan werd in het Woningbesluit van 1932 de ministeriële toelating van woningcorporaties geregeld.

Vóór WO II werden woningwetwoningen meestal gefinancierd door middel van rijksvoorschotten. Die moesten in 50 jaar worden afgelost, maar in crisistijd kon de looptijd worden verlengd tot 75 jaar. Tussen 1900 en 1940 werden een miljoen woningwetwoningen gebouwd, waardoor woningcorporaties steeds meer een centrale rol gingen vervullen in de volkshuisvesting. De overheid beperkte zich tot de rol van regulator, financier en toezichthouder. In 1955 waren bij de Nationale Woningraad ruim 700 woningcorporaties aangesloten, die voornamelijk bouwden voor hun leden, met als doelstelling "de geestelijke verheffing" van de arbeider. Vanaf 1960 werd de relatie tussen de corporaties en hun leden/huurders echter losser en zakelijker en gingen ze bouwen voor de gehele woningmarkt. Tussen 1947 en 1985 steeg het woningbezit van de corporaties van 196.000 tot 1.607.000 woningen, ofwel van 8% tot 30% van het totale woningbezit. Doordat het Rijk besloot met ingang van 1988 geen woningwetleningen meer te verstrekken, moesten de corporaties zich via de kapitaalmarkt gaan financieren, vaak onder garantie van de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De rijksleningen en -subsidies verdwenen, maar de woningbouwverenigingen hielden de wettelijke plicht zorg te dragen voor goede en betaalbare huurwoningen voor de lagere inkomensgroepen. Dat betrof in 2000 2,36 miljoen huurwoningen voor 30% van alle huishoudens in ons land.

Ofschoon de termen woningbouwvereniging, woningstichting en woningcorporatie in de volksmond door elkaar worden gebruikt, bestaan er duidelijke juridische verschillen. Bij een vereniging wordt het bestuur op democratische wijze gekozen, maar bij een stichting of vennootschap is dat niet het geval. Onder invloed van het neoliberale regeringsbeleid en de huurliberalisatie werden vanaf 1993 de meeste woningcorporaties verzelfstandigd en werd de marktwerking heilig verklaard. Terwijl de huurders hun inspraak en zeggenschap verloren, gingen corporaties (meestal stichtingen) tevens bouwen voor de markt en gingen ze in grote steden optreden als projectontwikkelaars. Het bestuur van de corporatie werd niet meer door de leden gekozen en gecontroleerd en het bestuur benoemde zelf zijn Raad van Toezicht. Het Rijk (als toezichthouder) en gemeenten raakten hun invloed op de financiën en investeringen van de corporaties grotendeels kwijt. Vanaf 1994 verdwenen de objectsubsidies en moesten de woningcorporaties een groter beroep gaan doen op de kapitaalmarkt. Doordat de huuropbrengsten van de goedkope sociale huurwoningen te laag waren, gingen ze meer woningen bouwen voor het duurdere marktsegment. Ook werden oudere woningen gesloopt, waarvoor een kleiner aantal duurdere woningen in de plaats kwam. Door grotere en duurdere woningen te bouwen, wilden de corporaties de doorstroming op de woningmarkt bevorderen. Er zou ook doorstroming moeten plaatsvinden van huur- naar koopwoningen. Sociale huurwoningen zouden dan vrijkomen voor gezinnen met de laagste inkomens. Maar er is nog volop sprake van "scheefwonen/huren", want veel sociale huurwoningen worden bewoond door huishoudens met een gezinsinkomen boven de norm ( in 2012: € 34.085).

Een deel van de woningorporaties maakte "prestatieafspraken" met gemeenten, waardoor er sprake was van een overlegkader, maar op het nakomen hiervan stond geen sanctie. Door een aanpassing van het Besluit Beheer Sociale Huursector werden de taken van corporaties uitgebreid naar behoud van de leefbaarheid in wijken en naar een grotere betrokkenheid bij het beheer van maatschappelijk vastgoed. Sommige corporaties gingen investeren in kantoren en sportcomplexen. Dat was in strijd met de Woningwet en werd daarom door de Minister van VROM verboden. Inmiddels zijn een aantal corporaties betrokken bij bouwfraudeaffaires, riskante investeringen en onverantwoord hoge beloningen. Te noemen vallen onder meer de affaires rond de Amsterdamse Rochdale Woningstichting, de Rotterdamse PWS, de Maastrichtse Sint Servatius Stichting, de SS Rotterdam en de derivatenaffaire bij Vestia. Daardoor is het imago van de sector voor wat betreft "maatschappelijk verantwoord ondernemen" flink aangetast. Logisch dat dit gebeurt in een neoliberaal systeem, waarin in alle economische en maatschappelijke geledingen privatisering en marktwerking heilig zijn verklaard. In zo’n systeem zijn hoogmoed, hebzucht en graaicultuur (zeker in tijden van economische voorspoed) niet uit te roeien. Bestuurders van woningcorporaties zijn op de stoel gaan zitten van onroerend goedbobo's, projectontwikkelaars, bankiers, verzekeraars en beursspeculanten. Door een uitgekiend financieel beleid moet het toch mogelijk zijn om de inkomsten- en uitgavenstromen (ook op langere termijn) zodanig op elkaar af te stemmen, dat een mismatch en al te grote risico's worden uitgesloten. Hopelijk zal deze diepe financieel- economische crisis een heilzame werking hebben binnen de woning(corporatie)sector en ook andere sectoren van onze economie en samenleving. Maar dat kan alleen als het neoliberale laissez-faire beleid plaatsmaakt voor een transparanter, strenger en democratischer beleid met toezicht en controle door overheidsorganen. Alleen dan kunnen uitwassen worden voorkomen en bestreden.
[quote=25558]Woningcorporaties

Het doel van een woningcorporatie is het zonder winstoogmerk bouwen, beheren en verhuren van betaalbare woonruimte. De oudste woningcorporatie werd in 1852 opgericht op initiatief van een aantal welgestelde particulieren: de Vereeniging ten behoeve van de Arbeidersklasse te Amsterdam. Hun opzet was het, zonder overheidssteun, verminderen van de woningnood en het verbeteren van de huisvesting van arbeidersgezinnen. Dit initiatief werd al snel gevolgd in steden elders in ons land, maar het loste de woningproblematiek van de arbeidersklasse niet op. Daarom voerde het Kabinet Pierson in 1901 de Woningwet in, waarin de financiering van de woningbouw met leningen en garanties van de overheid werd geregeld. Met overheidssteun werden vervallen woonbuurten gerenoveerd en verrezen nieuwe arbeiderswoonwijken in stadsuitbreidingsgebieden. In 1913 richtte een federatie van 300 woningcorporaties en gemeentelijke woningbedrijven de Nationale Woningraad op. Er werden criteria vastgesteld voor de selectie van bewoners en het toezicht op de bewoning van huurwoningen. Om wildgroei tegen te gaan werd in het Woningbesluit van 1932 de ministeriële toelating van woningcorporaties geregeld.

Vóór WO II werden woningwetwoningen meestal gefinancierd door middel van rijksvoorschotten. Die moesten in 50 jaar worden afgelost, maar in crisistijd kon de looptijd worden verlengd tot 75 jaar. Tussen 1900 en 1940 werden een miljoen woningwetwoningen gebouwd, waardoor woningcorporaties steeds meer een centrale rol gingen vervullen in de volkshuisvesting. De overheid beperkte zich tot de rol van regulator, financier en toezichthouder. In 1955 waren bij de Nationale Woningraad ruim 700 woningcorporaties aangesloten, die voornamelijk bouwden voor hun leden, met als doelstelling "de geestelijke verheffing" van de arbeider. Vanaf 1960 werd de relatie tussen de corporaties en hun leden/huurders echter losser en zakelijker en gingen ze bouwen voor de gehele woningmarkt. Tussen 1947 en 1985 steeg het woningbezit van de corporaties van 196.000 tot 1.607.000 woningen, ofwel van 8% tot 30% van het totale woningbezit. Doordat het Rijk besloot met ingang van 1988 geen woningwetleningen meer te verstrekken, moesten de corporaties zich via de kapitaalmarkt gaan financieren, vaak onder garantie van de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De rijksleningen en -subsidies verdwenen, maar de woningbouwverenigingen hielden de wettelijke plicht zorg te dragen voor goede en betaalbare huurwoningen voor de lagere inkomensgroepen. Dat betrof in 2000 2,36 miljoen huurwoningen voor 30% van alle huishoudens in ons land.

Ofschoon de termen woningbouwvereniging, woningstichting en woningcorporatie in de volksmond door elkaar worden gebruikt, bestaan er duidelijke juridische verschillen. Bij een vereniging wordt het bestuur op democratische wijze gekozen, maar bij een stichting of vennootschap is dat niet het geval. Onder invloed van het neoliberale regeringsbeleid en de huurliberalisatie werden vanaf 1993 de meeste woningcorporaties verzelfstandigd en werd de marktwerking heilig verklaard. Terwijl de huurders hun inspraak en zeggenschap verloren, gingen corpopraties (meestal stichtingen) tevens bouwen voor de markt en gingen ze in grote steden optreden als projectontwikkelaars. Het bestuur van de corporatie werd niet meer door de leden gekozen en gecontroleerd en het bestuur benoemde zelf zijn Raad van Toezicht. Het Rijk (als toezichthouder) en gemeenten raakten hun invloed op de financiën en investeringen van de corporaties grotendeels kwijt. Vanaf 1994 verdwenen de objectsubsidies en moesten de woningcorporaties een groter beroep gaan doen op de kapitaalmarkt. Doordat de huuropbrengsten van de goedkope sociale huurwoningen te laag waren, gingen ze meer woningen bouwen voor het duurdere marktsegment. Ook werden oudere woningen gesloopt, waarvoor een kleiner aantal duurdere woningen in de plaats kwam. Door grotere en duurdere woningen te bouwen, wilden de corporaties de doorstroming op de woningmarkt bevorderen. Er zou ook doorstroming moeten plaatsvinden van huur- naar koopwoningen. Sociale huurwoningen zouden dan vrijkomen voor gezinnen met de laagste inkomens. Maar er is nog volop sprake van "scheefwonen/huren", want veel sociale huurwoningen worden bewoond door huishoudens met een gezinsinkomen boven de norm ( in 2012: € 34.085).

Een deel van de woningorporaties maakte "prestatieafspraken" met gemeenten, waardoor er sprake was van een overlegkader, maar op het nakomen hiervan stond geen sanctie. Door een aanpassing van het Besluit Beheer Sociale Huursector werden de taken van corporaties uitgebreid naar behoud van de leefbaarheid in wijken en naar een grotere betrokkenheid bij het beheer van maatschappelijk vastgoed. Sommige corporaties gingen investeren in kantoren en sportcomplexen. Dat was in strijd met de Woningwet en werd daarom door de Minister van VROM verboden. Inmiddels zijn een aantal corporaties betrokken bij bouwfraudeaffaires, riskante investeringen en onverantwoord hoge beloningen. Te noemen vallen onder meer de affaires rond de Amsterdamse Rochdale Woningstichting, de Rotterdamse PWS, de Maastrichtse Sint Servatius Stichting, de SS Rotterdam en de derivatenaffaire bij Vestia. Daardoor is het imago van de sector voor wat betreft "maatschappelijk verantwoord ondernemen" flink aangetast. Logisch dat dit gebeurt in een neoliberaal systeem, waarin in alle economische en maatschappelijke geledingen privatisering en marktwerking heilig zijn verklaard. In zo’n systeem zijn hoogmoed, hebzucht en graaicultuur (zeker in tijden van economische voorspoed) niet uit te roeien. Bestuurders van woningcorporaties zijn op de stoel gaan zitten van onroerend goedbobo's, projectontwikkelaars, bankiers, verzekeraars en beursspeculanten. Door een uitgekiend financieel beleid moet het toch mogelijk zijn om de inkomsten- en uitgavenstromen (ook op langere termijn) zodanig op elkaar af te stemmen, dat een mismatch en al te grote risico's worden uitgesloten. Hopelijk zal deze diepe financieel- economische crisis een heilzame werking hebben binnen de woning(corporatie)sector en ook andere sectoren van onze economie en samenleving. Maar dat kan alleen als het neoliberale laissez-faire beleid plaatsmaakt voor een transparanter, strenger en democratischer beleid met toezicht en controle door overheidsorganen. Alleen dan kunnen uitwassen worden voorkomen en bestrede
er ging iets mis. Ik wilde allen winthag bedanken voor het mooie historische overzicht wat hij schetst.
reiny1

Op donderdag, 9 februari 2012 14:56 schreef joopkools het volgende:

Op donderdag, 9 februari 2012 14:47 schreef hwinthag het volgende:Woningcorporaties Het doel van een woningcorporatie is het zonder winstoogmerk bouwen, beheren en verhuren van betaalbare woonruimte. De oudste woningcorporatie werd in 1852 opgericht op initiatief van een aantal welgestelde particulieren: de Vereeniging ten behoeve van de Arbeidersklasse te Amsterdam. Hun opzet was het, zonder overheidssteun, verminderen van de woningnood en het verbeteren van de huisvesting van arbeidersgezinnen. Dit initiatief werd al snel gevolgd in steden elders in ons land, maar het loste de woningproblematiek van de arbeidersklasse niet op. Daarom voerde het Kabinet Pierson in 1901 de Woningwet in, waarin de financiering van de woningbouw met leningen en garanties van de overheid werd geregeld. Met overheidssteun werden vervallen woonbuurten gerenoveerd en verrezen nieuwe arbeiderswoonwijken in stadsuitbreidingsgebieden. In 1913 richtte een federatie van 300 woningcorporaties en gemeentelijke woningbedrijven de Nationale Woningraad op. Er werden criteria vastgesteld voor de selectie van bewoners en het toezicht op de bewoning van huurwoningen. Om wildgroei tegen te gaan werd in het Woningbesluit van 1932 de ministeriële toelating van woningcorporaties geregeld. Vóór WO II werden woningwetwoningen meestal gefinancierd door middel van rijksvoorschotten. Die moesten in 50 jaar worden afgelost, maar in crisistijd kon de looptijd worden verlengd tot 75 jaar. Tussen 1900 en 1940 werden een miljoen woningwetwoningen gebouwd, waardoor woningcorporaties steeds meer een centrale rol gingen vervullen in de volkshuisvesting. De overheid beperkte zich tot de rol van regulator, financier en toezichthouder. In 1955 waren bij de Nationale Woningraad ruim 700 woningcorporaties aangesloten, die voornamelijk bouwden voor hun leden, met als doelstelling "de geestelijke verheffing" van de arbeider. Vanaf 1960 werd de relatie tussen de corporaties en hun leden/huurders echter losser en zakelijker en gingen ze bouwen voor de gehele woningmarkt. Tussen 1947 en 1985 steeg het woningbezit van de corporaties van 196.000 tot 1.607.000 woningen, ofwel van 8% tot 30% van het totale woningbezit. Doordat het Rijk besloot met ingang van 1988 geen woningwetleningen meer te verstrekken, moesten de corporaties zich via de kapitaalmarkt gaan financieren, vaak onder garantie van de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De rijksleningen en -subsidies verdwenen, maar de woningbouwverenigingen hielden de wettelijke plicht zorg te dragen voor goede en betaalbare huurwoningen voor de lagere inkomensgroepen. Dat betrof in 2000 2,36 miljoen huurwoningen voor 30% van alle huishoudens in ons land. Ofschoon de termen woningbouwvereniging, woningstichting en woningcorporatie in de volksmond door elkaar worden gebruikt, bestaan er duidelijke juridische verschillen. Bij een vereniging wordt het bestuur op democratische wijze gekozen, maar bij een stichting of vennootschap is dat niet het geval. Onder invloed van het neoliberale regeringsbeleid en de huurliberalisatie werden vanaf 1993 de meeste woningcorporaties verzelfstandigd en werd de marktwerking heilig verklaard. Terwijl de huurders hun inspraak en zeggenschap verloren, gingen corpopraties (meestal stichtingen) tevens bouwen voor de markt en gingen ze in grote steden optreden als projectontwikkelaars. Het bestuur van de corporatie werd niet meer door de leden gekozen en gecontroleerd en het bestuur benoemde zelf zijn Raad van Toezicht. Het Rijk (als toezichthouder) en gemeenten raakten hun invloed op de financiën en investeringen van de corporaties grotendeels kwijt. Vanaf 1994 verdwenen de objectsubsidies en moesten de woningcorporaties een groter beroep gaan doen op de kapitaalmarkt. Doordat de huuropbrengsten van de goedkope sociale huurwoningen te laag waren, gingen ze meer woningen bouwen voor het duurdere marktsegment. Ook werden oudere woningen gesloopt, waarvoor een kleiner aantal duurdere woningen in de plaats kwam. Door grotere en duurdere woningen te bouwen, wilden de corporaties de doorstroming op de woningmarkt bevorderen. Er zou ook doorstroming moeten plaatsvinden van huur- naar koopwoningen. Sociale huurwoningen zouden dan vrijkomen voor gezinnen met de laagste inkomens. Maar er is nog volop sprake van "scheefwonen/huren", want veel sociale huurwoningen worden bewoond door huishoudens met een gezinsinkomen boven de norm ( in 2012: € 34.085). Een deel van de woningorporaties maakte "prestatieafspraken" met gemeenten, waardoor er sprake was van een overlegkader, maar op het nakomen hiervan stond geen sanctie. Door een aanpassing van het Besluit Beheer Sociale Huursector werden de taken van corporaties uitgebreid naar behoud van de leefbaarheid in wijken en naar een grotere betrokkenheid bij het beheer van maatschappelijk vastgoed. Sommige corporaties gingen investeren in kantoren en sportcomplexen. Dat was in strijd met de Woningwet en werd daarom door de Minister van VROM verboden. Inmiddels zijn een aantal corporaties betrokken bij bouwfraudeaffaires, riskante investeringen en onverantwoord hoge beloningen. Te noemen vallen onder meer de affaires rond de Amsterdamse Rochdale Woningstichting, de Rotterdamse PWS, de Maastrichtse Sint Servatius Stichting, de SS Rotterdam en de derivatenaffaire bij Vestia. Daardoor is het imago van de sector voor wat betreft "maatschappelijk verantwoord ondernemen" flink aangetast. Logisch dat dit gebeurt in een neoliberaal systeem, waarin in alle economische en maatschappelijke geledingen privatisering en marktwerking heilig zijn verklaard. In zo’n systeem zijn hoogmoed, hebzucht en graaicultuur (zeker in tijden van economische voorspoed) niet uit te roeien. Bestuurders van woningcorporaties zijn op de stoel gaan zitten van onroerend goedbobo's, projectontwikkelaars, bankiers, verzekeraars en beursspeculanten. Door een uitgekiend financieel beleid moet het toch mogelijk zijn om de inkomsten- en uitgavenstromen (ook op langere termijn) zodanig op elkaar af te stemmen, dat een mismatch en al te grote risico's worden uitgesloten. Hopelijk zal deze diepe financieel- economische crisis een heilzame werking hebben binnen de woning(corporatie)sector en ook andere sectoren van onze economie en samenleving. Maar dat kan alleen als het neoliberale laissez-faire beleid plaatsmaakt voor een transparanter, strenger en democratischer beleid met toezicht en controle door overheidsorganen. Alleen dan kunnen uitwassen worden voorkomen en bestrede



Woningbouw vereniging
U bent nu niet ingelogd. Om te kunnen bijdragen moet u inloggen. Geen account? Registreer uzelf dan nu.

Kijk ook eens bij

› 21 minuten  het grootste online opinie- onderzoek van Nederland. Doe de enquete.

› Mentality  Als u wilt weten welke leefstijl u heeft, kunt u meedoen aan de Mentality-leefstijltest van onderzoeksbureau Motivaction.