Wat willen we met onderwijs?

Door beslng
Er zijn nu 3 reacties | 6 oktober 2011 13:44
Wat vindt u van deze bijdrage? 0 0

Lange tijd werd het onderwijs ingedeeld in kleuterschool, lager onderwijs, middelbaar onderwijs en hoger onderwijs. Hoewel deze terminologie misschien niet helemaal meer als ‘politiek correct’ wordt beschouwd, is de indeling van het onderwijs niet wezenlijk veranderd.
In het nu zo geheten basisonderwijs wordt het onderwijs verzorgd in de elementaire bekwaamheden, noodzakelijk voor het functioneren in de maatschappij. De onderwijzers, die over de te onderwijzen bekwaamheden uiteraard in uitstekende mate zelf moeten beschikken (het thans soms gehoorde excuus van de onderwijzer: ik kan zelf ook niet rekenen, is onacceptabel), dienen ook oog te hebben voor moeilijkheden, die individuele leerlingen met het functioneren in de maatschappij zouden kunnen krijgen. Het basisonderwijs heeft ook een duidelijke opvoedingstaak in aanvulling op (soms zelfs ter opvanging van) de opvoeding door de ouders. De kinderen moeten onbevangen leren omgaan met kinderen van allerlei komaf en geestelijke achtergronden. Om zijn taak goed te kunnen vervullen dient de autoriteit van de onderwijzer of onderwijzeres echter onaantastbaar te zijn voor ouders en leerlingen, hierin gesteund door het openbaar gezag. Dat was vroeger de normale situatie, maar is in de zogenaamde onderwijsvernieuwingen veelal teloor gegaan.
In het voortgezet onderwijs gaat het ontwikkelen van specifieke beroepsbekwaamheden een centrale plaats innemen. Afhankelijk van de aard van deze beroepsbekwaamheden wordt de ontwikkeling van deze bekwaamheden bij de leerlingen in het voortgezet onderwijs voltooid of voorbereid. Maar een goed functioneren in de maatschappij vraagt niet alleen het beschikken over specifieke bekwaamheden, maar ook het gemakkelijk kunnen communiceren met de andere leden van de maatschappij. Zoals bepleit door Hirsch in zijn ‘Cultural Literacy. What Every American Needs to Know’ en met instemming geciteerd door Wesseling, een algemene ontwikkeling is hiervoor voor iedereen nodig. Hirsch concludeerde: “that broad humanistic studies at every stage of education and particularly in early education are highly utilitarian as well as intrinsically valuable”. Hier moet echter ogenblikkelijk aan worden toegevoegd dat het onderwijs ten behoeve van de algemene ontwikkeling niet hoger moet grijpen dan de intellectuele vermogens en interesses van de leerlingen toestaan. Anders werkt dit onderwijs demotiverend, zoals thans bij veel beroepsonderwijs kan worden geconstateerd.
Selectie
Een uiterst belangrijke overweging bij de inrichting van het voortgezet onderwijs zou moeten zijn, dat niets zo ontmoedigend werkt op een leerling als het niet mee kunnen komen in de groep, en dat het zeer demotiverend is voor een leerling om zich in een groep met ‘sukkels’ te moeten ontwikkelen. Gepropageerde ‘spreiding van kennis’ is alleen mogelijk in groepen van leerlingen met vergelijkbare aanleg en belangstelling. Onderlinge hulp bij de studie, de meest effectieve vorm van assistentie, is alleen mogelijk als aanleg en belangstelling niet te veel verschillen. Dit maakt selectie van leerlingen in het voortgezet onderwijs al vroeg onvermijdelijk. Individuele studiebegeleiding en een individueel studietempo is voor een leerling in een groep geen oplossing zonder gevaar voor schade aan de persoonlijkheidsvorming van deze leerling en van zijn medeleerlingen. Het gaat hier om leerlingen in een leeftijdsgroep, die grote behoefte hebben te behoren tot gelijkgestemde vriendengroepen (‘gangs’) en daarin als gelijke erkend te worden. Sociale contacten met jeugd uit de niet uit het onderwijs afkomstige groep kan worden aangemoedigd en worden gevonden in sport en andere hobbies, waar de aanleg en belangstelling heel anders zijn verdeeld dan in het onderwijs. Voor een voetbaltalent is het bevredigender zich te ontwikkelen met andere voetbaltalenten dan met de ‘stuntels’ uit de school.
In de school moet de timmerman worden opgeleid in zijn vak, moet de toekomstige loketambtenaar de vereiste kennis worden bijgebracht, of moet aan de leerling de voor het hoger onderwijs benodigde inspiratie en voorbereidende kennis worden meegegeven. De onderwijzers in het voortgezet onderwijs dienen zich de aan de orde zijnde specifieke beroepsbekwaamheden in uitstekende mate te hebben verworven. Met betrekking tot het beroep in kwestie gaat de voorbeeldfunctie van de onderwijzer een grote rol spelen. De opleiding van een timmerman vraagt een grote beheersing van het vak bij de onderwijzer, zoals bij de voorbereiding op het hoger onderwijs de onderwijzer zijn leerlingen moet kunnen inspireren met de door hem op universiteit of hogeschool uit eigen interesse opgedane kennis. De ervaring dat een bevlogen natuurkundeleraar in het VWO een onevenredig groot aantal leerlingen een natuurkundestudie ziet kiezen is voor hem bevredigend en kan voor de maatschappij, en helemaal voor zijn leerlingen, geen kwaad.
Hoger onderwijs
In het hoger onderwijs wordt de ontwikkeling van de bekwaamheden voor de daarvoor in aanmerking komende beroepen voortgezet en vaak ook afgerond (ondanks de algemeen uitgesproken wenselijkheid van ‘éducation permanente’). De onderwijzers in het hoger onderwijs hebben primair de voorbeeldfunctie, omdat het wijzen hoe je je een bepaalde bekwaamheid kunt eigen maken steeds minder in algemene zin mogelijk is. De onderwijzer had zelf misschien het meeste baat bij het oefenen in teamverband, terwijl de leerling soms het beste op een geheel eigen wijze de door de onderwijzer getoonde bekwaamheden bij zichzelf ontwikkelt. In het bijzonder de zelfstandige wetenschappelijke onderzoeker heeft voldoende aan aanwijzingen en aan voorbeelden om zich aan te spiegelen.
De academicus
Het zou wenselijk zijn dat de toelating tot de universiteiten zou worden beperkt tot die leerlingen, die zich geroepen voelen, zonder uitzicht op rijkdom, maar wel gedreven door kennisdrang, hun leven in dienst van de wetenschap te stellen. Nu biedt de universitaire titel de afgestudeerde een aureool, dat vaak alleen maar werd nagestreefd voor het bereiken van een hooggehonoreerde maatschappelijke functie, die niets meer met de inhoud van de studie te maken heeft. In het hoger beroepsonderwijs kunnen de beroepsbekwaamheden worden onderscheiden naar de graad waarin ambachtelijke vaardigheden (ambachtelijk in figuurlijke zin) of abstraherend vermogen centraal staan. Moet de ingenieur de abstractie van het wiskundig model aankunnen, van de leerling van het muzi

Er zijn 3 reacties

reageer ook op deze bijdrage:

Reacties overzicht (3)

Sorteren
sarinda
U vind blijkbaar de selectie wel heel erg belangrijk. Geen talenten tussen "sukkels" etc. Maar hoe bepaalt u dan wat talenten en wat "sukkels" zijn? De resultaten? Slechte resultaten kunnen een gevolg zijn van slechte motivatie. En slechte motivatie kan een gevolg zijn van allerlei zaken, variërend van geen plezierig thuis tot geen plezierig klimaat in de lesgroep of niet geaccepteerd worden door andere leerlingen. Of, veel kwalijker en veel voorkomend tegenwoordig, oninspirerende leerkrachten en een negatief klimaat op een school. Als je als kind best behoorlijk nieuwsgierig bent en graag wil leren is niets zo demotiverend als steeds maar te horen krijgen dat je een slechte werkhouding hebt of niet goed je best doet omdat je wel eens te laat komt of je boeken niet altijd bij je hebt of je huiswerk niet gemaakt hebt. En ondertussen geen waardering krijgen voor je belangstelling of goede prestaties. En zelfs, zoals mijn zoon onlangs overkwam, bij en goede mondelinge beurt te horen krijgen dat het geen wonder is dat je dat wel kunt, want dat je van een hogere opleiding komt en dat het vast niet voor niets is dat je van die opleiding af bent.

Ik denk dat het veel belangrijker is dat de selectie van leraren op een andere manier plaatsvindt dan nu het geval is. Dat leraren niet meer aangenomen worden voor hun capaciteit om orde te houden (maakt niet uit op welke negatieve manier ook) en om steeds maar leerlingen te blijven wijzen op wat ze verkeerd doen. Maar dat leraren tijdens de opleiding een vermogen moeten ontwikkelen om positieve kwaliteiten en positieve bijdragen van leerlingen te herkennen en aan te moedigen.

Mijn zoon heeft het nu voor het eerst sinds hij van de basisschool af is naar zijn zin op school. Niet omdat de lat veel lager ligt of omdat hij praktischer bezig is (want eigenlijk is dat niet echt een aanmoediging voor hem), maar omdat het klimaat op de school waar hij nu heengaat veel positiever en de benadering van de meeste leerkrachten veel volwassener en reëler is. (die éne leraar is gelukkig een uitzondering.)
Dat heeft tot gevolg dat hijzelf zich ook veel volwassener en positiever gedraagt.
dirkse

Op donderdag, 6 oktober 2011 14:16 schreef sarinda het volgende:U vind blijkbaar de selectie wel heel erg belangrijk. Geen talenten tussen "sukkels" etc.



het gaat om differentiatie en selectie.
Die differentiatie kan plaatsvinden tussen scholen, tussen klassen of in klassen tussen leerlingen.
Dat laatste is erg duur, want bijna individueel onderwijs. Soort bij soort is het goedkoopst en laat grote klassen toe.
Naast leerlingen moeten scholen ook docenten kunnen selecteren.

Het gaat altijd om prestaties, waarbij die het product zijn van motivatie, aanleg en omstandigheden.
De eis tot motivatie wordt nu eenzijdig bij de docent gelegd, maar mi moet de leerling ook de docent motiveren. De wereld moet tzt immers de wereld van de leerling worden die dan goed toegerust moet zijn om de dan heersende problemen aan te pakken.
beslng

Op donderdag, 6 oktober 2011 14:16 schreef sarinda het volgende:U vind blijkbaar de selectie wel heel erg belangrijk. Geen talenten tussen "sukkels" etc. Maar hoe bepaalt u dan wat talenten en wat "sukkels" zijn? De resultaten? Slechte resultaten kunnen een gevolg zijn van slechte motivatie. En slechte motivatie kan een gevolg zijn van allerlei zaken, variërend van geen plezierig thuis tot geen plezierig klimaat in de lesgroep of niet geaccepteerd worden door andere leerlingen. Of, veel kwalijker en veel voorkomend tegenwoordig, oninspirerende leerkrachten en een negatief klimaat op een school. Als je als kind best behoorlijk nieuwsgierig bent en graag wil leren is niets zo demotiverend als steeds maar te horen krijgen dat je een slechte werkhouding hebt of niet goed je best doet omdat je wel eens te laat komt of je boeken niet altijd bij je hebt of je huiswerk niet gemaakt hebt. En ondertussen geen waardering krijgen voor je belangstelling of goede prestaties. En zelfs, zoals mijn zoon onlangs overkwam, bij en goede mondelinge beurt te horen krijgen dat het geen wonder is dat je dat wel kunt, want dat je van een hogere opleiding komt en dat het vast niet voor niets is dat je van die opleiding af bent. Ik denk dat het veel belangrijker is dat de selectie van leraren op een andere manier plaatsvindt dan nu het geval is. Dat leraren niet meer aangenomen worden voor hun capaciteit om orde te houden (maakt niet uit op welke negatieve manier ook) en om steeds maar leerlingen te blijven wijzen op wat ze verkeerd doen. Maar dat leraren tijdens de opleiding een vermogen moeten ontwikkelen om positieve kwaliteiten en positieve bijdragen van leerlingen te herkennen en aan te moedigen. Mijn zoon heeft het nu voor het eerst sinds hij van de basisschool af is naar zijn zin op school. Niet omdat de lat veel lager ligt of omdat hij praktischer bezig is (want eigenlijk is dat niet echt een aanmoediging voor hem), maar omdat het klimaat op de school waar hij nu heengaat veel positiever en de benadering van de meeste leerkrachten veel volwassener en reëler is. (die éne leraar is gelukkig een uitzondering.) Dat heeft tot gevolg dat hijzelf zich ook veel volwassener en positiever gedraagt.



Reactie
De eisen te stellen aan onderwijzers/leraren verschillen naar mijn mening van elkaar, zoals in mijn stukje is aangegeven. Maar de problemen van nu zijn ook sterk het gevolg van de zeer verschillende achtergrond van de leerlingen, in het bijzonder in de grote steden. Echter het natuurlijk gezag, dat een leraar kan hebben in de klas, is niet in de laatste plaats het resultaat van de erkenning door de leerlingen, dat hij ver boven hun staat in de over te dragen kennis. Daar ontbreekt het tegenwoordig vaak aan.
U bent nu niet ingelogd. Om te kunnen bijdragen moet u inloggen. Geen account? Registreer uzelf dan nu.

Gerelateerde ideeën

Kijk ook eens bij

› 21 minuten  het grootste online opinie- onderzoek van Nederland. Doe de enquete.

› Mentality  Als u wilt weten welke leefstijl u heeft, kunt u meedoen aan de Mentality-leefstijltest van onderzoeksbureau Motivaction.