Religie (Deel I)

Door hwinthag
Er zijn nu 3 reacties | 27 maart 2011 21:42
Wat vindt u van deze bijdrage? 1 0

Wat is religie? (Zie ook Delen II en III onder reacties)
De meeste religies hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken. In het algemeen is er sprake van een groep mensen met een historische traditie, waarbij rituelen, mythologie en/of doctrines en spiritualiteit een rol spelen. De mens is in principe een religieus wezen, dat zoekt naar de zin van zijn bestaan in relatie tot een hogere macht, godheid of schepper van het universum.Vaak wordt in religies de term geloof gebruikt. Ook verstaat men onder religie een georganiseerde vorm van bijgeloof of een vorm van zingeving aan het leven. Religie biedt aan massa's mensen een houvast, hoop en troost in een onzeker bestaan en in een chaotische wereld.

Wie is religieus?
Religie speelt een zeer belangrijke rol in het leven van de meeste mensen. Van de 7 miljard mensen op deze wereld zijn er naar schatting slechts 1 miljard niet religieus. De belangrijkste religies zijn: het christendom (2,3 miljard), de islam (1,4 miljard), het hindoeïsme (1 miljard) het boeddhisme (0,5 miljard) en het taoïsme ( 250 miljoen). De oudste religie, het jodendom, dat de basis vormt voor het christendom en de islam, heeft wereldwijd slechts 15 miljoen aanhangers. Ongetwijfeld hebben de door de eeuwen heen voortdurende jodenvervolgingen hierbij een belangrijke rol gespeeld.

Waardoor worden mensen religieus?
Veel mensen nemen aan dat God bestaat, omdat het hun door hun ouders, religieuze leiders en onderwijzers van jongs af aan is ingeprent. Kinderen zijn nog niet in staat om zelf na te denken en nemen kritiekloos aan wat ouderen hen onderwijzen. Ze worden als het ware geïndoctrineerd en op latere leeftijd durven ze niet meer te twijfelen aan het bestaan van God, omdat ze zich dan schuldig voelen. Veel christenen en moslims beschouwen andersdenkenden als ongelovigen, die door God gestraft zullen worden met hel en verdoemenis. Een moslim die zich afwendt van Allah maakt zijn familie te schande en wordt daarvoor vervloekt en buitengesloten. Er zijn nog steeds tal van charismatische leiders van religieuze sekten, die hun volgelingen op soms zeer listige wijze indoctrineren met hun eigen geloofsleer.
Geloof in één of meerdere goden vloeit vaak voort uit angst. Mensen zijn bang voor natuurverschijnselen, zoals aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, orkanen, overstromingen, perioden van droogte en zelfs voor donder en bliksem. Om de goden te bedaren en gunstig te stemmen brachten ze in de oudheid offers, meestal van dieren, granen en vruchten, maar soms zelfs van hun eigen kinderen. Tegenwoordig beperkt offeren zich meestal tot het laten branden van kaarsen en het geven van aalmoezen. Bij joden, christenen en moslims is de angst voor het Laatste Oordeel diepgeworteld. Ook de veronderstelling, dat alleen gelovigen die de Tien Geboden onderhouden in de hemel zullen komen en dat zondaars en ongelovigen voor eeuwig zullen branden in de hel boezemt hen angst in.
Maar geloof ontstaat bij de mens ook door ontzag en bewondering voor de onmetelijkheid en complexiteit van het heelal, voor de pracht en praal van natuur en landschap en voor de creatieve, intelligente en atletische mens, die zo'n prachtig leven voortbrengt en zo'n mooie proza, kunst en muziek produceert.

Wetenschap en religie
Wetenschappelijk is er geen enkel bewijs voor het bestaan van God of van meerdere goden. Enkel door logische redenering kan men pogen tot godsbegrip en godsbewijs te komen, zoals onder meer is gedaan door Thomas van Aquino en René Descartes. Vooral tijdens de Verlichting in de 18e eeuw gingen veel geleerden oude waarheden in twijfel trekken. De wetenschap boekte een enorme vooruitgang en er werden nieuwe ontdekkingen en uitvindingen gedaan. Veel christenen gingen twijfelen aan het bestaan, van God, aan het waarheidsgehalte van de Bijbel en aan de kerkelijke leerstellingen. En toen Charles Darwin in de 19e eeuw zijn evolutietheorie publiceerde, gingen veel gelovigen vraagtekens zetten bij het bijbelse scheppingsverhaal. Er ontstond een groot spanningsveld tussen de aanhangers van de darwinistische evolutieleer en die van het scheppingsverhaal uit Genesis.
Maar het duurde nog tot ver in de 20e eeuw voor het rationalisme tot in alle geledingen van de maatschappij was doorgedrongen. In de democratische landen werd de censuur afgeschaft en kwamen persvrijheid en vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel te staan. Toen de geloofsdwang eenmaal was weggevallen, durfden steeds meer christenen openlijk voor hun mening uitkomen en gingen ze zich bevrijden van het juk van kerk en religie. Maar in de meeste islamitische landen was er geen sprake van "verlichting" en bleven de moslims gebukt gaan onder het juk van hun religie en hun dictatoriaal regime.
Ook door gebeurtenissen in de wereld gingen veel mensen aan God twijfelen. Geschokt door de gruweldaden van de twee wereldoorlogen gingen christenen zich in de 20e eeuw afvragen of er wel een rechtvaardige en barmhartige God bestaat. Waarom lijden mensen in sommige landen ook nu nog voortdurend onder oorlog en geweld, terwijl mensen in andere landen continue in vrede en voorspoed leven? Waarom leven massa´s mensen op aarde in armoede en ellende, terwijl anderen baden in weelde en rijkdom? Waarom krijgt juist dat ene gezin of die ene persoon alle tegenslagen te verwerken? Als er een God bestaat, waarom is die dan niet rechtvaardig en barmhartig voor alle mensen en waarom laat hij al die ellende op de wereld toe? Soms raken mensen door persoonlijke tegenslagen zó verbitterd, dat ze hun vertrouwen en hun geloof in God helemaal verliezen. Sedert het midden van de vorige eeuw heeft er in de westerse landen een forse ontkerstening en ontkerkelijking plaatsgevonden, eerst onder de jeugd en later ook onder de ouderen. Maar dat betekent niet, dat al die mensen hun geloof in God hebben verloren. Veel mensen, die om de een of andere reden het vertrouwen in hun Kerk hebben verloren, zijn een eigen inhoud gaan geven aan hun geloofsbeleving.

Er zijn 3 reacties

reageer ook op deze bijdrage:

Reacties overzicht (3)

Sorteren
Religie (Deel II)
Religieus fundamentalisme
Tegenwoordig staan religies meer dan ooit in de publieke belangstelling. Dat komt door de toegenomen internationale spanningen als gevolg van politiek-religieuze conflicten en de angst voor terroristische aanslagen. Fundamentalistische opvattingen van minderheden binnen religies spelen hierbij een belangrijke rol. Geweldsuitbarstingen doen zich vooral voor in Irak, Afghanistan, Pakistan, het Midden-Oosten, de Kaukasus, India, Kasjmir, Indonesië, de Filippijnen en in diverse Afrikaanse landen. Ook vinden er regelmatig terroristische aanslagen plaats in westerse en islamitische landen.
Geen boek heeft zoveel invloed gehad op het menselijk denken en handelen als de Bijbel. Niet alleen de religies, maar ook de politiek, de maatschappij, de kunst en de cultuur werden en worden nog steeds beïnvloed door bijbelse verhalen en gebeurtenissen. Massa´s gelovigen worstelen nog steeds met de vraag of ze de Tora, de Bijbel en de Koran letterlijk, allegorisch of symbolisch moeten interpreteren. Een letterlijke of fundamentalistische interpretatie van deze geschriften is gevaarlijk als mensen hierin een mandaat zien voor hun eigen superioriteit en deze zien als een rechtvaardiging voor het toepassen van geweld tegen andersdenkenden.

Oorlogen en conflicten
Als de Bijbel alleen had bestaan uit het Oude Testament, zouden er waarschijnlijk nauwelijks onoverbrugbare verschillen zijn ontstaan tussen de religies. Vooral het Nieuwe Testament en met name de wezenskenmerken van Jezus Christus hebben aanleiding gegeven tot grote verschillen in opvattingen en interpretaties tussen joden, christenen en moslims. Dat heeft geleid tot talloze oorlogen, conficten, schisma´s en vervolgingen, niet alleen tussen de belangrijkste religies, maar ook tussen de diverse stromingen binnen de afzonderlijke religies. Hieruit mogen we evenwel niet concluderen, dat er zonder religies minder oorlogen en conflicten in de wereld zouden zijn. Ook etnische verschillen tussen volkeren en stammen hebben door de eeuwen heen geleid tot bloedige (burger)oorlogen, zoals we die thans nog zien in Afrikaanse landen. En net als in het verleden zijn er ook nu nog steeds dictators, die hun onderdanen onderdrukken en streven naar machtsuitbreiding door het inlijven van buurlanden, waarbij religie geen enkele rol speelt. En wat te zeggen van machtige landen, die om strategische en politieke redenen of uit economisch eigenbelang met geweld hun invloed uitbreiden in gebieden die rijk zijn aan energiebronnen en grondstoffen?
Religie (Deel III)
Multicultuur en (tot nu toe mislukte?) integratie
Fundamentalistisch-religieuze opvattingen leiden tot veel geweld en onderdrukking in de wereld. Ondanks alle goede bedoelingen en inspanningen van democratische landen, organisaties en massamedia zal hierin in de toekomst waarschijnlijk weinig verandering komen. Integendeel, door de toenemende vermenging van religies en etniciteiten zullen de conflicten en spanningen in de wereld eerder nog toenemen. Conflicten, zoals thans voorkomen in Afrikaanse-, Aziatische- en Oost-Europese landen zullen op de duur ook kunnen gaan optreden in westerse landen. De multiculturele samenleving, die tot voor kort vooral werd gezien als een verrijking van een natie, zal in veel landen leiden tot toenemende problemen en spanningen. Allereerst zullen de grote steden, waarin snel groeiende groepen kansarme allochtonen leven in getto´s en achterstandswijken, worden geconfronteerd met geweldsuitbarstingen.
De geschiedenis leert ons maar al te goed, dat vermenging van christenen, joden en moslims grote risico´s inhoudt voor de stabiliteit en de vrede tussen deze bevolkingsgroepen. Zelfs in landen waar christenen, moslims en joden eeuwenlang vreedzaam met of naast elkaar leefden, sloeg door agitatie van extremisten plotseling "de vlam in de pan". Recente voorbeelden zijn: landen op de Balkan en in de Kaukasus, Indonesië, de Phlippijnen, India en diverse Afrikaanse landen, waar christenen en moslims elkaar uitmoordden. Dergelijke conflicten zullen zich in die landen blijven herhalen en zich ook in landen waar de moslimgemeenschap sterk groeit, gaan voordoen. De integratie van moslims blijkt in veel landen, ondanks alle inspanningen daartoe, nauwelijks van de grond te komen. De verschillen tussen de diverse religies, tradities en culturen zijn daarvoor blijkbaar te groot. Ook streven moslimorganisaties in westelijke landen te weinig naar een gelijkwaardige multiculturele samenleving, waarin democratie en mensenrechten zijn gewaarborgd. Veel imams hebben geen oog voor de positieve waarden van de westerse samenleving en hameren alleen maar op de verderfelijke invloeden hiervan.
Het blijkt zeer moeilijk te zijn om fundamentele verschillen tussen moslims, christenen en joden te overbruggen. En het is haast onmogelijk, dat overtuigde moslims en atheïsten in vrede kunnen samenleven. Daarom dient in het belang van zowel moslims als niet-moslims een te grote vermenging van de islamitische met andere religies te worden voorkomen. Dat heeft niets te maken met racisme of discriminatie, maar met pure noodzaak om in de toekomst veel bloedvergieten te voorkomen. Het getuigt van kortzichtig beleid als regeringen om commerciële redenen grote aantallen moslims naar niet-moslimlanden halen. Verstandiger is het om veel grotere inspanningen te leveren, die leiden tot economische vooruitgang in de moslimlanden zelf. Ook dienen olierijke moslimlanden hun olie-inkomsten en rijkdommen beter onder hun bevolking te gaan verdelen. Tegelijkertijd moeten er veel grotere inspanningen worden geleverd om moslims, die zich blijvend in niet-moslimlanden vestigen te integreren in hun leefomgeving. Om dat te realiseren dienen allochtonen en autochtonen gezamenlijk onderwijs en opleiding te volgen. Ze dienen gezamenlijke werkplekken te bemannen en er dienen gemengde woonwijken te komen. Gettovorming moet absoluut worden voorkomen en ongedaan worden gemaakt. Om de integratiemogelijkheden te vergroten dienen allochtonen evenwichtig over steden en regio´s te worden gespreid. Belangrijk is voorts, dat de deelname van allochtonen aan allerlei soorten verenigingen wordt gestimuleerd, omdat daardoor het saamhorigheidsgevoel wordt bevorderd. Daar waar jeugdige allochtonen moeilijk aan een baan kunnen komen, zal allereerst de overheid moeten zorgen voor arbeidsplaatsen. Nadat ze voldoende scholing en ervaring hebben opgedaan, kunnen ze later eventueel doorstromen naar het bedrijfsleven. Belangrijk is ook, dat allochtonen voldoende ruimte en gelegenheid wordt geboden om hun eigen cultuur en godsdienst uit te oefenen. Hierbij moet er wel streng op worden toegezien, dat in moskeeën en culturele gemeenschapshuizen geen radicalisering plaatsvindt. Uiterst belangrijk is, dat elke vorm van racisme en extremisme tussen moslims en niet-moslims streng wordt bestraft, want iedere bevolkingsgroep moet zich in een land geaccepteerd en veilig kunnen voelen. Wij moeten elkaars opvattingen respecteren, geen haat zaaien tussen religies en niet de spot drijven met God, Allah en de profeten. En vanzelfsprekend dienen Kerk en Staat zeer strikt te worden (blijven) gescheiden.

Hoop voor de toekomst
Het is goed, dat de dictaturen verdwijnen en een democratiseringsproces op gang komt. Hopelijk wordt de vrees, dat extreem fundamentalistische bewegingen in de islamitische landen de huidige revolutie zullen opeisen en uitbuiten niet bewaarheid. Te hopen valt, dat onder de islamitische jeugd, die thans vecht voor vrijheid en democratie, een periode van "verlichting" zal aanbreken en dat hun geloofsdwang zal verdwijnen. Daarvoor hoeven ze niet hun religie, traditie en cultuur prijs te geven, maar zullen ze wel andere religies en niet-gelovigen moeten accepteren en respecteren. Ze zouden, in navolging van Turkije (in 1928), een seculiere Staat moeten stichten. Als dat gaat gebeuren, wat ik overigens niet op korte termijn verwacht, zal ook de vrees voor islamisering in de westerse landen kunnen verdwijnen. En dan zal het islamdebat en de discussie over het wel of niet toestaan van hoofddoekjes waarschijnlijk vanzelf doodbloeden. Religieuze leiders zouden er alles aan moeten doen om tot een permanente dialoog te komen. Er zou op een neutrale plek in de wereld een platform moeten worden gevormd, waar religieuze (en wereldlijke leiders) met elkaar in gesprek zouden moeten treden bij (dreigende) religieuze conflicten. Dan zou er misschien een wereld ontstaan, waarin gelovigen van alle religies in vrede met elkaar zouden kunnen leven.
Het hufterig evangelie van 2012

Hufterigheid is van alle tijden. In de Bijbel en de Koran zijn uitspraken te vinden, die je in deze geschriften niet zou verwachten. Door gelovigen worden ze algemeen aanvaard als vermanende uitlatingen van profeten, die de zondige mens in het gareel moeten houden. Christus gebruikte voor de Farizeeën en schriftgeleerden termen als huichelaars, witgepleisterde graven, slangen en addergebroed en vond dat deze ketters moesten branden in Gehenna, het onblusbare vuur. Geen wonder dat zijn tegenstanders hem verguisden en hem uit de weg wilden ruimen. Zowel Christus als Mohammed waren sociaal bewogen, namen het op voor de armen, onderdrukten en misdeelden en kwamen in verzet tegen de heersende klasse. Maar ze probeerden ook hun monotheïstische leer op te dringen aan de mensheid, waarbij ze veel weerstand ondervonden. In tegenstelling tot Mohammed, die over een leger beschikte, waarmee hij tegen Mekka ten strijde trok, omringde Christus zich slechts met twaalf apostelen, die ook nog op de vlucht sloegen toen Judas hem uitleverde aan de Romeinen.

Wie in een dictatoriaal regime de leider of het gezag beledigt, wordt gemarteld en vermoord of belandt achter de tralies. In een democratisch bestel met vrijheid van meningsuiting hebben wij daar gelukkig geen last van. Rechters weten tegenwoordig haast niet meer of uitlatingen wel of niet beledigend, discriminerend of racistisch zijn. Met de Universele Verklaring en het Europees Verdrag van de rechten van de mens en met onze Grondwet in de hand, komen ze er niet uit. In onze Grondwet staat niets over beledigen als beperkende clausule voor de vrijheid van expressie. Zelfs met artikel 137c uit het Wetboek van Strafrecht, dat de vrijheid van expressie flink inperkt, weten ze zich nauwelijks raad. Wat is de juridische status van beledigen als rechters niet kunnen vaststellen wat dat inhoudt en als ze van oordeel zijn, dat beledigen mogelijk moet zijn in het publiek debat? Alleen dreigen met of toepassen van fysiek geweld, smaad en laster zonder bewijs en mensen op grond van hun ras discrimineren zijn verboden en strafbaar.

Cabaretiers hebben altijd al mogen spelen met de grenzen van het betamelijke: bespotten en beledigen is hun metier. In de samenleving zijn kwetsende moppen en grappen over hele volksstammen en van het normale patroon afwijkende groepen en personen altijd al gemeengoed geweest. Ook pesterijen op scholen, in de werkomgeving en zelfs in bejaardenoorden vormen een alledaags verschijnsel. Door de opkomst van de sociale netwerken, met zijn overvloed aan mails en tweets, treden de beledigingen steeds frequenter en scherper voor de dag. Met de komst van Fortuyn en Wilders werden de debatten in de politieke arena en de media over de multicultuur en de islam feller. Balkenende trachtte tevergeefs het afkalvingsproces op het gebied van normen en waarden in te dammen. Maar volgens sommige filosofen, zoals Floris van den Berg en Rob Wijnberg, is dat uit den boze en is absolute vrijheid van expressie het fundament van onze open samenleving. Het klinkt paradoxaal, maar de vrijheid om te beledigen en te bespotten is volgens hen een teken van beschaving. Je hoeft dus geen respect te hebben voor de mening en opvatting van een ander. Je moet beledigen normaal vinden en tolerant zijn, waaronder is te verstaan: het accepteren van voor jouw beledigende, kwetsende, onfatsoenlijke en respectloze uitlatingen. Politici kunnen zich beledigd voelen door cabaretiers, spotprenten of columnisten. Joden kunnen zich gediscrimineerd voelen door antisemitische uitspraken, moslims door uitspraken van PVV-ers, enzovoort. Volgens deze filosofen zijn er genoeg remedies om je tegen beledigen te wapenen. Zo kun je de dialoog aangaan met degene die je beledigt. En als je denkt, dat de belediging discriminerend is of aanzet tot haat kun je aangifte doen bij justitie. Ook kun je eelt op je ziel kweken en ervoor zorgen dat je een olifantenhuid krijgt. Of je kunt de bal terugkaatsen door je tegenstander, binnen de grenzen van de wet, eveneens te beledigen en te kwetsen. Tenslotte kun je overgaan tot zelfreflectie en de hand in eigen boezem steken.

Dit is het Nederlands evangelie van 2012, waarmee ik het absoluut oneens ben, omdat ik vind (en de praktijk wijst het uit), dat daardoor de verhuftering en de verharding in onze samenleving sterk toenemen. Ik denk, dat een groot deel van de bevolking het met mij eens is en dat dit ook een oorzaak is van veel onbehagen. Gelukkig is de verontwaardiging in onze samenleving nog steeds groot als politici racistische en discriminerende uitspraken doen. Wij moeten onszelf een spiegel voorhouden, want onze politiek en samenleving hebben het gedachtengoed van personen als Bosman gekweekt. Wij moeten ons gaan onthouden van moppen en grappen, waarbij groepen of personen voor dom, achterlijk en minderwaardig worden uitgemaakt. Dat lijkt een onschuldig volksvermaak, maar het is een belangrijke oorzaak voor het ontstaan van zwaardere vormen van discriminatie en racisme in onze samenleving. Ook cabaretiers moeten zich afvragen of ze met hun spot en humor niet over de schreef gaan. Want beledigen, discrimineren en stigmatiseren leidt onvermijdelijk tot haat- en wraakgevoelens. Niet alleen in ons land maar ook elders in de wereld, daar zorgen de moderne communicatiemedia wel voor. Op het terrein van racisme en discriminatie heeft ons land toch al niet zo'n goede reputatie in de wereld, want Zuid-Afrikanen van Nederlandse afkomst hebben naast het woord "boerenkaffer", ook het internationaal gebruikte woord "apartheid" uitgevonden. De uit ons land afkomstige staatsman Hendrik Verwoerd was tussen 1950 en 1966 een belangrijke vormgever van het apartheidssysteem. Dat is dus niets om trots op te zijn. Wel hebben wij ons door onze steun aan Nelson Mandela en zijn ANC in de tweede helft van de vorige eeuw ingespannen om het apartheidsregime omver te werpen. Ook nu nog zijn wij geneigd tot "apartheid" door allochtonen de schuld te geven van een deel van ons onbehagen. Het wordt hoogtijd, dat wij ons herbezinnen op fatsoenlijke en duidelijke normen en waarden.

U bent nu niet ingelogd. Om te kunnen bijdragen moet u inloggen. Geen account? Registreer uzelf dan nu.

Kijk ook eens bij

› 21 minuten  het grootste online opinie- onderzoek van Nederland. Doe de enquete.

› Mentality  Als u wilt weten welke leefstijl u heeft, kunt u meedoen aan de Mentality-leefstijltest van onderzoeksbureau Motivaction.